Het was het allemaal net niet

Eelco Sintnicolaas eindigde gisteren als vijfde bij de tienkamp Hij had kans op een medaille, maar mist de finesse op een aantal onderdelen Zelf ziet hij nog mogelijkheden voor progressie, met name op de werpnummers

Tienkamper Eelco Sintnicolaas bij het onderdeel discuswerpen.
Tienkamper Eelco Sintnicolaas bij het onderdeel discuswerpen. Foto Reuters

Redacteur Atletiek

Meerkampers vlechten zich door het programma van de WK atletiek. Tussen een 100 meter van Usain Bolt, de tien kilometer van Mo Farah en het polsstokspringen van Jelena Isinbajeva streden zij afgelopen weekeinde om de aandacht van het publiek. Maar wie kijkt er vanaf ’s ochtends negen uur twee dagen lang naar stopverf van een raamwerk? De kenners, de liefhebbers van atletiek in zijn puurste vorm.

Op die discipline had Nederland een medaille kunnen winnen. Het gebeurde niet, omdat Eelco Sintnicolaas afgelopen weekeinde op een aantal onderdelen de finesse miste. Hij werd vijfde, op gepaste afstand van de Amerikaanse wereldkampioen Ashton Eaton.

Gezien het verloop van zijn tienkamp kon Sintnicolaas na afloop vrede hebben met zijn resultaat. Maar tijdens de wedstrijd knaagde de ontevredenheid. Vooral gisteren toen een podiumplaats uit het zicht verdween door een ongelukkige hordeloop en haperingen bij het polsstokhoogspringen, discuswerpen en speerwerpen.

Hij had er zaterdag nog op gewezen. De eerste vijf onderdelen – 100 meter, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en de 400 meter – waren naar tevredenheid verlopen. Boven verwachting zelfs, want Sintnicolaas zat op de lijn van een persoonlijk record. Maar het maakte hem niet euforisch, omdat hij de valkuilen van de tienkamp kent.

Zondag werd de dag van de gevreesde oneffenheden. Het begon met een aanraking van een horde, gevolgd door een onwillige arm bij het discuswerpen. Na zeven onderdelen was hij teruggevallen van de vijfde naar de elfde plaats. Zo snel kan het gaan op de meerkamp.

Door de geringe onderlinge verschillen was zijn uitzicht op het podium nog niet vertroebeld, maar dan zou hij bij met de polsstok – veruit zijn sterkste discipline – minimaal over 5,40 meter moeten springen. Dat was gisteren net even te veel gevraagd, net zoals dat gold voor het werpen van de speer en de discus. Het was het allemaal net niet.

Pas op de 1.500 meter, het afsluitende onderdeel, herpakte Sintnicolaas zichzelf en perste hij er de derde tijd uit. Het bracht hem uiteindelijk de vijfde plaats, een evenaring van zijn prestatie op de WK van 2011.

Tevreden of niet?

Moest Sintnicolaas nu tevreden zijn met zijn prestatie? Hij wist het niet. Enerzijds wel, omdat hij tien dagen voor de WK nog een slijmbeursontsteking aan zijn schouders had en in Moskou al weer pijnvrij kon polsstokhoogspringen. Anderzijds was er het onbehagen van de gemiste kansen. Op onderdelen had hij niet maximaal gepresteerd. „En dat wordt tegenwoordig hard afgestraft, want het niveau is waanzinnig hoog”, stelde hij even nuchter als spijtig vast.

Die conclusie roept de vraag op wat Sintnicolaas’ perspectief op de tienkamp is. Moet hij op alle onderdelen foutloos presteren om ooit een medaille te halen of zit er nog rek in zijn prestaties? Zelf ziet hij nog mogelijkheden voor progressie, met name op de werpnummers.

Het verhaal van Sintnicolaas is het verhaal van de complexiteit van de tienkamp. Er wordt een bijna onmenselijke inspanning van het lichaam verlangd. Wie alleen hardloopt kan de snelheid opvoeren, wie alleen werpt kan de techniek erin slijpen en het lichaam machinaal iets laten uitvoeren. Maar een meerkamper kan dat niet. Die moet zijn spieren op veelzijdigheid trainen. Dat vergt een delicate trainingsaanpak om het lichaam in balans te houden.

In wezen is dat pure kunst. De tienkamper is ook de artiest onder de atleten, hoezeer Bolt ook wordt geprezen – hij loopt hooguit 200 meter en dat is het. In wezen is de marginale aandacht die tienkampers krijgen op de avond dat Bolt de 100 meter wint omgekeerd evenredig aan de aard van hun prestaties.

Beul je je twee dagen af, krijgt een atleet die twee keer de 100 meter loopt alle publiciteit. En het grote geld. Waar de meeste tienkampers zich met een hongerloon tevreden moeten stellen, stromen bij Bolt de miljoenen binnen. Oneerlijk? Natuurlijk, maar geen tienkamper die wil ruilen. Hij is de waarachtige sporter, eigenlijk de ware held. Omdat hij zo veelzijdig is. Het wachten is op de erkenning.