We doen heus geen rare dingen

Medisch redacteur

Het is een onalledaagse aanpak: in een wetenschappelijk tijdschrift aankondigen wat je gaat doen, in plaats van rapporteren wat je al hebt ontdekt. Viroloog Ron Fouchier van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en zijn collega’s zetten vorige week die uitzonderlijke stap. In brieven in zowel Nature als Science beschrijven ze nauwgezet welke experimenten ze gaan doen met het nieuwe vogelgriepvirus H7N9 en welke veiligheidsmaatregelen ze daarbij zullen nemen. Juist de dag ervoor meldde het British Medical Journal het eerste geval van mens-op-mensbesmetting van H7N9 in China.

De actie vloeit voort uit een controverse over een publicatie die nu al ruim anderhalf jaar duurt. „De kritiek was destijds dat wij niet transparant genoeg werken”, vertelt Fouchier. „We zouden niet genoeg duidelijk maken wat we precies doen, met welk doel, en hoe we daarbij de veiligheid waarborgen. Wij verwachtten dat die discussie opnieuw zou oplaaien. Daarom hebben we nu dit statement uitgebracht.”

Fouchiers experimenten moeten duidelijk maken welke eigenschappen bepalend zijn voor de besmettelijkheid van H7N9. Fouchier: „Als je weet welke mutaties het virus nodig heeft om een pandemie te veroorzaken, dan kun je veel gerichtere preventieve maatregelen nemen zodra die mutaties in het veld opduiken.”

Die kennis is nodig, benadrukt Fouchier. „Het is nog onduidelijk of de nu gerapporteerde mens-op-mensbesmetting via de lucht plaatsvond of door direct contact”, zegt hij. „Maar wij hebben laten zien dat fretten elkaar via de lucht kunnen besmetten met H7N9.” Een commentaar in Nature is kritisch over de experimenten. Fouchier: „We zullen het nooit volledig eens worden over nut en noodzaak. Maar geldt dat niet voor alle dingen in de wereld?”