Nieuw! De ‘muienradar’

redacteur wetenschap

De wolkenradar en de buienradar bestaan al. Nieuw is nu de ‘muienradar’ bij Egmond aan Zee. Hij is nog experimenteel, maar nu al staat vast dat-ie werkt. Hij verhoogt de zwemveiligheid omdat hij aangeeft waar op welk moment gevaarlijke stroming staat.

Wat zijn muien?

Een mui is een stroomgeul tussen zandbanken langs het strand. De brekende golven in de brandingszone stuwen het water tegen het strand op, waarna dat door openingen in de banken (de muigaten) terugstroomt naar zee, soms met snelheden van wel 2 m/s. Daar valt niet tegenin te zwemmen. Problematisch is dat badgasten muien vaak aanzien voor de veiligste stukken zee, omdat er de minste branding staat.

Om de gevaarlijke stromingen te traceren moeten dus eerst de muigaten in kaart worden gebracht – met voldoende regelmaat bovendien, want de zandbanken kunnen tijdens het badseizoen tientallen tot honderden meters opschuiven.

Hoe werkt de muienradar?

De muienradar combineert videodata en computermodellen. De videogegevens komen van vijf digitale camera’s die vanaf de Egmondse vuurtoren tijdopnames van 10 minuten maken van de brandingszone. In zo’n lange opname vloeit het breken van afzonderlijke golven samen tot een witte band. Omdat golven breken waar de zee ondiep is kan uit het brekerpatroon de ligging van de bodem worden bepaald. Dit is de essentiële invoer van een computermodel.

En wat moet de radar nog meer weten?

Hoe hárd het in zo’n muigat gaat stromen hangt niet alleen af van het getij, maar ook van de golfhoogte op zee (achter de bank) en van de richting waarin de golven op de kust lopen. Hoge golven versterken de stroming, golven die erg schuin binnenvallen kunnen de stroomsterkte in de muien wat drukken. Essentieel is dat het Delftse instituut Deltares en de TU Delft een hydrodynamisch model ontwikkelden dat de te verwachten muistromingen twee dagen vooraf kan berekenen. Het model Delft3D wordt gevoed door een reeks andere modellen die in toenemende precisie windsterkte, golfhoogte, golfrichting en getijstroming uit regionale waarnemingen afleiden.

Hoe is aan de radar gewerkt?

In augustus 2011 zijn bij Egmond in aanvulling op de camera-observaties in spectaculair ‘veldwerk’ veel detailmetingen gedaan aan waterdieptes en stromingen. Die laatste werden in beeld gebracht met drijvers. Een boei op zee registreerde de golfhoogte. Het model beschrijft de werkelijkheid adequaat, de resultaten zijn in 2012 gepresenteerd op een internationaal congres.

Hebben zwemmers er wat aan?

Naast waarschuwen voor overstromingsgevaar kan de muienradar de reddingsbrigade van dienst zijn bij de inzet van strandwachten. Toch staat het nog lang niet vast of er een netwerk van muienradars komt, omdat voor de camera’s hoge gebouwen nodig zijn. In principe zouden ook satellieten de muien wel kunnen vinden. „Maar die passeren niet frequent genoeg en kunnen niet door wolken kijken”, zegt Deltares-onderzoeker Maarten van Ormondt.

Op de site www.muienradar.nl worden de gevaarlijkste stromingen aangegeven onder ‘real-time forecasts’.