Kasplantjes

Freek de Jonge was weer ouderwets aanwezig op televisie. Hij hunkerde naar bloed aan de paal op de Winterspelen in Sotsji. In afwachting riep hij het IOC en de bonden op afstand te nemen van de Russische anti-homowetten. Maar, zo prevelde hij moedeloos: „Een echte boycot zit er weer niet in.”

Nee, die komt er niet.

Het IOC schittert niet in ethische bevlogenheid. Eens de Spelen toegekend aan stad en land, houdt niets of niemand de vlam nog tegen. De grootmachten bier en patat laten dat niet toe. Het IOC zelf kan ook niet de hoogmis van sport en business weerstaan.

De Russische Doema keurde een wet goed die inhoudt dat het verboden is in het bijzijn van kinderen over homoseksualiteit te praten. De boete is fors, opsluiting kan ook. IOC-voorzitter Jacques Rogge zegt dat het in Sotsji allemaal wel zal meevallen. Rogge staat in het boboleven met de naïviteit van een gelovige. Bescheiden man. Nooit zal hij een staatshoofd of regeringsleider bruuskeren met gewetensvragen.

Poedeldiplomaat.

Nederland pretendeert principiëler te zijn in het verzet tegen discriminatie op basis van seksuele geaardheid. Excessen van homofobie komen in onze samenleving weinig voor. Al is borstklopperij ook weer een stap te ver. In het nachtleven van Amsterdam zijn homo’s hun leven niet helemaal zeker. En van de ranzigheid in sommige moskeeën word je ook niet vrolijk. Maar wat Poetin en de zijnen aan wetgeving uitvreten, is ondenkbaar in Den Haag en omstreken.

Nederland koketteert met een brevet van tolerantie.

Toch roepen homo’s ook hier weerstand op. Met name in de voetbalwereld wordt hun bestaan vrolijk ontkend. Om het met de woorden van René van der Gijp te zeggen: „Voetbal is geen sport voor homo’s. Als je 14 bent en je komt erachter dat je homo bent, ben je klaar met voetballen. Dan ga je in een kapperszaak werken.”

Gewaagde uitspraak.

Natuurlijk zijn er homo’s in het voetbal. En ook kappers hebben een eigen noblesse. Ik weet wel: als tv-paljas in praatprogramma’s over voetbal kun je alles zeggen, maar toch: le ridicule tue.

AZ-coach Gertjan Verbeek trok ook zijn klompen aan voor een bijdrage aan het homodebat. Hij constateerde: „Homo’s zijn niet bestand tegen de extreme druk van topvoetbal.”

Met andere woorden: kasplantjes, Gertjan?

Nee, homohaters zijn ze niet, Van der Gijp en Verbeek. Maar ze zijn wel lomp en dwaas in hun shockerend commentaar. Enig verbaal raffinement ontbreekt.

Shoveltaal.

De KNVB was vorig weekend met een eigen boot aanwezig op de botenparade van de Gay Pride in Amsterdam. De bondscoach pontificaal vooraan op het dek. En maar lachen en maar zwaaien. Het valt mij op dat Louis van Gaal almaar vrolijker wordt. Alsof hij zichzelf aan de zwaartekracht heeft onttrokken en nu als hemellichaam door de dagen zweeft.

Enfin.

Het statement van de KNVB, mede in de persoon van de bondscoach, tegen homofobie in eigen kring was zeker goedbedoeld. Maar er is meer nodig om voetballers uit de kast te laten komen. Een volgehouden campagne à la de Justin Fashanu All Stars is een minimum. Coaches zouden zich ook meer mogen roeren in de kleedkamerhumor die meestal over vrouwen, moslims en homo’s gaat. Al komt daar stilaan verandering in: grapjes over de ramadan hoor je vrijwel nooit meer in de kleedkamer.

Sport en mensenrechten draaien in een cirkel van wederzijdse negatie. Het zijn onderscheiden werelden met een eigen, agressieve logica. Slechts weinigen slagen erin een brug te slaan. Er is nauwelijks belangstelling voor.

Apartheid is comfortabel.