Veel minder patiënten in een rolstoel

De behandeling van reuma is de afgelopen 25 jaar al sterk verbeterd. Maar de medicatie moet nog persoonlijker. Want de ziekte komt in vele vormen.

Dit is wat Paul-Peter Tak zag toen hij de reumawereld binnenkwam. En wat hij nu voor reumapatiënten verwacht:

“Ik werkte als internist en had pas rond 1990 voor het eerst contact met reumapatiënten. Ik kwam in de wachtkamer van de reumapoli en die stond vol rolstoelen. Ik was geschokt. Dat was ik niet gewend.

“Ik zag wat voor leed reuma veroorzaakte, wat een enorme impact het had op de levens van patiënten. Dat heeft me gemotiveerd om een switch te maken in mijn carrière.

“Vijfentwintig jaar geleden begon de behandeling eerst met pijnstillers. Als die niet goed genoeg hielpen kwamen pas de ontstekingsremmende middelen in beeld. Tegenwoordig zijn er nieuwe biotechnologische medicijnen die specifiek op het afweersysteem ingrijpen. Ook worden de traditionele medicijnen nu anders gebruikt: direct starten met immuunonderdrukkers is de beste manier om je pijnklachten te verminderen. En het is ook op langere termijn beter.

“Meestal kun je de gewrichtsontsteking nu zover remmen dat veel minder patiënten in een rolstoel terechtkomen. Het probleem is niet opgelost, maar ik verwacht dat de huidige wetenschappelijk ontwikkeling doorgaat.

“Ten eerste moeten we beter meten wat de medicatie doet en wat de ziekteactiviteit is. En daar de medicatie op aanpassen. Nederland doet het al erg goed, maar het kan beter.

“Ten tweede zullen er nieuwe medicamenten komen. Daar is behoefte aan, want we weten dat reuma niet één ziekte is. Ik noem het altijd een syndroom. We weten al zeker dat er minimaal twee vormen van reumatoïde artritis zijn: acpa-positieve en acpa-negatieve. En de acpa-negatieve bestaat uit meerdere ziekten. Daar ben ik van overtuigd, maar het is nog niet gelukt om ze te onderscheiden. De acpa-positieve mensen die roken hebben een flink verhoogde kans op reuma. En overgewicht lijkt bij hen ook een rol te spelen.

“Er zijn mensen die redelijk op een medicament reageren, maar die toch één of twee ontstoken gewrichten houden. Die kun je lokaal behandelen. Er is behoefte aan betere lokale therapieën. Ik ben medeoprichter van Arthrogen, een spinoff-biotechbedrijfje van het AMC. We werken daar aan lokale gentherapie. Om gewrichten die uit de pas blijven lopen lokaal te injecteren. De gentherapie introduceert genen voor anti-inflammatoire stoffen.

“Patiënten kunnen ook therapie op maat verwachten – personalized health care. Het algemene idee is dat je de werkzaamheid van een therapie kunt verbeteren door vooraf de patiënten te selecteren die goed zullen reageren. Tot nu toe zijn de resultaten tegengevallen, maar we zouden moeten proberen om in al het onderzoek naar nieuwe medicijnen ook testen te ontwikkelen die de kans voorspelt of iemand verbetert van de therapie of niet. Dat verbetert ook de kosteneffectiviteit: je geeft geen medicijnen meer aan mensen bij wie ze niet helpen.

“Tenslotte komen er heel nieuwe therapieën, zoals de beïnvloeding met een geïmplanteerde elektrode van zenuwen die de afweer veranderen. Waarschijnlijk heb je een mix nodig om een ziekte als reumatoïde artritis bij de meeste mensen tot rust te brengen, of zelfs te genezen.”