Vijf blenders in de praktijk

Will it blend? is een even hilarische als succesvolle reclamevideo-campagne van Blendtec, een Amerikaanse fabrikant van blenders. Een in witte doktersjas gehulde functionaris met een veiligheidsbril op voert zijn keukenblender niets eetbaars, maar wel allerlei begerenswaardige gadgets als iphones en ipads. De boodschap is uiteraard dat een Blendtec blender alles klein kan maken en dat geldt ook voor uw banksaldo want zo’n apparaat kost bijna 600 euro.
Een blender is in principe een tamelijk simpel machientje: een kom of beker met onderin een draaiend mesje. Anders dan de keukenmachine, die doorgaans kan bogen op tal van op- en aanzetstukken, werkt de blender altijd in dezelfde constellatie waarbij mes zowel hakt als de massa in beweging brengt. Het enige kunstje dat-ie kan is variëren met de snelheid en/of de kracht waarmee het mes om zich heen slaat. Tegelijk met een artikel in NRC Lux van vandaag heb ik van een vijftal blenders een video gemaakt.

Ik was ‘m al bijna vergeten, maar ik bleek nog een blender in de kast te hebben staan, een Braun uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die bleek het nog prima te doen en vergeleken met de uitvoering van de Braun -die zelf alweer een evolutie van een al veel langer bestaand concept was- viel op dat er in veertig jaar niet al te veel geïnnoveerd is in blenderland.
Bij alle machines draait het nog steeds letterlijk en figuurlijk om het mes onderin de kan, al zijn er inmiddels natuurlijk draaiprogramma’s aan toegevoegd. Snel en langzaam draaien, soms afgewisseld met pulsen. Hamilton Beach doet het zonder zo’n playlist, maar claimt een cycloonwerking door de vorm van de kan, die in de praktijk niet heel indrukwekkend blijkt overigens.
Blenders komen het makkelijkst op gang als er vloeistof wordt toegevoegd waardoor al snel een draaikolk ontstaat waarin de hele inhoud wordt meegenomen. Wat ook helpt is een niet te nauw toelopende bodem waardoor ook grotere brokken direct met het mes in aanraking kunnen komen. Wie in één keer, zonder nog te hoeven poken, schudden of roeren klaar wil zijn kan het best alles klein snijden alvorens het aan de blender te voeren.

Het vermogen om ijsblokjes te vergruizen is nog steeds een benchmark, uitgerekend de enige professionele bar-blender (Hamilton Beach) deed daar liever niet aan.
Verder onderscheiden de blenders zich in het geboden gebruiksgemak. Met een onder het apparaat oprolbaar snoer bijvoorbeeld. Omdat in de blenderkan behoorlijke centrifugaalkrachten vrij kunnen komen, moet het deksel er stevig opgezet kunnen worden en zal ook de vulopening in het deksel afgesloten moeten worden. Bij Magimix gaat dat door de dop er gewoon in te duwen, andere merken hebben een bajonetsluitinkje dat niet altijd in een keer goed zit.
De motorvermogens verschillen, maar het is opvallend dat de 550 watt van de KitchenAid het niet merkbaar slechter doet dan de 1200 van de Magimix. Een (duurdere) glazen kan is weliswaar zwaarder dan een plastic beker, maar blijft door de jaren heen in elk geval helder.
Door de typische blenderconstructie, waarbij een draaiende as waterdicht door de bodem van de kan naar de motoraansluiting gevoerd moet worden, is dat deel het lastigst schoon te houden. Samen met groentenlades in koelkasten voeren blenderonderdelen dan ook de lijst aan van minst hygiënische keukenlokaties.
In de praktijk vond ik KitchenAid (€ 229), Magimix (€ 239) en Solis (€ 229) het prettigst werken. Ondanks de zonnige uitstraling van de merknaam en het predikaat ‘professional’ viel de Hamilton Beach mij tegen, vooral ook in relatie tot de prijs (€ 272). Magimix en KitchenAid leveren bovendien nog een extra hulpstuk bij in de vorm van een kleinere beker.
De Braun blender blijkt na al die jaren trouwens een uitstekende investering, die is op Marktplaats nog te vinden voor rond de 100 euro.