Lichtpunten in economie

Ze zijn gesignaleerd, de eerste tekenen van nieuw leven in de economie. In Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook in Nederland. Mark Carney, de nieuwe bankgouverneur van de Britse centrale bank ziet ze, net als werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes, en ook de Hollandse kapiteins van banken en verzekeraars maken er melding van.

De gedaantes waarin de hoop zich aandient, zijn vooralsnog klein. Vertrekkend bestuursvoorzitter Jan Hommen van ING repte deze week op zijn laatste persconferentie van dalingen die aan het afnemen zijn. Zijn collega bij verzekeraar Delta Lloyd ziet zelfs die niet. Maar hij is optimistisch omdat hij verwacht binnenkort de tekenen van herstel te zien.

Toch zijn de economische indicatoren die in Europa tot optimisme stemmen wel degelijk aanwezig. De graadmeter van de Duitse industriële productie steeg in de maand juni met 2,4 procent, veel meer dan verwacht. In Frankrijk verbeterde de handelsbalans door een dalende import en aantrekkende export. Dat laatste zou kunnen duiden op een groeiende concurrentiekracht. De Franse minister van Handel twijfelt daar niet aan. De bescheiden exportgroei toont volgens haar een aansterkende Franse economie, vrucht van socialistisch hervormingsbeleid en steun voor de gevoerde politiek.

Wie de conjunctuur volgens het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) bekijkt, vindt groei onder het historisch gemiddelde én groei die negatief is. Maar ook hier is de laatste maand verbetering te zien, hoe pietepeuterig ook.

De vraag is wanneer sprake is van toeval, van een afrondingsfout of schijnprecisie. De afnemende dalingen en ook de daadwerkelijke stijgingen zijn alle dermate bescheiden dat terughoudendheid is geboden bij het trekken van conclusies. Het zal niet de eerste keer zijn dat het einde van een recessie wordt aangekondigd, maar dat nadien door een, niet ongebruikelijke, correctie op de cijfers die groei toch een krimp blijkt te zijn. De financiële markten lijken niettemin overtuigd. Beleggers kopen weer aandelen. De Amsterdamse beursindex beweegt zich rond het hoogste niveau in bijna vijf jaar.

Toch liggen voor een pessimistische diagnose de symptomen nog steeds voor het oprapen. Banken blijven kwetsbaar. De werkloosheid breekt overal records. Nederland bevindt zich in de derde recessie binnen vier jaar. Dat gebeurt in een eurozone waar de economie zes kwartalen op rij krimpt, en met de inflatie is Nederland inmiddels koploper in Europa. Al twee jaar bevindt die zich boven de grens van 2 procent – voor de Europese Centrale Bank het maximaal toelaatbare voor de gehele eurozone. Vorige maand doorbrak de inflatie in Nederland de grens van 3 procent, zo maakte het CBS deze week bekend. Het betekent dat de 100 euro die u vandaag bezit, binnen 23 jaar in waarde is gehalveerd.

Dat juist een vermogend land als Nederland, met zijn grote pensioenreserves, de hoogste inflatie in de eurozone heeft, is exact de cynische oplossing die sommige economen de laatste jaren aandroegen om de verschillen binnen Europa te verkleinen. Doordat zwakkere, voornamelijk mediterrane, landen in concurrentievermogen zijn achtergebleven, is convergentie gewenst. Met één munt en één rentevoet is dat te bereiken door een hogere inflatie in de sterkste landen en een lagere inflatie in de zwakkere landen. Dan krijg je een sluipende waardeoverdracht van noord naar zuid. Minder pijnlijk dan rechtstreekse noodhulp.

Doelbewust kabinetsbeleid zal het niet zijn. De hoge inflatie lijkt vooral een gevolg van btw-verhogingen en andere lastenverzwaringen, allemaal maatregelen in een poging het tekort op de begroting terug te dringen. Consumentenvertrouwen en binnenlandse bestedingen zijn stabiel historisch laag. Het zal het buitenland moeten zijn dat Nederland uit de laagconjunctuur kan trekken.

Het is verleidelijk en zelfs menselijk om in deze tijd van tergend lange en zeurende economische tegenslag een positieve kentering te ontdekken – kansen te ontwaren, hoop te houden. Of de waargenomen lichtpuntjes nu misplaatst zijn of niet, is economisch gezien niet relevant.

Sterker, economie is een kwestie van vertrouwen. Het voordeel van het huidige groeiende optimisme is dat het een zekere graad van self-fulfilling prophecy kent. Wie vertrouwen heeft, gaat besteden, wie dat niet heeft doet dat niet.