Meekijken mag, zolang je het niet merkt

Het denken over privacy is verschoven. Zolang de overheid niet binnendringt in de huiskamer, hebben maar weinig Nederlanders er moeite mee dat hun persoonlijke gegevens verzameld worden. Maar hoe ver mogen overheidsdiensten gaan? En om wat voor gegevens gaat het eigenlijk? Een selectie.

Het is een boeiende paradox: het vertrouwen in de overheid daalt en toch lijken burgers in toenemende mate bereid hun privéleven met diezelfde overheid te delen.

Camera’s in de openbare ruimte, het registreren en opslaan van autokentekens, onbemande vliegtuigen waardoor massa’s mensen kunnen worden bekeken en het afluisteren van telefoons – wie maakt zich er druk om? Zolang het beoogde doel een veiliger leefomgeving is, zijn Nederlanders coulant.

Niet dat de overheid zichtbaar mag binnendringen in de privésfeer. Daar ligt de grens. De slimme energiemeter was een brug te ver. Net zoals de kilometerheffing met kijkkastje. Of het realityprogramma van Eyeworks met beelden van gewonden op de Eerste Hulp. Het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) ook – aanvankelijk dan. Na de afwijzing in 2010 kwam het EPD er alsnog en inmiddels gaven honderdduizenden Nederlanders toestemming voor het delen van hun medische gegevens.

Na de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden over de afluisterprogramma’s van de Amerikaanse overheidsdienst NSA, ontstond in Duitsland een maatschappelijk debat over privacy. Gevoed door het verleden is de angst voor een meekijkende overheid bij de oosterburen groot. In Nederland bleef het relatief stil. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) beantwoordde een paar vragen – nee, Nederlandse diensten gebruiken het Amerikaanse afluisterprogramma PRISM niet.

Wat zegt dat over de Nederlandse omgang met privacy? Waar ligt de grens? Wanneer vinden Nederlanders inbreuk op hun privéleven niet langer acceptabel?

Wie een overzicht maakt van bekende en minder bekende gevallen van privacyinbreuk door de overheid, ziet een patroon. Pas als de inbreuk tastbaar wordt – een energiemeter in huis – ontstaat verzet. Maar de meest ingrijpende aantastingen van het privéleven – een overheid die meeluistert met telefoongesprekken, meeleest met e-mails of Facebook-accounts bekijkt – zijn sluipenderwijs aanvaard.

Trouwens: niet de overheid, maar bedrijven als Google, Facebook, Skype, Apple en ook Ahold en reclamebureaus doen de grootste greep in het privéleven. Zij beschikken niet alleen over obligate persoonsgegevens als woonplaats en leeftijd, maar ook over intiemere informatie. Voorkeur voor muziek, inzicht in reis- en koopgedrag, relaties, vriendschappen. En zelfs in de gemoedstoestand. En dat allemaal doordat Nederlanders het vrijwillig toelaten: via Facebookprofielen, zoekopdrachten en tweets, door het delen van foto’s en locaties en door het laten scannen van bonuskaarten.