Vernieuwende tv, maar wel met Ali B

Vanaf maandag is het weer tijd voor TV Lab, de jaarlijkse proeftuin voor nieuwe tv-formats. Veel programma’s zullen nooit een vervolg krijgen. Een BN’er erin helpt. Wat heeft vijf jaar TV Lab eigenlijk opgeleverd?

Vanachter een doorkijkspiegel gluurt een bezwete tv-producent naar het bioscoopzaaltje. Het aanwezige publiek – met popcorn, frisdrank, en zelfbestuurbare emotiebarometer – zal zometeen de eerste aflevering van een mogelijke nieuwe serie beoordelen. Duwen ze de barometer naar groen of rood?

Zo ongeveer ziet een Amerikaanse testuitzending eruit. In Nederland bestaan dat soort uitzendingen ook. Maar, anders dan in de VS, probeert Nederland ook nieuwe tv-programma’s uit op landelijke televisie.

Maandag begint voor de vijfde keer TV Lab op Nederland 3, een week waarin tien pilots van nieuwe programma’s (zie kader) een kans krijgen en worden beoordeeld. De kijkcijfers zijn laag, en weinig programma’s krijgen een vervolg. Wat heeft vijf jaar TV Lab opgeleverd?

„Voor de kijkcijfers doen we het niet”, zegt Roek Lips, netmanager bij Nederland 3. „Vijf jaar geleden was de klacht van tv-makers dat er te weinig vernieuwing mogelijk was bij de Publieke Omroep. Met TV Lab willen wij die stimuleren.” Hij legt uit hoe zijn net door het jaar heen gebonden is aan een genreschema, ‘de kleurplaat’ in tv-jargon. Elke omroep kan hierop intekenen, bijvoorbeeld voor ‘een culturele talkshow’ om half acht of ‘een familiequiz’ om negen uur. „Wil je een plek in dit schema, dan moet je overtuigen voor je twaalf kostbare afleveringen maakt”, zegt Lips. TV Lab biedt hiervoor ruimte.

Wat vindt hij van de geringe opbrengst van de afgelopen jaren, vijftig van de 66 programma’s kregen immers geen vervolg? Volgens Lips is er simpelweg te weinig plek in de uiteindelijke programmering. „Mijn uitgangspunt is: kan je het betalen, is het praktisch haalbaar, wil de omroep het?” Ook zegt Lips dat sommige shows er in de eerste jaren „voor de grap” bijzaten. Het groepje mensen dat de voorselectie doet, bevat nu ook twee kijkcijferonderzoekers.

Dat omroepen nog meedoen aan het Lab, ondanks de kleine kans op vervolg en de lage kijkcijfers, ligt volgens Maarten van Dijk, directeur tv bij BNN, aan het ‘proeftuinelement’. „Je geeft jonge makers de kans om mooie dingen te maken. Het is een voorportaal voor Nederland 3 geworden, zoiets als Jong Oranje.”

Dat klinkt mooi, maar het zijn vaak niet de onontdekte jongelingen wier programma doorgang krijgt. Het inzetten van een bekend gezicht bij een pilot vergroot de kans op een vervolg, geeft Van Dijk toe. „In 2011 stuurde BNN de Henry van Loon Entertainment Show in. Een programma van een jonge, talentvolle cabaretier die we carte blanche hadden gegeven. De uitzending en reacties daarop waren goed, toch heb ik Roek Lips niet kunnen overtuigen.”

Shows met grote namen hebben meer geluk: Claudia de Breij mocht door met Claudia op Vrijdag (VARA), Paul de Leeuw met de Madiwodovrijdagshow (VARA) en Ruben Nicolai met R.U.B.E.N. (BNN). Van Dijk: „Nicolai kan meer potten breken omdat de kijkers hem kennen en het netmanagement ook. Die show had er ook kunnen komen zonder TV Lab.”

Waarin zit dan de vernieuwing, waar TV Lab zo op hamert? Volgens Van Dijk zit die vooral in de nieuwe formats zelf. „Voor ons is het een soort thermometer om te weten wat er leeft onder producenten.”

Jum Festen is zo’n producent, bij SNP Media. In 2011 deed ‘zijn’ AVRO-pilot De Dropping mee, over een vriendengroep die wordt gedumpt in de Schotse wildernis. „Het is het visitekaartje van een productiehuis”, zegt Festen. „Het feit dat je iets op tv krijgt is al een volgende stap naar een serie. Dat is de creatieve en financiële investering waard.” Zo legt BNN 30.000 tot 65.000 euro neer voor een pilot, op een jaarbudget van 15 miljoen euro.

Kijkers kunnen bij TV Lab online de programma’s becijferen en een gastpanel zit in de studio. Maar Festen relativeert de rol van het publiek. „Uiteindelijk is er maar weinig plek voor nieuwe programma’s en verdringt iedereen elkaar voor een plekje. De feedback van het publiek is nooit doorslaggevend.” Daarbij is de kijker een „gewoontedier”, zegt Festen, en zal de Publieke Omroep daardoor nooit te veel vernieuwende programma’s inzetten.

De kijker mag dan conservatief zijn als het om de inhoud gaat, het kijkgedrag is wel veranderd. Kijkers zijn ongeduldiger dan vijf jaar geleden, zegt Roek Lips van Nederland 3. „In de beginjaren legden wij de nadruk op sociale mediatoepassingen bij de programma’s. Dit jaar zetten we de programma’s aan de begin van de week in één keer online.”

Zijn de tv-uitzendingen dan niet overbodig geworden? Lips vindt van niet. „Innovatie blijft belangrijk en kenmerkend voor Nederland 3.” Dan voegt hij toe: „In het najaar gaan wij pilots van nieuwe programma’s online zetten, te zien voor iedereen. De kijkdichtheid en kwaliteit van het internet is daar nu goed genoeg voor.” Of er een zesde seizoen komt weet Lips nog niet zeker. „Eerst evalueren we deze reeks”.

Dat wil niet zeggen dat hij na komende week geen tv-voorstellen binnen krijgt: de rest van het jaar zijn dat er zo’n twintig per week.

TV Lab: ma. t/m vr. op Ned. 3. De kijker bepaalt welk format op tv komt. Stemmen kan op www.nederland3.nl/tvlab. Het best beoordeelde programma wint de TV Lab Award.