Boycot voedt alleen maar de Russische paranoia

‘Boycot de Olympische Winterspelen in Rusland’, riepen schrijvers vorige week. De discussie gaat door. ‘Als er iets voor homo’s moet worden gedaan, dan via de politiek en never nooit via de sport.’

Publieke opinie is een wispelturig ding. Niemand lag er wakker van dat het een idioot idee was de Olympische Winterspelen te houden in een stad aan de voet van de onveiligste plek van Rusland. De Kaukasus is voor de Russen al eeuwen een bron van ellende en sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een broedplaats van Tsjetsjeens, Dagestaans en Ingoesjetisch terrorisme. Niemand kon het wat schelen dat in Sotsji mensen zonder pardon uit hun huizen zijn gezet om plaats te maken voor stadions, hotels en appartementencomplexen; dat in 2008 de oorlog tegen Georgië mede was ingegeven door de wens Abchazië, de achtertuin van Sotsji, voor de Spelen veilig te stellen. Iedereen heeft kunnen lezen dat in Rusland de oppositie monddood wordt gemaakt; de televisie gelijk-geschakeld is; gastarbeiders worden vermoord; een in zijn cel omgekomen jonge advocaat postuum veroordeeld wordt wegens verduistering; een meidenband in een kamp wordt opgesloten omdat de Russisch-orthodoxe kerk beledigd is; mensenrechtenactivisten hun zaak moeten bepleiten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, omdat ze in eigen land geen eerlijk proces kunnen verwachten; een strijder tegen corruptie wegens corruptie wordt veroordeeld en actiegroepen worden afgeknepen door invallen van de belastingdienst.

Dit alles is nooit een belemmering geweest voor het houden van de Olympische Spelen in Sotsji, evenmin trouwens als voor het feestelijke Nederland-Ruslandjaar. En opeens was de maat vol.

Want nu is er de wet die het propageren van homoseksualiteit strafbaar stelt. Die wet is walgelijk, want hij stimuleert homohaat in een land waar burgers zich door de overheid toch al vaak gemachtigd voelen de knuppel in eigen hand te nemen.

Er gaan stemmen op de Olympische Spelen in Sotsji te boycotten. Heeft dat zin? Dat lijkt me niet. Inderdaad, een boycot zou voor Poetin (en voor Rusland) een enorm gezichtsverlies zijn. Voor de machopresident, die zich graag met ontbloot bovenlijf bij het vissen laat fotograferen, is Sotsji een prestigezaak, al zal de oogst aan gouden medailles hem ook deze keer wel weer tegenvallen. Maar of dat gezichtsverlies hem ertoe zal bewegen het uit zijn hand etende parlement terug te fluiten? Of het de Russische homo’s helpen zal?

Poetin houdt Rusland bij elkaar met het aloude omsingelingscomplex. Sinds zijn aantreden fulmineert hij naar goed communistisch gebruik tegen de invloed van het perfide buitenland op binnenlandse aangelegenheden. Handig pookte hij daarbij de angst op voor het overslaan van de Oranjerevolutie in Oekraïne en de Rozenrevolutie in Georgië. Poetin (en niet alleen hij) vindt dat Russen niet rijp zijn voor een democratie naar westerse snit. Zij moeten geleid worden met straffe hand.

In 1980 riep Andrej Sacharov op tot het boycotten van de Olympische Spelen in Moskou wegens de Russische inval in Afghanistan. Wat Russische homo’s van een boycot vinden, weet ik niet. Destijds heeft het niet echt geholpen. De Amerikanen kwamen niet en ook een aantal Nederlandse sporters bleef thuis. Het zou nog tien jaar duren voordat Michail Gorbatsjov verstandig genoeg was de Russische troepen uit Afghanistan terug te trekken.

Een boycot van de Spelen zal de Russische paranoia voeden. Het IOC kon kennelijk wel leven met de belofte dat de wet in en om Sotsji de sporters geen strobreed in de weg zou leggen. Een hypocriet gebaar, zeker. Ook daar schiet in Rusland geen enkele homo of lesbienne iets mee op. Toch is het zinnig de Russen te dwingen zich aan die belofte te houden. Laat Sotsji die twee weken maar een vrijplaats zijn voor vrijheid van meningsuiting en homoactivisme, in de hoop dat iets daarvan tot de botte hersens van de sportminnende homohaters, popen of politici doordringt. Het IOC zou al zijn gezag moeten inzetten door het onderwerp publiekelijk aan de orde te stellen. Al zal de Russische televisie daarvan nauwelijks objectief verslag kunnen doen, de boodschap zal via de sociale media toch wel doorkomen.

Laura Starink is oud-correspondent in Moskou van NRC Handelsblad.