Met Poetin valt niet te praten, boycot hem

Bas Heijne vindt dat we de Spelen in Sotsji moeten boycotten. Want alleen een ‘dialoog’ heeft echt geen zin.

Direct na de emotionele oproep van de Britse komiek en acteur Stephen Fry aan premier Cameron en de leden van het IOC om de Olympische Winterspelen vanwege Poetins anti-homobeleid niet in Sotsji te houden, volgden de voorspelbare reacties. Ho ho, werkt een boycot niet averechts? Is het niet belangrijker de dialoog aan te gaan? Is die vergelijking met de situatie van de Joden tijdens de Berlijnse spelen in 1936 niet wat overdreven, zelfs smakeloos? Mochten sporters, die zich vier jaar lang hadden voorbereid, wel de dupe worden van de politiek?

De discussie over de Spelen in ‘Sotsji’

Rusland ligt internationaal onder vuur doordat, onder leiding van president Poetin, onlangs een wet is gemaakt die discriminerend is voor homoseksuelen. Aandacht voor homo-, bi- en transseksualiteit in Rusland in het bijzijn van jongeren onder de 18, of het dragen van uiterlijke kenmerken die verwijzen naar deze geaardheid (zoals een regenboogvlag) zijn strafbaar, ook voor buitenlanders in Rusland. President Obama heeft zich afgelopen dinsdag in een Amerikaanse tv-show openlijk gekeerd tegen de Russische ‘homowet’. Hij zei: „Ik heb geen geduld met landen die homo’s, lesbiennes en transseksuelen proberen te bedreigen door hen te intimideren en geweld aan te doen.”

Protesten tegen homodiscriminatie worden feller nu komende winter in het Zuid-Russische Sotsji de Olympische Winterspelen worden gehouden. Moeten alle buitenlanders die Rusland dan bezoeken – sporters en supporters – zich dan aan de Russische anti-homowet houden? Het Internationaal Olympisch Comité verklaarde vorige week: nee, dat hoeft niet. Maar de Russische minister van Sport weersprak dat. De Britse schrijver en acteur Stephan Fry heeft gisteren op zijn website een ‘open brief’ gepubliceerd, waarin hij oproept de Winterspelen in Sotsji te boycotten.

Bij ieder groot sportevenement, en zeker bij de Olympische Spelen, klinkt sinds jaar en dag de roep om boycot, en zeker wanneer deze worden gehouden in een land waarin fundamentele rechten van de mens worden geschonden, danwel wanneer hun legers strijd voeren buiten de landsgrenzen. Dit gold voor de Olympische Zomerspelen van 1980 in Moskou en die van 2008 in Peking.

Het officiële standpunt van het IOC is dat sport en politiek strikt gescheiden moeten blijven en dat Olympische Spelen niet als politiek drukmiddel gebruikt mogen worden.

En daar had je de sceptici al. Waarom had de stem van Fry vier jaar geleden niet tegen China geklonken? Denk je echt dat Poetin zich iets aan een Britse komiek gelegen laat liggen? Iedereen weet dat er geen boycot komt, dus mensen die ertoe oproepen willen zich alleen maar even moreel hoogstaand voelen. En waarom nu ineens opkomen voor Russische homo’s, terwijl het al jaren bergafwaarts gaat met de mensenrechten onder Poetin?

Over al die tegenargumenten kun je een avond lang debatteren. Mijn bezwaar ertegen is dat mensen ze vrijwel altijd als excuus gebruiken, om hun eigen handen schoon te wassen. Vrijwel altijd leiden ze af van de zaak waar het om gaat. Als je een boycot niet effectief vindt, wat dan wel? Scepsis is een nuttige eigenschap, tegenspraak is in ieder debat nodig – maar niet wanneer ze worden ingezet om onder een gewetensvraag uit te komen.

Er ís helemaal geen dialoog!

En het gaat hier om een echte, niet langer te ontkennen gewetensvraag. Die luidt: kan Nederland komende winter onbekommerd de verbroedering van mensen door sport vieren in een land, waarvan we weten dat de haat tegen een minderheid sinds kort door de overheid wettelijk wordt gelegitimeerd?

Ik vind van niet.

Waarom? Omdat wie niet wil horen, maar moet voelen. We kunnen geen dialoog met de Russen gaande houden, omdat er helemaal geen dialoog is. Toen Poetin dit voorjaar Nederland bezocht in het kader van vierhonderd jaar wederzijdse betrekkingen, ontkende hij glashard dat homo’s in Rusland wettelijk gediscrimineerd werden en kaatste hij de bal terug: Nederland had een partij voor pedofielen, daar hoorde je hem ook niet over.

Dat is alle dialoog tot nu toe. En het Nederland-Rusland ging vrolijk door.

De nieuwe Russische anti-homowet is vaag en naar willekeur toepasbaar. Ogenschijnlijk is hij bedoeld om de jeugd van Rusland voor verderf te behoeden. Zo gaat het altijd wanneer er tegenwoordig tegen homo’s wordt geageerd. Dat gebeurt nooit meer expliciet – de vorige paus ageerde ook nooit direct tegen homo’s, hij wilde alleen het huwelijk tussen man en vrouw beschermen. Intussen voerde de katholieke kerk in landen als Frankrijk de hardst mogelijke campagne tegen het homohuwelijk. De honderdduizenden demonstranten die in Frankrijk agressief te hoop liepen tegen het homohuwelijk, verklaarden voor de camera keurig dat ze niets tegen homo’s hadden – het was het bijbehorende recht op adoptie waardoor het hen rood voor de ogen werd. Echt.

Een idee? Het regenboogpak!

Boycotten, ja of nee? Als je ‘Sotsji 2014’ niet wil boycotten, maar er op een alternatieve manier actie zou willen voeren, hoe zou dat kunnen? Voorstel: laat de Nederlandse sporters in Sotsji deelnemen in een ’regenboogpak’.

Vlaggen en kleding in ’alle kleuren van de regenboog’ gelden internationaal als symbool voor ’gay pride’. Wat zou er tegen zijn als het Nederlands Olympisch Comité opdracht zou geven een regenboogpak te ontwerpen voor de sporters die in Sotsji aan de start verschijnen?

Een provocatie? Voor de Russische autoriteiten vast, ja. De Russische ‘homowet’ verbiedt uiterlijk vertoon door en ten gunste van homo-, bi- en transseksuelen. Maar moeten we daarvoor onze eigen Grondwet, met het anti-discriminatiebeginsel, en grondrechten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens opzij zetten?

Deze discussie is het waard te worden gevoerd. Zou het regenboogpak, of een andere vorm van actie of protest, een optie zijn? Reacties zijn welkom via denken@nrc.nl, met name ook van (top-)sporters, bestuursleden van NOC*NSF en ’opiniemakers’ uit de sportsector.

Reacties zijn welkom via denken@nrc.nl, met name ook van (top-)sporters, bestuursleden van NOC*NSF en ’opiniemakers’ uit de sportsector.

Stephen Fry heeft gelijk wanneer hij stelt dat de Russische wet de haat en agressie tegen lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders aanwakkert – de staat stookt het vuur van de virulentie hoog op, om de aandacht van andere problemen af te leiden. Haat gerust, van ons mag het.

Klootloze Realpolitik
De Nederlandse politiek heeft op het punt van de mensenrechten in Rusland stevig stelling genomen – zonder dat het ook maar enig gevolg heeft, dat spreekt vanzelf. Tekenend is het recente debat met de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, dat terug te lezen is op de site van VVD-Kamerlid Han ten Broeke, naar aanleiding van de omstreden festiviteiten van het Nederland-Ruslandjaar en het bezoek van Poetin. Ten Broeke:

“Ik zou graag zien dat ook onze premier bij het korte bezoek dat gebracht wordt, de mensenrechtensituatie in den brede aan de orde stelt zonder het feest te verstoren.”

Afgelopen week vroeg ditzelfde Kamerlid of minister Timmermans van de Russen de verzekering kon krijgen dat de wet niet zou gelden voor de deelnemers van de Olympische Spelen.

Het is dit soort klootloze Realpolitik die Nederland nu alweer jaren in z’n greep heeft, omdat we vinden dat Nederland voorheen een veel te grote broek aantrok. Dus: wel een moreel standpunt innemen, maar het mag ons niets kosten. En altijd met het excuus: de wereld is gewoon te groot, wij zijn te klein. Maar vooral de dialoog blijven aangaan. Altijd de dialoog aangaan.

Nee. Het is tijd voor een gebaar. Een echt, stevig gebaar – een boycot. Of iets anders dat niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.
Voor de Russen. En, inderdaad, ook een beetje voor onszelf.