Oranjegevoel kennen we hier niet

Minister Kamp vindt een overname van KPN geen probleem. Senator Roel Kuiper is wel bevreesd: „de markt is sterker”.

Toen KPN in 1994 naar de beurs werd gebracht typeerde politiek Den Haag het als een ‘theoretische situatie’ dat KPN en haar telecomnetwerk in buitenlandse handen zouden belanden. Met het overnamebod dat de Mexicaanse miljardair Carlos Slim gisteren uitbracht is de kans levensgroot dat het realiteit wordt.

„Achteraf gezien had de overheid een belang moeten houden”, vindt Eerste Kamerlid Roel Kuiper (ChristenUnie). Hij was voorzitter van de onderzoekscommissie van de Senaat die het privatiseringsbeleid van de overheid onder de loep nam. „Visieloos”, concludeerde zij vorig jaar.

Kuiper krijgt een gevoel van onbehagen bij de op handen zijnde overname. Komt het publieke belang niet in het geding. „De staat heeft nul procent van de aandelen en probeert via concessies en vergunningen te sturen. Dergelijke controle is toch minder sterk, je ziet altijd dat de kracht van de markt sterker is. Dat de politiek wordt gedwongen door marktomstandigheden.”

Zijn zorgen worden niet gedeeld door minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) . Hij liet gisteren weten de ontwikkelingen rond de overname te „volgen” en zei dat het América Móvil van Slim zich aan wet- en regelgeving zal moeten houden. „Met nieuwe aandeelhouders verandert er voor de klanten niets”.

Kamp straalt de gebruikelijke gelaten reactie uit op de verkoop van belangrijke Nederlandse bedrijven aan het buitenland. Aan de vooravond van de verkoop van ABN Amro in 2007 wuifde toenmalig minister van Financiën Wouter Bos kritiek op de ‘uitverkoop van de bv Nederland’ weg. Hij repte over een „misplaatst Oranjegevoel”. Dergelijke internationalisering vond Bos juist de kracht van Nederland en bovendien kochten Nederlandse bedrijven zelf ook buitenlandse ondernemingen op. Maar een jaar later moest hij namens de staat het failliete ABN Amro voor miljarden extra terugkopen omdat de financiële infrastructuur van Nederland op het spel stond.

De deur voor buitenlandse overnames staat in Nederland wijd open, zo constateerde ook het onderzoeksbureau van het Amerikaanse Congres in 2008. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat van 2006 tot en met 2012 liefst 27 Nederlandse beursgenoteerde bedrijven zijn overgenomen, waaronder bekende namen als Wavin, Draka, Corus en Crucell. Ondertussen belandden ook energiebedrijven Nuon en Essent zonder wezenlijk politiek bezwaar in buitenlandse handen.

In vergelijking met andere landen vaart Nederland een nogal liberale koers. Canada en Australië hebben wettelijke toetsen waarmee de overheid overnames kan blokkeren op basis van de bijdrage aan de nationale economie en overeenstemming met het nationale belang. Duitsland toetst overnames door niet-EU partijen op schadelijke gevolgen aan de economie als een belang van meer dan 25 procent wordt verkregen.

Frankrijk voert een actieve industriepolitiek, onder meer via een staatsbank als Caisse des Dépots et Consignations die belangen in verschillende grote bedrijven als Danone heeft. Een overname van France Telecom door een buitenlandse partij zou ondenkbaar zijn.

De Verenigde Staten bekijkt overnames op risico’s van de nationale veiligheid. Zo werd de overname van netwekbedrijf 3com door het Chinese Huawei in 2008 verboden wegens „gevaar voor de staatsveiligheid”.

Op het Binnenhof pleit alleen de SP pleit al jaren voor het invoeren van wetgeving om de ‘uitverkoop van Nederlandse bedrijven’ te voorkomen. Ook nu is de SP kritisch. „Eerst had América Móvil gezegd geen intentie te hebben om KPN over te nemen, dus het blijkt een partij te zijn die niet eerlijk is in zijn intenties. We gaan de regering vragen wat hier tegen te doen valt”, zegt SP-Tweede Kamerlid Arnold Merkies. Hij wijst er bovendien op dat KPN belangrijke infrastructuur bezit.

Ook PvdA’er Willem Vermeend gaf gisteren aan dat een buitenlandse overname van KPN geen goed idee is. Hij zei in EenVandaag spijt te hebben van de manier waarop het telecombedrijf onder zijn bewind als staatssecretaris van Financiën werd geprivatiseerd. Vitale infrastructuur dreigt nu in buitenlandse handen te komen. Volgens hem moet „het kabinet minimaal kijken wat het kan doen” om dat te voorkomen.

Volgens Kuiper van de ChristenUnie kan de politiek nu niet veel doen. Natuurlijk de overheid kan zich inkopen. „Maar dat gaat miljarden kosten. Is dat nu opportuun, met de bezuinigingen die in het verschiet liggen?”