Geen Seinfeld meer voor Afrikaanse dictator

Op zondagochtend 30 juni viel een speciale eenheid van de Senegalese politie de villa van Hissène Habré in Dakar binnen. Eindelijk werd de voormalige president van Tsjaad gearresteerd. Ruim twee decennia had hij in alle rust kunnen genieten van zijn ballingschap in Senegal, waar hij een teruggetrokken bestaan leidde, een Senegalese vrouw trouwde en volgens persbureau AP thuis graag keek naar oude afleveringen van Seinfeld. Sinds 2005 had hij huisarrest.

Maar nu moet ‘de Pinochet van Afrika’, die is aangeklaagd voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en marteling, in de gevangenis zijn berechting afwachten. Zijn regime (1982-1990) werd gesteund door Frankrijk en de Verenigde Staten, maar was berucht om de gruwelijke foltermethodes en moorden op vermeende tegenstanders en leden van bepaalde etnische groepen. Zo’n 40.000 mensen zouden door zijn regering zijn omgebracht, vooral door de beruchte veiligheidsdienst met de Orwelliaanse naam Directoraat voor Documentatie en Veiligheid.

Het is in verschillende opzichten goed nieuws dat de 70-jarige Habré na al die jaren alsnog voor de rechter komt – het proces zal naar verwachting volgend jaar beginnen. Voor Tsjaad en de slachtoffers is het belangrijk dat Habré zich niet langer kan schuilhouden, maar de betekenis van zijn aanhouding en berechting is veel breder.

In Afrika is de afgelopen jaren veel geklaagd over het Internationaal Strafhof in Den Haag, dat een ‘instrument van westers imperialisme’ zou zijn. Maar Habré wordt niet naar Den Haag gestuurd. Hij zal berecht worden door Afrikaanse rechters (een speciaal hiervoor opgericht tribunaal) op basis van Afrikaans (Senegalees) recht. Dat is een mijlpaal voor Afrika.

Het continent heeft een slechte naam op het gebied van schendingen van de mensenrechten en de berechting van de politieke leiders die daar verantwoordelijk voor zijn. De Soedanese president Bashir wordt door het Strafhof gezocht voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, maar de Afrikaanse Unie heeft zijn leden opgeroepen hem niet te arresteren. Zo heeft Bashir al heel wat landen kunnen bezoeken zonder voor arrestatie te hoeven vrezen. Iedere keer weer toonden hij en zijn gastheren daarmee een opgestoken middelvinger aan het Strafhof.

Maar de wind begint een beetje te draaien. In juli zag Bashir zich genoodzaakt halsoverkop Nigeria te verlaten, nadat mensenrechtenactivisten en het Strafhof juridische stappen hadden gezet om zijn arrestatie af te dwingen. Dat werd Bashir toch wat te link. Middenin de tweedaagse top van de Afrikaanse Unie in Abuja kneep hij er tussen uit – „in verband met een andere afspraak”, was de smoes van zijn woordvoeder.

De zaak-Bashir maakt andere Afrikaanse heersers met bloed aan hun handen extra nerveus, omdat hij een zittend staatshoofd is. Kan hen dit ook overkomen? Habré is al 23 jaar niet meer aan de macht. Zijn proces is voor hen dus minder bedreigend. Maar een waarschuwing is diens proces even goed. Een keerpunt zelfs voor de gerechtigheid in Afrika, zegt Hugh Brady van Human Rights Watch, die zich al vijftien jaar inzet om Habré voor de rechter te krijgen.

Ook voor het Strafhof is het goed dat er straks een voormalig Afrikaans staatshoofd in Afrika terechtstaat voor zijn misdaden. Het maakt de kritiek dat Afrikaanse (ex-)heersers alleen maar vervolgd worden omdat het Strafhof neokoloniale motieven heeft, een stuk ongeloofwaardiger.