Opinie

Vakantievreugd

Youp

Achtendertig jaar geleden gingen mijn vriend P. en ik naar Les Landes. In een lelijke eend van 100 gulden. Lelijke eend? De mooiste eend ooit. Dronk meer olie dan benzine, dreigde er om de zeventig kilometer voor goed mee te nokken, maar heeft ons kreunend en steunend heen- en teruggebracht. Het was half juni. In het kustplaatsje waar we heen wilden was het nog rustig. Na 1 juli puilde dat pas uit.

P. ging er zonnen & surfen en ik lezen & schrijven. ’s Avonds zouden we gezamenlijk eten & drinken. Vooral dat laatste. We waren jong.

De avond voor vertrek meldde zijn Amerikaanse bakvisliefde zich onverwacht in Amsterdam. Ze had geen plannen, dus mocht ze mee. Die avond vulden we de auto: twee tentjes, drie slaapzakken, stapeltje boeken, wat kleren en een opener. Meer was er niet nodig. Volgens onze moeders wel. Die hadden het over een gasbrandertje, pannen, lepels, vorken, messen, zonnebrand en iets tegen de muggen. We vertrokken zonder die onzin. De reis was avontuurlijk. 1.200 kilometer luisterden we gespannen naar de motor. Hield hij het vol? Ja. Onderweg hebben wel wat hoofdschuddende garagehouders mompelend boven de motor gehangen. Ze gaven allemaal het zelfde advies: ga terug. Dat deden we niet.

De camping was groot, leeg en bosrijk. We mochten van de receptiemevrouw gaan staan waar we wilden. Als we 1 juli maar weg waren. We zochten een plek, ver van de stinkplee en de receptie. De tenten werden opgezet, de slaapzakken erin gedonderd, de achterbank uit de eend gesloopt zodat we buiten konden zitten en de eerste fles ging open. We wilden de wereld veroveren, onszelf onsterfelijk maken. Twintigers dus. Wat daar voor nodig was? Veel wijn. En lange gesprekken. Liefst bij volle maan onder een prachtige sterrenhemel. In de verte bulderde de oceaan, die op die plek al zoveel onbezonnen zwemmers en surfers had verzwolgen.

Er werd stokbrood gehaald en daar werd brie op geplet. En we gingen regelmatig naar Bernadette, die een smaakvol restaurantje had en die ons snapte omdat ze na haar twintigste nooit ouder was geworden. Wij hadden geen idee wat we met ons leven moesten. Bernadette ook niet. Dat klikte dus.

De weken vlogen om. Het schrijven vorderde moeizaam. Zoals het hoort. Er werd door P. niet gesurft. Dat kwam door de Amerikaanse die zijn aandacht opeiste terwijl ik schreef. Het budget slonk gestaag. We legden geld opzij voor de terugreis. Vooral voor de olie. De inmiddels heilige olie.

Een van de avonden hingen we loom in de dennengeur van de nog altijd behoorlijk lege camping toen er een auto stopte. Volkswagen met Duits nummerbord. Daaruit kwamen twee leeftijdgenoten, goed verzorgde jongens. Ze begonnen overzichtelijk uit te laden en hadden duidelijk wel naar hun moeders geluisterd. We wisten niet dat er zoveel in een Volkswagen kon. Een tent, een voortent, een afwasteiltje, een afdruiprek, theedoeken, een gasstelletje, een pannenset, plastic kopjes, dito glazen, er werd een waslijntje tussen twee bomen gespannen, er hing een dweiltje over het randje van een emmer, ze hadden een vuilnisbakje, muziekinstallatie, de onvermijdelijke koelbox, stoelen, tafeltje, luchtbedden en een basispakket met olie, azijn, suiker, peper & zout en pasta natuurlijk. Met open monden aanschouwden we dit lang durende ritueel. Dit waren kampeerders. Zij gingen genieten!

Na een kleine drie uur waren ze klaar. Tijd om te ontspannen. Ze verdwenen in de tent en kwamen er in nieuwe, gestreken vakantiekleding uit. Frisse bermuda’s en van die ook toen al tuttige polootjes. Er werd een lelijk muziekje opgezet en ze nestelden zich in de tuinstoelen. Badmintonnen kon altijd nog. De koelbox ging open en er kwam een wijntje uit. Hun vakantie was begonnen.

En toen gebeurde het. Er werd gezocht. Zenuwachtig gerommeld in bestekbakken. De eerste onderlinge irritatie was een feit. Druppels parelden op hun verhitte voorhoofden. Er vielen harde woorden. Scheisse! De tent en de auto gingen dampend binnenstebuiten. Toen werd er overlegd en schichtig naar ons gekeken. De jongste moest het dan maar vragen. Hij kwam ietwat beschroomd naar ons toe: Of we misschien een opener hadden? Zelden iets zo triomfantelijk uitgeleend.