Wat de tijd verslijt

Geen geld voor een nieuw interieur? Wees blij. Volgens de principes van wabi sabi maken juist oude spullen in een leeg huis gelukkig.

De bank is versleten, de vloerkleden en stoelen zijn aan vervanging toe, het huis heeft nieuwe verlichting nodig. Nog geen vijf jaar geleden zouden we met ons spaargeld al die oude spullen hebben vervangen door eigentijds design uit een mooie interieurzaak. Dat doen we dus niet meer. Het vertrouwen dat we de reserves wel weer kunnen aanvullen is weg. Filosofen die het begrip ‘schaarste’ bestuderen, noemen dat een ‘paradigmaverschuiving’: het geloof in economische groei maakt plaats voor het besef dat we het met minder zullen moeten doen.

Dat pessimisme merken de meubelzaken ook. De omzet van de woonbranche krimpt volgens het CBS al sinds de crisis eind 2008. Maar het is helemaal niet zo erg om niet meer klakkeloos nieuwe spullen te kunnen aanschaffen, als je alle boeken en blogs over de Japanse filosofie ‘wabi sabi’ mag geloven. Sterker, het is een uitgelezen kans om te leren wat echte schoonheid is. Vrij vertaald staat ‘wabi’ voor ‘eenvoudig’ en ‘sabi’ voor ‘vergankelijkheid’. Samen betekenen ze iets als ‘eenvoudig leven in de tijd die voorbijgaat’. Deze levenshouding wordt beïnvloed door het zenboeddhisme, dat streeft naar een heldere geest en leven in het nu. In de wabi sabi-esthetiek wordt het sleetse en het verweerde als mooi gezien, omdat het je bewust maakt van de verglijdende tijd. Dat is de reden dat er in de Japanse theeceremonie, een ritueel om aan de druk van de materiële wereld te ontsnappen, ook wel servies wordt gebruikt met vaak opzettelijk aangebrachte barsten.

Het is niet zo verwonderlijk dat er juist de laatste jaren veel boeken zijn verschenen over wat deze Aziatische filosofie kan betekenen voor de materialistische westerling. Natuurlijk leven met wabi sabi; Wabi sabi, niet perfect en toch heel gelukkig; Wabi sabi, de kracht van de eenvoud; Wabi sabi love, Wabi sabi: Timeless wisdom. En vorige maand nog verscheen: Wabi-sabi artworkshop: embracing imperfection and celebrating happy accidents van Serena Barton.

Over wat wabi sabi allemaal inhoudt, de reikwijdte en de diepgang ervan, kun je met gemak een heel leven onder een boom filosoferen, maar voor de huizeninrichting betekent het dit: nieuwe spullen zijn niet interessant. Juist een sleets interieur dat sporen vertoont van de tijd brengt harmonie. Roest, rafelige eindjes, verschoten plekken in de stof geven de inrichting een meditatieve kwaliteit. Hier kan het Aziatische concept de door de crisis geplaagde liefhebber van schoonheid dus een handje helpen. „Wabi is voor mij een esthetisch ideaal dat mijn kijk op de dingen helemaal veranderd heeft”, zegt antiquair en kunstverzamelaar Axel Vervoordt. Hij maakte samen met architect Tatsuro Miki In het spoor van de Wabi (Lannoo), een fotoboek met beelden van verstilde interieurs met oude gebruiksvoorwerpen die duidelijk onder de tijd te lijden hebben gehad. Vervoordt en Miki richten samen huizen in volgens ‘wabi sabi-richtlijnen’. Vervoordt: „Wabi staat symbool voor de innerlijke schoonheid van de onzuiverheid en de onvolmaaktheid.” Nu hebben de mensen die Vervoordt in huis kunnen halen niet zoveel last van de crisis, getuige de prijslijst van zijn meubels, maar in principe is wabi sabi voor iedereen. Foto’s in de boeken en op blogs over wabi sabi tonen lege, opgeruimde ruimtes. De meubels zijn eenvoudig van stijl. De vloeren zijn van hout, steen of beton. Het kleurenpalet is rustig, en hier en daar staat een vondst uit de natuur. Een grote kei bijvoorbeeld. Aangespoeld wrakhout. Schelpen. Objets trouvés, noemt Vervoordt die; „verzameld in het bos, in de velden, op het strand; pure kunstwerken van de natuur”. Er zijn planten en bloemen, soms slechts een enkele tak in een grote glazen fles. Het oogt allemaal erg sereen en harmonieus.

Als het niet zo lelijk zou klinken, zou je zeggen: er gaat een enorme rust van uit. In dit interieur is de mens zonder zorgen.

Prullaria

Wat er niet staat, zijn prullaria. Die leiden af. Het doel is: zo min mogelijk mentale arbeid binnenshuis. Innerlijke rust. Axel Vervoordt citeert filosoof Lao Tzu: „Aan een geest in rust geeft het hele universum zich over.” Een toevluchtsoord waar je aan de stress van het dagelijks leven kunt ontsnappen.

Het is duidelijk tijd om een wabibito te worden. Wat je om te beginnen moet doen, is opruimen. Hoe leger het binnen is, hoe beter. „Haal in het interieur weg wat niet essentieel voor je is”, mailt architect Tatsuro Miki vanuit Brussel. Meer handreikingen, gedestilleerd uit verschillende wabi sabi-interieurboeken en -blogs: probeer tafels, bureaus, en andere oppervlakken zoveel mogelijk leeg te houden. Dat geldt ook voor het bed – een eenvoudige sprei is voldoende. (Haal die knuffels van het bed, mensen). Kijk welke schilderijen je van de muur kunt halen en hoeveel meubels je echt nodig hebt. Verplaats ze eventueel om meer ruimte op de vloer te creëren. Vermijd dessins: kies effen behang, gordijnen en bekleding, in natuurlijke kleuren. Gebruik natuurlijke materialen, maar houd het bescheiden. Liever eenvoudiger materialen als klei, bamboe en papier, dan dure als marmer en graniet. Een bamboe rolgordijn heb je bij Xenos al voor 6,99 euro. Liever organische vormen dan symmetrische; het moet geen streng minimalisme worden. Mocht de vloer nog gelegd kunnen worden, kies dan voor hout, natuursteen of beton. Leg er een mat op van kokos, of zeegras. Koester dat wat gebruikt is.

Dat betekent niet, mailt Simon Brown, de Britse auteur van Natuurlijk leven met wabi sabi (2007) uit Londen, dat wabi sabi gelijk staat aan ‘ouwe meuk’. Hij mailt: „Het is goed dat we oude spullen hebben staan, zodat we dagelijks eventjes kunnen mediteren over het verouderingsproces. Misschien hebben we een oude stoel die langzaam maar waardig veroudert, dan is het mooi die stoel zo lang mogelijk bij ons te houden. Maar een versleten vloerkleed mag je best vervangen. Het gaat er om dat we een interieur creëren waar we een reflectieve en zintuiglijke band mee hebben. Wabi sabi betekent eenvoud, leegte en ruimte; dat is dus juist geen huis waar je struikelt over de ouwe troep.” Met andere woorden: je moet spullen repareren als ze stuk zijn, en schoonmaken als ze vies zijn. Sleets is wat anders dan smerig en kapot.

Verder hoort in een wabi sabi-interieur natuur van buiten. De in Nederland wonende Japanse architect Yukiko Nezu, die het interieur van ’t Japanse Winkeltje in Amsterdam verbouwde, legt zelf geregeld wat takken uit het park thuis op haar tafel. Of ze zet een geplukt bloemetje in een glas op de wastafel naast de tandenborstels. „Het is belangrijk om hier en daar iets te hebben staan dat laat zien dat de tijd voorbijgaat”, zegt ze. Niet dat ze er zelf erg mee bezig is, met dat hele wabi sabi; ze barst bij iedere vraag in een hartelijk lachen uit. Hier in het westen mag het stokoude Aziatische concept dan een mondaine, wat verheven betekenis hebben gekregen, in Japan zelf, zegt ze beleefd, behoort wabi sabi „wel een beetje tot het verleden”. Ja, een erfstuk van oma wordt mooi neergezet, liefst met een barstje erin, maar dat we niet denken dat alle Japanners een servieskast vol kapotte borden hebben.