Patenten op smartphones wellicht niet langer heilig

De beroepszaak die Apple heeft aangespannen in een geschil met Samsung, zou tot een staakt-het-vuren in de smartphone-oorlogen kunnen leiden. Nu de regering-Obama een streep heeft gehaald door een uitspraak van een Amerikaanse toezichthouder, lijken de gerechtshoven de laatste kans voor partijen die elkaars patentrecht betwisten te dwarsbomen. Maar zelfs deze optie vervliegt als Apple er niet in slaagt zijn Koreaanse rivaal ervan te weerhouden apparaten te verkopen die zijn patentrecht schenden.

De twee bedrijven hebben jarenlang wereldwijd strijd geleverd over de rechten op de technologie achter touchscreenapparaten. Hun krachtigste wapens waren vonnissen die de producten van de concurrent van de markt weerden, vooral in de VS.

Op grond van een uitspraak uit 2006 van het Amerikaanse Hooggerechtshof is het lastiger rechters tot dergelijke vonnissen te verleiden. Daarom wenden de strijdende partijen zich sindsdien vaker tot de zich soepeler opstellende International Trade Commission (ITC). Maar afgelopen week heeft het Witte Huis een verbod van de ITC ongedaan gemaakt op de import van oudere iPhones en iPads, die het patentrecht van Samsung zouden schenden.

Het besluit van de regering-Obama weerspiegelt de toenemende juridische consensus dat apparaten niet van de markt mogen worden geweerd als ze inbreuk maken op zogenoemde ‘standards essential patents’ (SEPs), zoals de Apple-producten deden. SEPs zijn zo cruciaal voor een bedrijfstak dat de eigenaren van die patenten ermee moeten instemmen ze tegen een redelijke prijs met anderen te delen. Samsung kan naar de rechter stappen om zijn geld te krijgen, zo wordt geredeneerd, maar het weerhouden van Apple om gadgets te verkopen lijdt tot te veel schade voor de consument.

De gerechtshoven beginnen deze redenering nu ook toe te passen voor ‘gewone’ patenten. De federale rechter die zich bezighoudt met de Californische rechtszaak van Apple tegen Samsung heeft vorig jaar geweigerd de producten van het Koreaanse bedrijf van de markt te weren, ook al vond een jury dat ze inbreuk maakten op het patentrecht van Apple. De firma had niet bewezen dat gepatenteerde technologie de consumentenvraag opdreef, oordeelde de rechter. Een geldelijke schadevergoeding – van bijna 1 miljard dollar – zou genoeg compensatie bieden.

Apple is om begrijpelijke redenen tegen deze uitspraak in beroep gegaan. Het verkrijgen van rechterlijke verboden wordt vrijwel onmogelijk als bedrijven moeten bewijzen dat consumenten smartphones kopen vanwege een paar gepatenteerde features, uit de wellicht duizenden keuzes die ze hebben.

Dat is uiteraard het hele punt. Technologiegiganten zouden hun middelen verliezen om de concurrentie onder druk te zetten, maar het publiek zou makkelijker toegang krijgen tot technologische snufjes. Dan krijgt vrede in de smartphone-oorlogen – én echte concurrentie – eindelijk een kans.