Zonder pijn geen genezing, vond Dick van Toorn

Fysiotherapeut Dick van Toorn hanteerde omstreden technieken.

Dick van Toorn
Dick van Toorn Foto HH

Kort voor het wereldkampioenschap voetbal van 2010 verwierf Dick Alex van Toorn (1932-2013) bekendheid doordat hij Arjen Robben, de aan zijn hamstring geblesseerde sterspeler van het Nederlands elftal, in ongekend korte tijd klaarstoomde voor de titelstrijd in Zuid-Afrika. Doorgaans vraagt een dergelijke blessure vier tot zes weken behandeling en herstel. Van Toorn deed er een week over. Tot verbazing en afgunst van reguliere fysiotherapeuten en artsen, maar tot vreugde van de Nederlandse voetbalgemeenschap. Oranje haalde met Robben de finale van het WK, maar verloor daarin van Spanje.

Een paar weken later was Robben toch weer geblesseerd, tot grote ergernis van zijn club Bayern München. Er ontstond een conflict tussen de Duitse begeleiders en de internationaal gerenommeerde clubarts Hans-Wilhelm Müller-Wohlfahrt enerzijds en de Nederlandse bond en Van Toorn anderzijds. Robben kon maandenlang niet voor Bayern spelen. Het zou allemaal de schuld zijn van de methoden van Van Toorn.

De Rotterdamse therapeut, die jarenlang voor Feyenoord werkte en tal van internationale topsporters (tennissers, hockeyers, wielrenners) met succes behandelde, deed rare dingen. Althans, anders dan anderen. Bij Van Toorn werden de geblesseerde sporters letterlijk op de pijnbank gelegd. Blessures konden naar zijn mening alleen door pijn en dus doorbloeding genezen.

Van Toorn gebruikte daarbij toestellen en werktuigen die hij zelf ontwierp en die hij liet bouwen door een buurman die instrumentmaker was.

De toestellen in de werkruimte aan de Rotterdamse Randweg en in zijn boerderijtje in het grensplaatsje Putte leken op middeleeuwse martelwerktuigen. Zijn zogenoemde ‘Frankenstein-stretcher’, bijvoorbeeld, was bedoeld voor het oprekken van de kuitspieren na een spierscheuring. Cliënten spraken over ware kwellingen. Maar het werkte wel, bijna altijd.

Tennissers als Tom Okker en Jan Siemerink kwamen bij hem als de ‘normale’ geneeswijze niet snel of afdoende werkte. Johan Cruijff, Marco van Basten, Ties Kruize, maar ook Spaanse, Tsjechische, Kroatische, Servische en Belgische topsporters meldden zich – en kwamen terug omdat ze zijn werkwijze erkenden.

‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ was Van Toorns leidraad. No pain no gain. Artsen wilden van hem weten hoe hij ‘het’ deed en moesten vaak toegeven dat de methoden hielpen, hoe onorthodox ze ook waren.

Zo werkte hij jaren met succes. Bij het grote publiek werd hij pas bekend door zijn behandeling van Robben, die nogal blessuregevoelig was en is. Op 30 juli overleed Dick van Toorn na een herseninfarct.