De truc met de vlek werkt nog altijd prima

In de zomer slaan zakkenrollers hun slag, vooral op drukke plekken. Hoe gaan ze te werk, en hoe voorkom je dat je spullen kwijtraakt?

Bij een tramhalte zijn het de enige mensen die niet uitkijken naar de tram. Ze letten liever op de wachtende mensen. De loerende zakkenrollers zijn vaak met z’n tweeën of drieën. Als de tramdeuren opengaan, stappen ze in, maar vlak daarna staan ze ineens stil. Het doelwit botst tegen de dieven op. Een handlanger gaat achter het slachtoffer staan en pakt dan vliegensvlug de portemonnee of telefoon.

Wie zakkenrollers wil herkennen, moet zijn best doen. Ze zien eruit als de rest van het reizend, feestend of winkelend publiek. Daar doen ze ook hun best voor, om op te gaan in de massa. Maar getrainde politieogen pikken de dieven er zo uit. Hun tactieken, zegt een woordvoerder van de politie, veranderen niet. „Je moet ze alleen kennen.”

De Amsterdamse politie heeft speciale zakkenrollerteams die tijdens grote evenementen in de stad op jacht gaan naar dieven. En dat is nodig want het aantal zakkenrollers dat toeslaat tijdens grote evenementen neemt hard toe. In Amsterdam steeg het aantal aangiftes van zakkenrollerij van 6.709 in 2011 tot 9.005 in 2012, een toename van 34 procent. Het is dus geen overbodige luxe om de werkwijze van zakkenrollers te kennen.

De meest voorkomende technieken? In bijna alle gevallen probeert de zakkenroller het slachtoffer af te leiden én werkt hij samen met een andere dief. Dan lopen ze bijvoorbeeld met z’n tweeën rond met een plattegrond en vragen de weg. Terwijl het slachtoffer op de kaart kijkt, slaat de andere zakkenroller zijn slag. Als de dief alleen opereert, verbergt hij vaak zijn hand achter een pastic tas of onder een jas die hij over zijn arm draagt. Daar houdt hij ook zijn buit verborgen.

Nog een klassieker is de vlekkenmethode: Twee zakkenrollers hangen rond in de buurt van een pinautomaat met een tube ketchup, mayonaise of mosterd op zak. Ze zoeken een slachtoffer om te besmeuren. Ha! Daar heeft net iemand vijftig euro gepind. Eén van de dieven gaat vlak achter het slachtoffer staan en smeert wat saus op diens jas. Vlak daarna spreekt hij het slachtoffer aan. „U heeft een vlek! Zal ik helpen?” Terwijl de zakkenroller te hulp schiet met een servetje, grijpt zakkenroller twee in de open tas. Binnen een paar seconden is het geld weg.

Met de opkomst van de smartphone is zakkenrollerij nog lucratiever geworden. Zo’n telefoon kan doorverkocht worden voor een paar honderd euro. „De aantrekkelijkheid van smartphones is voor een groot deel de oorzaak van de golf van zakkenrollers in de stad”, zei hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie Pieter-Jaap Aalbersberg afgelopen week in het tv-programma Knevel en Van den Brink.

Toch is de zakkenrollerjacht, buiten enkele grote evenementen, geen prioriteit voor het korps, zegt een woordvoerder van de Amsterdamse politie. „Zakkenrollen wordt door justitie gezien als een licht vergrijp.” Mensen moeten dus zelf beter op hun spullen passen, is zijn advies.

Maar hoe dan?

Neem, als je naar een evenement of de kroeg gaat, alleen het geld mee dat je wil uitgeven en stop het in de voorzak van je broek. Dat geldt ook voor je telefoon: nooit in je kontzak stoppen – laat hem liever helemaal thuis. Houd zakken en tassen ook goed dicht, en houd je spullen in het zicht. Draag je tas liever niet op je rug, maar voorop en stop waardevolle spullen onderin de tas, niet in voorvakjes die ongemerkt opengeritst kunnen worden.

Nederlandse dagjesmensen die in een andere stad bijvoorbeeld een museum bezoeken of gaan winkelen, hebben de neiging onnodig veel waardevolle spullen mee te nemen, zegt de woordvoerder van de Amsterdamse politie. „Als ze met de trein naar Amsterdam komen, nemen ze bijvoorbeeld vaak ook hun rijbewijs en kentekenbewijs mee”, zegt hij. „Dat is nergens voor nodig. Wat je niet meeneemt, kan ook niet gestolen worden. En zo beperk je ook de administratieve rompslomp als je toch bestolen wordt.”