Verdachten Kunsthalroof waren al twee maanden in het vizier

Mariana Dragu wist een foto van de achterkant van de Matisse te maken. Het is een van de laatste foto's van het schilderij voordat deze - vermoedelijk - werd verbrand.
Mariana Dragu wist een foto van de achterkant van de Matisse te maken. Het is een van de laatste foto's van het schilderij voordat deze - vermoedelijk - werd verbrand. Foto NRC / Mariana Dragu

Een maand na de diefstal in Rotterdam kwam de Roemeense justitie al op het spoor van de verdachten van de Kunsthalroof. Museumconservator Mariana Dragu kreeg op 17 november 2012 twee gestolen werken onder ogen en schakelde daarna de politie in. Dat zegt ze vandaag in NRC Handelsblad. De Roemeense aanklagers bevestigen dat ze de verdachten al twee maanden in het vizier hadden voordat de eerste drie arrestaties plaatsvonden.

Op zaterdagmiddag 17 november wordt Mariana Dragu door een bevriende kunsthandelaar gevraagd om een prijstaxatie te geven voor twee schilderijen die hij te koop aangeboden heeft gekregen. In een onbewoond appartement in het vijfde district van Boekarest, een achterbuurt vol vervallen woningen en grijze woonblokken uit de tijd van de communistische dictator Ceausescu, ontmoet Dragu de kunsthandelaar en twee van de verdachten: Eugen D. en Petre C.

Dragu, conservator van het Roemeense nationale kunstmuseum, herkent de Henri Matisse en de Paul Gauguin die op tafel liggen niet direct als twee uit de Kunsthal gestolen werken. “Ik wist wel dat er een roof had plaatsgevonden, maar ik had me daar niet in verdiept.”

Dragu denk in eerste instantie dat het vervalsingen zijn. Maar als ze de schilderijen omdraait en de stickers en labels van professionele vervoersbedrijven gespecialiseerd in kunsttransport ziet, begint de twijfel. Dragu neemt de werken mee naar de badkamer van het kleine appartement, dat ze gebruikt als donkere kamer. Daar bekijkt ze de werken onder ultraviolet licht en komt ze tot de conclusie dat de schilderijen echt zijn.

“Toen ik de mannen had verteld dat de schilderijen echt waren, vroeg ik ze of ze iets wisten van de herkomst. Ze vertelden me dat ze uit Engeland kwamen. Ik zei: ‘Je bedoelt: daar zijn ze gestolen?’ Een lange stilte volgde. Daarop zei een van hen: ‘Deze schilderijen zijn erg veel waard. Heel veel geld.’ Dat hadden ze op internet gezien. Over stelen spraken ze niet, maar iedereen in de ruimte wist toen wat hier aan de hand was. Ik vertelde ze dat de schilderijen op dit moment niets waard waren, geen lei. De jongen met het rode trainingsjack stond op en zei: ‘Vergeet het, de Russen krijgen ze.’”

Thuis gaat Dragu via internet op zoek naar de schilderijen en vindt ze direct, in een verhaal over de Kunsthalroof. Ze stuurt een sms’je aan een vriend bij de opsporingsdienst die zich bezighoudt met georganiseerde misdaad.

“Ik schreef hem: ‘Ik zag iets wat ik misschien liever niet had willen zien. Help me.’ Maandag zat ik bij hem op kantoor.”

In verband met haar veiligheid hebben de opsporingsdiensten niet eerder naar buiten gebracht dat ze werden getipt door Dragu. Dat ze de schilderijen bij een taxatie onder ogen had gekregen, was al langer bekend.

The New York Times schreef een paar weken geleden al dat de politie op 19 januari besloot om tot arrestatie over te gaan, nadat een poging een nepaankoop op te zetten op het laatste moment mislukte. De hoofdverdachten kwamen erachter dat ze werden afgeluisterd. Advocaten stellen dat de Roemeense politie te lang heeft gewacht met het oppakken van hun cliënten.

Dinsdag begint in Roemenië het proces tegen de belangrijkste verdachten in de zaak. De verdachten hangt een celstraf van zeven tot twintig jaar boven het hoofd.