Paus reikt moslims de hand

In een nieuwe handreiking naar de islam heeft paus Franciscus gisteren een groet gestuurd naar „de moslims van de hele wereld, onze broeders”, ter gelegenheid van het einde van de ramadan.

„Ik hoop dat christenen en moslims moeite doen om wederzijds respect te stimuleren, vooral door het opvoeden van de nieuwe generaties”, zei de paus aan het einde van het zondagse Angelusgebed.

De boodschap past bij eerdere ouvertures van de paus naar de islam. Op 2 augustus had Franciscus een boodschap gestuurd naar de Pauselijke Raad voor Interreligieuze Dialoog. Daarin roept hij moslims in heel de wereld, aangesproken als „beste vrienden” op om na te denken over manieren om het wederzijds respect te verbeteren en om over en weer „ongerechtvaardigde of lasterlijke kritiek” te vermijden.

„Dit jaar heb ik besloten deze traditionele boodschap zelf te ondertekenen „als teken van mijn achting en vriendschap jegens alle moslims, vooral jegens hun religieuze leiders.” In recente jaren was dat slechts één keer eerder in zulke bewoordingen gebeurd, in 1991 door paus Johannes Paulus II.

Ook op zijn bezoek vorige maand aan het eilandje Lampedusa richtte de paus uitdrukkelijk woorden aan de moslims onder de tienduizenden immigranten die daar ieder jaar aankomen, op zoek naar een beter leven in Europa. Hij wenste de moslims onder de immigranten toen „overvloedige spirituele vruchten” toe van hun vastenperiode, die toen bijna begon. Gisteren herinnerde de paus eraan dat de ramadan is gewijd aan vasten, gebed en aalmoezen geven.

Het is ongebruikelijk dat het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk gelovigen van een andere godsdienst in zulke bewoordingen een sterker geloof toewenst. Ook met zijn oproepen tot respect en tot opvoeding tot verdraagzaamheid zet paus Franciscus duidelijk eigen accenten in vergelijking met zijn voorgangers.