Vos’ fantastische verbeelding

Schizosomatie (Gespleten man), 1985, pen in zwarte inkt en penseel in aquarel, 14 × 8 cm, privécollectie
Schizosomatie (Gespleten man), 1985, pen in zwarte inkt en penseel in aquarel, 14 × 8 cm, privécollectie

Peter Vos, Metamorfosen. Museum Rembrandthuis. T/m 6/10. Catalogus: 224 blz. (Uitg. THOTH), € 39,90. Inl: www.rembrandthuis.nl

Peter Vos kende zijn klassieken. De tekenaar en illustrator baseerde zich in zijn werk vaak op de antieke mythologie. Hij beeldde fantasieschepsels uit, zoals de harpij, de cycloop en de minotaurus. Die minotaurus – een mensengedaante met een stierenkop – werd door Vos in een aquarel in twee varianten uitgebeeld. Uit het onderschrift blijkt dat een van de twee minotaurussen, die erbij staan alsof hun stal de bar van een café is, een blaarkop is en zijn kompaan een lakenvelder.

In een tentoonstelling van Peter Vos (1935-2010) in het Rembrandthuis, onder de titel Metamorfosen, staan de voorstellingen van dieren centraal, en dan vooral de gedaantewisselingen van mens naar dier. Het is een thematiek die de kunstenaar na aan het hart moet hebben gelegen, zoals blijkt uit de honderden pentekeningen, vaak in zwart-wit en soms met waterverf gekleurd. De expositie geeft een prachtig overzicht van het humoristisch-ironische, soms ook melancholische werk van de erudiete en technisch begaafde Peter Vos.

De titel van de tentoonstelling verwijst naar het beroemde dichtwerk van de Romeinse schrijver Ovidius, die een boek wijdde aan de manieren waarop de antieke goden zich vermomden als dieren of anderszins van verschijningsvorm veranderden. Zo schaakte de oppergod Jupiter als een witte stier de mooie prinses Europa, en verschoot de nimf Daphne in een laurierboom toen zij de brandende liefde van de god Apollo niet kon beantwoorden.

Peter Vos begon in 2003 aan een ambitieuze reeks voorstellingen waarin hij de Metamorfosen van de oude dichter systematisch volgde. Daarbij hadden de verhalen over ongelukkige vrouwen die veranderden in eksters, parelhoenders, vleermuizen en andere vliegende wezens, zijn speciale belangstelling. Uit de werken blijkt de grote kennis die de tekenaar moet hebben gehad van het uiterlijk en de anatomie van al die dieren.

Maar de lenige geest van Peter Vos komt misschien nog wel meer tot uitdrukking in werken waarin de metamorfose aan zijn eigen verbeelding is ontsproten. Zo is er een mooie ingekleurde tekening van een stuk of tien visachtige wezens die op een rijtje naar het wateroppervlak happen: de koppen van de vissen zijn geraffineerd gekruist met die van landdieren als een giraffe, een varken of een konijn. Daarmee bevestigen ze het wel zeer vrij naar Darwin te interpreteerde onderschrift: ‘Alle leven komt uit zee / dat kan je nog zien aan de vissen’.

De literatuur van de oudheid vormde een inspiratiebron voor Peter Vos, maar ook de traditie om prenten en spreuken te combineren, zoals in de emblemataliteratuur die in de Renaissance ontstond. De bezoeker van de tentoonstelling moet wel over wat parate kennis van Latijn beschikken om de portee te doorzien van sommige tekeningen. Zo is er een uitbeelding van een geblinddoekte kunstenaar die een grote vogel onder zijn arm klemt met wiens snavel hij in een koperplaat krast. Volgens de regels van het genre heeft de prent een motto, en een moralisrend commentaar. Vos speelt met de Latijnse benaming van een burijn, de de stift van een graveur. Het motto boven van de prent luidt De abusu burchini : ‘over het misbruik van de burijn’. ‘Burchini’ betekent in het Latijn niet alleen een burijn, maar is ook de naam van een vogel: de scharkop. Het commentaar luidt dan ook: ‘Voor je het weet zit je als je niet uitkijkt / met een homoniem te graveren’. Het is tekenend voor Vos’ weinig alledaagse, erudiete spitsvondigheid dat de subtiliteiten in zijn werk in de prachtige catalogus uit de doeken worden gedaan door de kunsthistorici Jan Piet Filedt Kok en Eddy de Jongh, beiden vooral bekend als specialisten op het gebied van de zestiende en zeventiende eeuw.