India bouwt een echte oorlogsvloot

India gaat een nucleaire onderzeeboot testen, een vliegdekschip ging vandaag te water. Zelf wapens bouwen maakt het land minder kwetsbaar.

Twee paradapaardjes van de snel groeiende Indiase marine naderen hun voltooiing, blijkt deze dagen. Met de tewaterlating van een vliegdekschip (de INS Vikrant) en een nucleaire onderzeeër (de INS Arihant), schepen die volgens Indiase media „de trots van de natie dragen”, worden de maritieme ambities van het land zichtbaarder. De Indiase marine groeit snel. Er worden momenteel 46 nieuwe oorlogsbodems gebouwd op werven binnen en buiten India, ter uitbreiding van de huidige vloot van 114 schepen. Ter vergelijking: de complete Nederlandse marine telt 33 schepen.

Vliegdekschepen en nucleaire onderzeeërs behoren tot het arsenaal van landen die hun macht willen laten voelen. De VS, Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk hebben zogenaamde ‘blauwe marines’, oorlogsvloten die in staat zijn langdurige operaties uit te voeren over grote afstanden. De ruggengraat van zo’n blauwe marine bestaat uit vliegdekschepen die gevechtsvliegtuigen kunnen lanceren waarmee duizenden kilometers van huis no flight zones kunnen worden afgedwongen en bombardementen uitgevoerd. India en China hebben er nooit een geheim van gemaakt daarnaar te streven. Volgens vice-admiraal Suresh Bangara heeft India geen wereldwijde machtsaspiraties, maar moet het land alleen al om geografische redenen een blauwe marine hebben “Onze kustlijn is zo lang en onze territoriale wateren zijn zo uitgebreid dat we niet anders kunnen dan een blauwe marine opbouwen.”

De verwerkelijking van de aspiraties van India – dat bovendien al jaren lobbyt voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad – zijn vandaag een stap dichterbij gekomen. Zondag werd ook aangekondigd dat India’s eerste zelf gebouwde nucleaire onderzeeër zal worden uitgerust met kernraketten.

India’s minister van Defensie A.K. Anthony noemde de tewaterlating van de Vikrant “de eerste stap in een lange reis”. Hij zei: “We moeten voortgaan met het ontwikkelen van eigen mogelijkheden om onze maritieme belangen veilig te stellen.”

Die “eigen mogelijkheden” zijn belangrijk voor India. De krijgsmacht van 1,2 miljoen man (slechts de krijgsmacht van China is groter) is grotendeels afhankelijk van buitenlandse wapensystemen. India koopt vliegtuigen, schepen en pantserwagens van met name Rusland, Frankrijk, Amerika, Groot-Brittannië en Israël. Dat maakt het land kwetsbaar, redeneren militair-analisten:

„We zijn vooral voor technologie van het buitenland afhankelijk”, zegt militair-analist Abhijit Iyer-Mitra van de Observer Research Foundation in New Delhi. “Als India werkelijk zelfstandig wil opereren op het wereldtoneel, zullen we ons onderzoek en ons technische onderwijs een flinke impuls moeten geven.”

India heeft al een vliegdekschip in de vaart, de INS Viraat, gebouwd in 1944 en overgenomen van de Britten. Maar dat nadert het einde van zijn mechanische leven. Eind dit jaar wordt een tweede vliegdekschip in de vaart genomen dat ontwikkeld is op de romp van een oud Russisch vliegdekschip, de INS Vikramaditya. Vorig jaar werd bovendien een nucleaire onderzeeër geleased van de Russen voor een periode van tien jaar. Een Russische voorwaarde was dat het schip niet mocht worden uitgerust met kernwapens.

Het is nu echter voor het eerst dat India grotendeels met eigen technologie zowel een nucleaire onderzeeër als de uiterst complexe romp van een groot vliegdekschip heeft ontworpen. Dat betekent dat India nu zonder tussenkomst van anderen zijn eigen vliegdekschepen en kernonderzeeërs in productie kan gaan nemen. Aan twee andere nucleaire onderzeeërs wordt al gewerkt. Zo ver zijn de Chinezen nog niet.

„Dit verdient een staande ovatie”, aldus Iyer-Mitra. Wel wijst hij erop dat de bewapening van beide schepen vrijwel volledig afkomstig is uit het buitenland. De twee schepen zullen na tests op volle zee in de vaart worden genomen – de Vikrant naar verwachting in 2018 en de Arihant in 2015.