Middenklasse eist op straat een betere staat

Lang kon de middenklasse in Bulgarije, Griekenland, Servië en andere landen het zich veroorloven alleen aan zichzelf te denken. Nu wil ook zij verandering. Maar hoe?

Bulgaren demonstreren in Sofia tegen de regering, die zij corrupt noemen. Links zakenvrouw Sasha Bezuhanova, rechts jongeren die een beroemd Moskous arbeidersmonument nadoen.
Bulgaren demonstreren in Sofia tegen de regering, die zij corrupt noemen. Links zakenvrouw Sasha Bezuhanova, rechts jongeren die een beroemd Moskous arbeidersmonument nadoen. Foto’s AFP

Door onze correspondent

Jarenlang kozen jonge mensen op de Balkan liever voor een enkele reis West-Europa, waar alles beter leek, dan voor bemoeienis met de transitie in eigen land. Nu dringt door dat corruptie en vriendjespolitiek voortwoekeren als je de politiek links laat liggen. Daarom komen die jonge mensen in verzet, gaan ze de straat op. In Bulgarije. In Athene, Belgrado en Sarajevo.

Begin augustus, Sofia. Het centrum van de hoofdstad is afgezet met dranghekken en politielijven. Als de werkdag erop zit, verzamelen duizenden mensen zich voor het regeringsgebouw. Ze fluiten en schreeuwen „aftreden, aftreden”. Ze zwaaien met Bulgaarse en EU-vlaggen. Kinderen in dure wandelwagens hebben propjes in hun oren tegen het lawaai, terwijl hun vaders op toeters blazen. Een stedelijke elite die zich lang verre hield van politiek en overheid, is na de laatste reeks benoemingen van criminelen op belangrijke posities het gesjoemel en de corruptie zat en laat zich horen.

Maar waar te beginnen, als de transitie van communisme naar kapitalisme en democratie slechts gemankeerde versies van die laatste twee heeft opgeleverd? Als het landsbestuur een instrument is voor zelfverrijking door nakomelingen van de machtige partijbonzen en geheim agenten uit de tijd van het communisme? Als de meeste media schoothondjes zijn en rechters niet onafhankelijk?

„Als we een echte democratie hadden, zouden we ze voor de rechter slepen”, zegt Yana Ivanova (35), medewerkster van een reisbureau. ‘Ze’, dat zijn politici. Ivanova loopt in een luchtig zomerjurkje op het protest af. „Maar ja, bij justitie zitten precies dezelfde mensen. Die overleggen met elkaar over hoe ze EU-fondsen onderling verdelen.” Ze is moe. Het is aan het begin van de avond nog altijd 36 graden. Toch lijkt betogen het enige wat erop zit. Daarom is ze er weer bij, voor de 48ste avond op rij.

De media dan? Misschien dat onthullingen door journalisten meer transparantie en verantwoordelijkheid afdwingen? Ivanova kijkt vies. „Die vertrouwen we ook niet. De eigenaar van de meeste kranten is Deljan Peevski. Alleen Facebook en een aantal blogs zijn betrouwbaar.” De benoeming van de rijke, machtige en door Bulgaren gewantrouwde Peevski tot hoofd van de inlichtingendienst was in juni de druppel die de emmer deed overlopen. Tienduizenden Bulgaren gingen demonstreren.

Ook in Bosnië gingen de afgelopen maanden dertigers en veertigers de straat op. Zij weigeren te accepteren dat de etnische verdeeldheid in hun land belangrijke politieke beslissingen onmogelijk maakt. Nu de oorlog (1992-1995) lang geleden is en de internationale druk op politieke partijen om samen te werken is verminderd, staat de vooruitgang in Bosnië stil. Daardoor is het sinds februari niet mogelijk voor nieuwgeborenen om een burgerservicenummer te krijgen. Ook hier geven de massale protesten de burger moed. „De protesten geven me hoop dat het toch zin heeft om in Bosnië te blijven”, zegt Aleksandra Savic (40) uit Mostar, een van de betogers. „Dit zijn de eerste tekenen van een evolutie.”

In Sofia heeft jurist Georgi Traykov (29) een bordje om zijn nek waarop staat: ‘Het is niet rechts tegen links. Het is goed tegen fout!’ „Dit draait om waarden, om moraal”, legt hij uit. „Om het goede voorbeeld. Stoppen voor het zebrapad. Je vuilnis niet uit het raam gooien. En geen geld stelen.” Het klinkt niet erg revolutionair, meer als een postbus 51-achtige oproep voor meer burgerzin. In Sofia en Boekarest, in Athene en Belgrado groeit het protest tegen de heersende praktijk van ieder voor zich en geen voor ons allen.

Het zijn relatief geslaagde mensen die voor het regeringsgebouw in Sofia staan, niet de verliezers van de transitie. Voor hun directe eigenbelang hoeven ze dit niet te doen. De meesten hebben een goede baan. Hun land is bovendien EU-lid. De grenzen zijn open. Wie wil kan weg – honderdduizenden hebben dat ook gedaan.

De Bulgaarse demonstranten hebben veel gemeen met de Atenistas in Griekenland. Dat zijn burgers die zich sinds het begin van de crisis via internet organiseren om straten op te zomeren, parken schoon te maken.

Hun kritiek doet ook denken aan Servië , waar van politiek walgende twintigers en dertigers bij afgelopen verkiezingen hun stembiljetten ongeldig maakten door er tekeningetjes op te maken of handgeschreven namen – ‘Batman’ – aan toe te voegen. Ze gingen wel stemmen, want wat ze willen is een functionerende democratie.

Het is een belangrijk verschil met de volslagen apathie die jarenlang de overhand heeft gehad. „Wat we in Bulgarije zien, is de terugkeer naar de politiek van een generatie die de politiek leek te hebben opgegeven,” zegt Ivan Krastev, directeur van het onderzoeksinstituut Centre for Liberal Strategies in Sofia en gerenommeerd Balkananalist.

In zijn huis net buiten Sofia vertelt hij dat hij een aantal avonden bij de protesten is gaan kijken. „Wereldwijd is de middenklasse in opkomst, maar in Europa wordt ze juist onttakeld en dringt het tot mensen door hoe zwak ze politiek staan.” Zowel in Bulgarije als in Griekenland voelt de stedelijke middenklasse zich in de verdrukking. „Overal zien ze dezelfde gezichten en belangen, oligarchische structuren die hun leven bepalen.”

Tot nu toe kon deze generatie het zich veroorloven ‘egoïstisch’ te zijn en bijvoorbeeld onderwijs en zorg in de privésector in te kopen. Nu het economisch tegenzit, kan de middenklasse de staat niet langer negeren.

Het onbehagen is volgens Krastev, die een groot deel van het jaar in Wenen woont, Europabreed. „Jongeren die een paar jaar geleden nog deden alsof het geweldig is om zzp-er te zijn, met al die vrijheid, beginnen nu te vrezen dat ze de grote verliezers zijn. Ze stellen zich de vraag hoe ze echte verandering kunnen bewerkstelligen. Ze willen hun eigen kinderen meer kunnen bieden dan via een studie naar het buitenland ontsnappen.” Weggaan is bovendien minder aantrekkelijk geworden. Overal is het crisis. West-Europa blijkt niet het Utopia dat mensen achter het IJzeren Gordijn zich er twintig jaar geleden bij voorstelden.

De Bulgaarse betogers zitten volgens Krastev nog in de fase van de ‘klassieke anti-politiek’. Ze gaan niet stemmen, willen niet voor de overheid werken of aan politiek deelnemen en roepen dat een bestuur van technocraten geweldig zou zijn. „De grootste zwakte van ‘de straat’ is hun wantrouwen van politiek en instituties. Maar als je verandering wilt en geweld afwijst, zoals vrijwel alle betogers zeggen te doen, zal je toch op een politieke voorkeur moeten durven vertrouwen,” zegt Krastev.

„De betogers weigeren het voornaamste gereedschap dat ze hebben te gebruiken,” beaamt Dimitar Avramov, politicoloog aan de universiteit van Sofia en ICT-ondernemer. „Eis concrete hervormingen, in plaats van alleen te zeggen: we willen dat je vertrekt. Eis bijvoorbeeld maandelijkse verantwoording van de uitgaven bij ieder ministerie.” Dat zou ook helpen in de strijd tegen corruptie. „De Bulgaarse politieke elite is erg verweven met zakelijke belangengroepen. Die concurreren niet normaal, maar vechten – vaak door politici onder druk te zetten of in te palmen – om een deel van de begroting.”

„Dit soort mechanismen worden nu onderkend en besproken. Het momentum voor hervormingen is goed.” Avramov bespeurt ongeduld onder de betogers, maar een andere mogelijkheid dan geleidelijke hervorming van de bestaande politieke partijen ziet hij niet. Er is geen nieuwe politieke partij of stroming ontstaan en de betogers wijzen niet-democratische middelen zoals geweld nadrukkelijk af.

Als dat niet lukt, is er altijd nog de beproefde methode van de afgelopen jaren. „Een goede baan vinden en hard werken. Dan heb je meer geld en ben je onafhankelijker. Dan hoef je niet mee te doen aan spelletjes die je niet bevallen. Ook dat is goed voor het land.”