Vleesprofessor staat graag in de schijnwerpers

Mark Post, de Maastrichtse hoogleraar vasculaire fysiologie, was deze week wereldnieuws met zijn eerste hamburger van kweekvlees. Maar wie is de man achter de labburger?

Mark Post, eerder deze week in Londen bij de presentatie van zijn hamburger van kunstvlees.
Mark Post, eerder deze week in Londen bij de presentatie van zijn hamburger van kunstvlees. Foto AFP

Mark Post is een wetenschapper met gevoel voor show. Bij de koffieautomaat werden soms wilde scenario’s bedacht, herinnert Joost Teixeira de Mattos zich. Teixeira de Mattos is hoogleraar kwantitatieve microbiologie aan de Universiteit van Amsterdam en heeft samen met Post aan de ontwikkeling van kweekvlees gewerkt. „We hebben weleens over een tv-serie gefilosofeerd, die parallel aan het kweekvleesonderzoek zou moeten worden uitgezonden. Een soort krimi, waarin stamcellen werden gestolen en experimenten gesaboteerd. De ontknoping zou samenvallen met de presentatie van de eerste gekweekte hamburger.”

De tv-serie kwam er niet. Wel werd er een ronkend mediaspektakel georganiseerd. In Londen presenteerde en proefde Mark Post maandag de eerste kweekburger.

Post is met een beetje toeval en een paar omwegen in het kweekvleesonderzoek gerold. Van origine is hij arts en vaatonderzoeker. Gerard Pasterkamp, nu hoogleraar experimentele cardiologie bij het UMC Utrecht, kent Post nog uit de jaren negentig, toen zij samenwerkten in het lab van Cees Borst. „Post was destijds de rechterhand van Borst, die het vasculair-biologisch onderzoek in Nederland mede op de kaart heeft gezet.”

Pasterkamp omschrijft Post als een creatieve en innovatieve onderzoeker, die projecten met hoge risico’s niet schuwt. Pasterkamp: „Ik dacht vaak: ‘hoe komt hij daar nu weer op’. Hij toonde bijvoorbeeld aan dat bloedvaten krimpen na een dotterbehandeling. Dat verklaarde waarom deze ingrepen zo vaak slecht uitpakten voor patiënten.”

Post is nog altijd actief in het vaatonderzoek. In juli publiceerde hij een artikel in het vakblad PLOS ONE, waarin hij met zijn Maastrichtse collega’s aantoonde dat bepaalde witte bloedcellen helpen de bloedtoevoer te herstellen na een trombose.

De sfeer op het lab van Post is prettig, vinden zijn studenten. De Italiaanse Vincenza Caolo (PhD-studente) studeerde als arts af bij Post en werkt nu al zo’n zeven jaar met hem samen. „De omgang is informeel. Soms gaan we naar de kroeg met z’n allen. En als we op een conferentie zijn, is Mark de eerste die na afloop op de dansvloer staat.”

Post kwam in 2002, na omzwervingen in de VS, bij de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) en de Universiteit van Maastricht terecht. In Eindhoven werkte Carlijn Bouten, tegenwoordig hoogleraar cardiovasculaire regeneratie, toen al aan het laten groeien van skeletspieren uit stamcellen van muizen.

Bouten had zich in 2004 aangesloten bij het kweekvleesconsortium In Vitro Meat, onder leiding van de arts Willem van Eelen. Post kwam daar twee jaar later bij, als vervanger van Bouten. Het was Van Eelen die enkele miljoenen euro had losgepeuterd bij Economische Zaken om zijn droom te verwezenlijken: het produceren van kweekvlees. De Universiteit van Utrecht (UU), de Universiteit van Amsterdam (UvA), de TUE en vleesverwerker Stegeman maakten deel uit van het consortium.

Utrecht richtte zich op de stamcellen, de Amsterdammers op het voedingsmedium waarin die cellen moesten groeien en in Eindhoven zou worden onderzocht hoe spiervezels gestimuleerd konden worden om te groeien.

In Vitro Meat boekte vooruitgang, er groeiden reepjes spier in petrischaaltjes, er was een duurzaam voedingsmedium, maar in 2009 was het geld op. Het lukte het consortium niet om overheid of industrie te overtuigen met nieuw geld over de brug te komen. Ze zagen er geen brood meer in.

„We waren misschien te eerlijk over hoe lang het zou duren voordat er op industriële schaal kweekvlees kon worden geproduceerd”, zegt Teixeira de Mattos, Amsterdams consortiumlid, achteraf.

Zonder financiering viel het consortium uit elkaar. Amsterdam en Eindhoven lieten het kweekvlees links liggen, maar Post zette door, vanuit Maastricht. „De situatie was vergelijkbaar met een muziekband die uit elkaar gaat, waarvan één bandlid solo verder gaat”, zegt Bouten uit Eindhoven.

De meeste protocollen die binnen het consortium waren ontwikkeld, waren op dat moment openbaar, er was niets gepatenteerd. En waar er eerst heldere afspraken waren over het contact met de media (alleen als consortium naar buiten treden), kon iedereen nu vrijuit spreken.

Zo kon het dat Post in 2009 aan The Sunday Times vertelde dat „het kon”, kweekvlees, „we hebben het al gemaakt, het enige dat we nog nodig hebben is geld”, zonder daarbij het consortium te noemen. Post werd zelfs leider van het kweekvleesproject genoemd.

„Ik heb altijd gezegd dat we voorzichtig moesten zijn met het doen van grote uitspraken”, zegt Henk Haagsman, hoogleraar moleculaire afweer aan de UU en consortiumlid van het eerste uur. Post heeft dat door schade en schande geleerd.

Twee dagen al na de uitspraken van Post stonden er talloze kweekvleesartikelen op internet. De ZDF en de BBC interviewden Post, De Wereld Draait Door wilde hem in de uitzending hebben. Haagsman: „Post belde me geschrokken op: ‘iedereen valt over me heen, wat nu? Wil jij niet met mee naar De Wereld Draait Door?’ Ik zei: ‘ja, je hebt dit zelf aangericht’.”

Post schoof in zijn eentje aan bij Matthijs van Nieuwkerk. Misschien had Post zich dan wel vergaloppeerd, maar het was wel een belangrijk keerpunt in het ontstaan van de kweekburger. „Mark kreeg de smaak van de spotlights te pakken”, zegt Haagsman. „Daarna kwamen de miljardairs om de hoek kijken.”

Een anonieme filantroop, Google-oprichter Sergey Brin bleek maandag, investeerde honderdduizenden euro’s zodat Post verder kon met het kweekvleesonderzoek. „Over de investeerder heeft Post altijd geheimzinnig gedaan”, zegt Bouten. „Dat was toch een beetje raar, zeker aangezien een deel van zijn onderzoek toen nog in onze labs in Eindhoven plaatsvond. Uiteindelijk heeft hij alles naar Maastricht verhuisd.”

Alle oud-consortiumleden zijn het erover eens dat Post als geen ander erin is geslaagd hamburgers uit het lab onder de aandacht van een groot publiek te brengen. Maar hoe zien ze het mediasucces van Post? Teixeira de Mattos, Bouten en Haagsman zeggen er niet mee te zitten. „Het is altijd lastig als er eentje de show steelt”, zegt Bouten. „Niet zozeer voor ons, wij hebben ons eigen onderzoek nog, maar voor Van Eelen wel. Het kweekvlees is zijn kindje. Iets waar hij zijn hele leven aan heeft gewerkt.”

Teixeira de Mattos is het daarmee eens. „Het enige dat ik jammer vind, is dat Post nooit meer de naam van Willem van Eelen heeft genoemd. Van Eelen is de enige reden dat het kweekvleesonderzoek in Nederland van de grond is gekomen. Die verdient het om genoemd te worden. En dat Post het nooit meer over het consortium heeft gehad, ach.”

Van Eelen, de grondlegger van het kweekvleesonderzoek, is inmiddels 90 jaar oud. Hij voelt zich gepasseerd. „Binnen het consortium hadden wij beloofd om samen te werken, en om alles samen te delen. Maar hij heeft zijn financier nooit verteld van ons bestaan, of omgekeerd. Daarover ben ik niet boos, maar teleurgesteld.”

Van Eelen is bezig met het aanvragen van een octrooi op het produceren van kweekvlees. Binnenkort wil hij met Post om de tafel gaan zitten, om zaken uit te te praten. „Het is tijd om onze verloren zoon weer binnenboord te halen.”