Japanse tactiek: wat niet weet wat niet deert

Bij een hoorzitting over de toekomst van de kerncentrales in Fukushima blijkt dat de ernst van de problemen bij de overheid in Japan niet is doorgedrongen.

Zo’n honderd Japanners kwamen donderdag vanuit geheel Japan naar Tokio voor een openbare hoorzitting over de kerncentrale Fukushima. Als ze gehoopt hadden meer te weten te komen, kwamen ze bedrogen uit.

„Wat vandaag duidelijk werd, is dat er te veel geheimhouding is”, zei Mizuho Fukushima van de Sociaal- Democratische Partij (SDP) na de hoorzitting. „Ook is er te veel nadruk op het herstarten van kernreactoren ten koste van het oplossen van de problemen in Fukushima.”

De hoorzitting had duidelijkheid moeten bieden over de nieuwe problemen in Fukushima. Vorige week zaterdag werd bekend dat er sinds maart 2011 tussen de 20 en 40 biljoen becquerel radioactief tritium, een isotoop van waterstof, de oceaan was ingestroomd. Energiebedrijf TEPCO, de exploitant van de kerncentrale, had dit steeds ontkend.

Ook bleek dat de eerste vijf dagen van augustus het niveau van radioactief cesium in grondwater rond de kerncentrale vijftien maal zo hoog was geworden. Tevens dreigen binnen enkele weken dagelijks honderden tonnen zwaar besmet water de oceaan in te lekken.

In een interview met persbureau Reuters noemde het hoofd van een taskforce van de Japanse toezichthouder NRA (Nuclear Regulatory Authority) het lekkende grondwater in Fukushima een „noodsituatie”. TEPCO’s besef van de crisis is „zwak”, zei hij.

In de hoorzitting beantwoordden afgevaardigden van de NRA en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken vragen van politici en betrokkenen. Keer op keer werd de vergaderzaal gevuld met geruis van verbazing en verontwaardiging.

„Wie heeft de verantwoordelijkheid voor Fukushima”, wilde een vragensteller weten, „NRA of het ministerie van Economische Zaken?” Geen van de ambtenaren kon die vraag beantwoorden. Ze keken elkaar vragend aan.

„Wanneer was u op de hoogte van de problemen met het grondwater?” Pas afgelopen zaterdag, toen TEPCO het bekendmaakte, antwoordde een ambtenaar. Tot voor kort wisten ze zelfs niet dat TEPCO maandenlang geen peilingen had uitgevoerd.

Zelfs de omvang van het dagelijks lekkende besmette grondwater (400 ton) was niet door onafhankelijk onderzoek bevestigd, maar bleek een schatting van TEPCO, die de overheid onvoorwaardelijk overnam.

De hoorzitting toonde dat zowel NRA als het Agency of Natural Resources and Energy (ANRE) van het ministerie van Economische Zaken volledig afhankelijk is van wat TEPCO vertelt. Er is een totaal gebrek aan toezicht en verantwoording. Het energiebedrijf krijgt ogenschijnlijk nog steeds de vrije hand in Fukushima.

De hoorzitting toonde tevens een groot gebrek aan transparantie. Zo bleken ANRE en de constructiebedrijven die werk verrichten in Fukushima, drie keer vergaderd te hebben over het grondwaterprobleem. Elke keer achter gesloten deuren „om bedrijfsgeheimen te waarborgen”, legde een ambtenaar uit.

SDP-parlementariër Fukushima vond dit onacceptabel. „Niemand weet wat er bepraat en besloten wordt, terwijl er besluiten worden genomen over enorme kosten die de belastingbetalers moeten dragen. Maak de discussies openbaar, betrek specialisten erbij en publiceer wat de kosten en mogelijkheden zijn”, eiste ze van de ambtenaren.

De hoorzitting wekte sterk de indruk dat de Japanse overheid tot nu toe gehandeld heeft alsof de problemen in Fukushima al opgelost waren. Zo bleek toezichthouder NRA wel meer dan honderd vergaderingen te hebben gehouden over het herstarten van de stilliggende kerncentrales, maar slechts een handjevol over de problemen in Fukushima.

De sociaal-democratische politica Fukishima vindt dit onverantwoord. „We weten niet waarom er zoveel besmet grondwater is”, zegt ze. „Mogelijk doordat de kerncentrale beschadigd is door de aardbeving, niet enkel door de tsunami. Zolang dit onduidelijk is kunnen kerncentrales niet veilig worden herstart.”