Couppleger schreef scriptie over democratie

Al in 2006 voorspelde generaal al-Sisi dat het leger zich niet zonder meer achter een nieuwe regering zou scharen.

Vandaag is Abdul Fattah El-Sisi de machtigste man van Egypte. Maar in 2006 zat hij in de schoolbanken van het US Army War College in Pennsylvania. Niet uitzonderlijk: de meeste topofficieren van het Egyptische leger zijn in de VS opgeleid. Opmerkelijk is wel het onderwerp van het paper dat hij aan het Army War College scheef: democratie in het Midden-Oosten.

Het is immers geschreven door de man die op 3 juli de eerste verkozen president van Egypte aan de kant schoof. Sisi gaf destijds al aan dat leger en politie erg trouw waren aan het regime van Mubarak, dat in 2006 nog aan de macht was. „Er is geen garantie dat politie en leger zich achter een nieuwe regerende partij zullen scharen”, wanneer die door verkiezingen aan de macht komt. Vorige week werd het paper gepubliceerd in Foreign Policy.

Het thema democratie is in 2006 erg actueel: de Arabische Lente is nog ver weg, maar de VS zijn volop verwikkeld in de oorlog in Irak, waar volgens president Bush de zaadjes van de democratisering van het Midden-Oosten worden gezaaid. In Egypte heeft president Hosni Mubarak onder Amerikaanse druk vrije – zij het zwaar vervalste – verkiezingen moeten toestaan.

De generaal is af en toe best kritisch over de bestaande situatie. „Zij die macht hebben leven in luxe terwijl de gewone man worstelt om te overleven.” En: „Velen in het Midden-Oosten geloven dat de huidige autocratische bestuursvormen niet de vooruitgang hebben opgeleverd waar mensen op zaten te wachten.”

Sisi’s rode draad is dat de islam niet in tegenspraak is met de democratie, maar dat democratie in het Midden-Oosten nooit zal lijken op de westerse democratie. „Democratie, als een seculier gegeven, zal wellicht niet goed ontvangen worden door de grote meerderheid van de mensen in het Midden-Oosten, die devote aanhangers zijn van het islamitische geloof”, waarschuwt Sisi.

Hij stelt de vraag of het Midden-Oosten naast de uitvoerende, juridische en wetgevende machten geen vierde macht nodig heeft: de religieuze. Maar hij beantwoordt de vraag negatief. „Als de drie overige machten rekening houden met de islam, dan is er geen nood aan een aparte, religieuze macht.”

Het is niet bekend of Morsi het paper heeft gelezen voordat hij legerleider Mohammed Hussein Tantawi in augustus 2012 verving door Sisi. Wellicht dacht hij dat hij in Sisi een bondgenoot had gevonden.

Maar zoals Eric Trager in Foreign Policy schrijft: „Sisi’s paper weerspiegelt op geen enkel moment de obsessie van de fundamentalisten met een islamitische staat. Eerder is het een weerspiegeling van Mubaraks obsessie om de westerse druk voor meer democratisering af te slaan.”

Democratie, schijft Sisi, „is ook het aanvaarden van radicale facties, zeker als ze gesteund worden door een meerderheid van de kiezers.” Volgens Sisi is de uitdaging niet of islam en democratie verenigbaar zijn, maar wel „of de rest van de wereld een democratie zal aanvaarden die gestoeld is op de islam”. Dat is nogal ironisch, vindt Trager, want de internationale gemeenschap was uiteindelijk best bereid om dat – node – te aanvaarden. „Sisi en miljoenen andere Egyptenaren daarentegen waren dat niet.”