Hoe de islam opnieuw de Sahel verovert

Ooit was het overwegend islamitische Mali een bakermat van religieuze tolerantie. Door de komst van meer fundamentalistische stromingen staan de verhoudingen nu op scherp. Zondag zijn er verkiezingen.

In de smalle steegjes van Mopti vermengt de zoete geur van koeienstront zich met die van de uitlaatgassen van brommertjes. Tegenover de moskee spelen jongeren. Mamoudou Fané slentert met zijn gereedschap het gebedshuis binnen. „Daar gaat de wahabitische loodgieter”, lachen de jongeren hem uit. Geïrriteerd zwaait Fané met zijn armen. „In de moskeeën van de wahabieten krijg ik werk en voedsel”, kaatst hij terug. „Ik ben arm en heb een familie te voeden.”

„Overloper”, joelen de jongens.

In Mali voltrekt zich een gestage religieuze revolutie die gevolgen kan hebben voor de gehele Sahel en die een gevaar oplevert voor Europa. Ooit was het overwegend islamitische Mali een bakermat van religieuze tolerantie. De afgelopen jaren is daar sluipenderwijs verandering in gekomen door de komst van het fundamentalistische wahabisme vanuit Saoedi-Arabië. De religieuze verhoudingen in Mali kwamen vorig jaar op scherp te staan door de gewapende opmars van moslimextremistische groeperingen uit het noorden. Alleen door militair ingrijpen van Frankrijk kon worden voorkomen dat ze het hele land in hun greep kregen.

Eeuwen geleden ontwikkelden zich handelsrijken rond de steden Djenné, Mopti en Timboektoe. Aan de basis van de rijkdom lag hun geografische positie tussen Afrika boven en Afrika bezuiden de Sahara. Met de handelaren uit het noorden arriveerde de islam. De zwarte bevolking absorbeerde en vermengde het geloof met eigen godsdiensten, een wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden, en zo ontstond een Afrikaanse sufi-vorm van de islam.

Honderden jaren later komt de islam opnieuw naar de Sahel, nu met een niet te stelpen missiedrang en de weg geëffend door geld van Saoedi-Arabië, Qatar en Pakistan. Buitenlanders, maar ook Malinezen die studiebeurzen kregen om te studeren in Saoedi-Arabië, introduceren de strikte vorm en de veroordelen de sufi’s.

Deze fundamentalistische geloofsvormen – wahabisme, salafisme en de Tabligh-beweging – houden er verschillende methodes en regels op na. Wahabieten en veel salafisten keren zich tegen de verspreiding van het geloof met de wapens. De wahabieten zijn niet dezelfde als de extremistische moslimstrijders gelieerd aan Al-Qaeda, die vorig jaar Noord-Mali bezetten. De vraag is of de opmars van de fundamentalistische islam een vruchtbare voedingsbodem vormt voor terroristen. En of dit niet alleen voor Mali geldt, maar voor de gehele Sahel. Wahabieten en extremistische moslimstrijders propageren een ‘zuiver geloof’ en zaaien haat en verdeeldheid.

Loodgieter Fané neemt me mee naar de bazaar. In zijn kraampje sleutelt Abdourame Touré aan een oude radio. Hij leidt een groep van jonge en fundamentalistische moslims van Mopti. Hij is wahabiet maar wil zo niet genoemd worden. Want aan die naam kleeft een nare geur sinds moslimkrijgers vorig jaar Noord-Mali innamen. In de door hen veroverde stadjes en dorpen gingen ze bidden in de moskeeën van de wahabieten.

„God heeft het zo gewild”, zegt Touré over de bezetting. Toch veroordeelt hij de moslimstrijders. „De Koran schrijft voor dat je een stad met moslims en christenen niet mag aanvallen zonder eerst een boodschapper te sturen. Daar moet iedere moslim zich aan houden. Er is slechts één interpretatie van de islam mogelijk.”

Uit de minaret vloeit de zalvende stem van de imam door de steegjes. Voorbijgangers trekken een ezelskar los uit het open riool. We wandelen verder naar het vrouwencollectief Aicha, een project betaald door Saoedi-Arabië. Vrouwen in zwarte gewaden zitten op matten. Directrice Puritine Traoré gaat gesluierd. „Ik ben een wahabiet”, vertelt ze. Samen met haar echtgenoot, die er werk vond, leefde ze vijf jaar in Saoedi-Arabië. „De islam daar is beter ontwikkeld dan in Mali. Mali heeft meer islamitisch onderwijs nodig, ons land is veel te seculier.” De tachtig meisjes die er werken, krijgen voedsel en lessen in de Koran. „Zie je wel hoe goed de wahabieten voor ons zorgen”, zegt Fané triomfantelijk.

We ploegen door de verlammende hitte naar zijn arme woonwijk. Mali is een van de armste landen ter wereld en dat geldt ook voor de andere landen in de regio. Hasseye Kanita, een sociaal werker, nodigt ons uit in de schaduw. „We zien een snel veranderende mentaliteit in Mali”, vertelt hij. „Wahabitische jongeren gebruiken agressieve taal en sluiten zich af. Steeds meer vrouwen gaan gesluierd. In dorpen en steden verrijzen nieuwe moskeeën van wahabieten, de predikers worden betaald door Saoedi-Arabië, Qatar en Pakistan. Ze verstrekken voedsel en studiebeurzen in het Midden-Oosten.”

Malinezen zijn opvallend vriendelijk, open en gastvrij. Valt een ruim duizend jaar oude cultuur van tolerantie in zo’n korte tijd te vervangen door een religie van onverdraagzaamheid? Alle aanwezigen onder het afdakje geven de democratie de schuld. De coup van 1991 betekende het einde van 23 jaar straf militair bestuur. „Eerst onder de burgerpresident Alpha Konaré, gevolgd door Amadou Toumani Touré, mochten religieuze stromingen uit het Midden-Oosten ongehinderd met geld aanhangers rekruteren in Mali”, zegt Kanita. Vóór 1991 werkten er zes islamitische ontwikkelingsorganisaties in Mali, in 2000 waren dat er al 106. Van de Malinezen is 90 procent moslim, van hen heeft 20 procent zich tot de wahabitische stroming bekeerd.

De door Saoedi-Arabië gefinancierde Hoge Raad van Moslims, geleid door imam Mahmoud Dicko, roept op tot meer invloed van de islam in de politiek. Toen in 2009 het parlement een wet aannam die erfrecht voor vrouwen mogelijk maakte, beloofde Dicko dat „Mali zal branden”. Hij organiseerde demonstraties tegen de invoering, waarna de regering de wet introk.

„Dicko spreekt met vele tongen”, vindt Kanita. „Maar hij heeft gelijk als hij zegt dat de politieke klasse faalde. Geestelijken staan dichter bij het volk dan politici.” Wat vormt volgens hem de belangrijkste voedingsbodem voor de fundamentalisten? „Armoede en de afwezigheid van de staat”, volgt rap zijn antwoord. Loodgieter Fané knikt instemmend. Het is zeven uur en de imam roept op tot het gebed. We besluiten naar de dichtstbijzijnde moskee te gaan, een gebedshuis van de sufi’s.

Een priester met lang rastahaar zit te friemelen aan zijn gebedsketting. Het is heet en het zweet druppelt van mijn lichaam. Imam Sidibe Abedkader verontschuldigt zich. „Wij bidden in een eenvoudig onderkomen, wij hebben geen geld voor een airconditioner zoals in de moskee van de wahabieten.” Hij wijst naar de loodgieter. „Vertel jij maar hoe geriefelijk hun moskeeën zijn”. Waarna hij vervalt in een tirade tegen Saoedi-Arabië. „Het legt ons zijn vorm van islam op en wil ons sufi’s verdrijven. De Saoediërs zijn kolonisten.”

God uit zich in de Koran volgens de sufi’s in beeldspraken. Ze nemen het heilige boek niet letterlijk, zoals de wahabieten. „Je moet God in jezelf ontdekken. Iedereen is een stukje licht. Dat betekent dat je tolerant moet zijn en de Koran op een spirituele wijze moet uitleggen”, leert de imam zijn volgelingen. „Wij sufi’s moeten ons bezinnen op een rol in de politiek, want anders worden we verdreven door de wahabieten. Als de moslimstrijders Mopti hadden bereikt, was mijn moskee nu gesloten.”

De volgende dag reis ik naar Konna, op anderhalf uur rijden van Mopti. Konna werd het keerpunt. Toen de extremistische moslimstrijders in januari het stadje van 30.000 bewoners innamen met het doel om door te trekken naar Mopti, stak het Franse leger daar een stokje voor.

In het zwaar beschadigde kantoor van burgermeester Sory Ibrahima Diakite hangt het portret van Francois Hollande, „de president aan wie we onze vrijheid danken”. De burgemeester vertelt hoe de bezetters hem ontsloegen, want voortaan zouden de imams de macht uitoefenen.

Kregen de strijders steun tijdens de bezetting? „Zeker, enkele jongeren sloten zich bij hen aan. Ze wisten goed de weg hier. Een marabout stond ze terzijde.” Speelden de wahabieten onder één hoedje met de moslimstrijders? „De extremistische strijders behoren tot dezelfde clan als de wahabieten. In de Sahel betekenen landsgrenzen weinig en sinds de karavaanhandel eeuwen geleden wordt er veel gereisd. De wahabieten zijn vaak reizende handelaren, daarom reikt hun invloed ver. Ze hebben veelal een lichte huid en komen uit Mauretanië en Algerije. Sinds de interventie van de Fransen zijn velen spoorloos verdwenen.”

Op de markt blijken vele winkeltjes gesloten, de eigenaren zijn met de noorderzon vertrokken. Ik tref er Issa Dembé, een van de 500.000 ontheemden als gevolg van de oorlog. Hij ontvluchtte Gao, de stad waar tijdens de bezetting de moslimstrijders door menigeen werden verwelkomd. De afgelopen jaren hadden in Gao de wahabieten al hun presentie versterkt. „Ze zeggen dat onze gebeden niet geldig zijn.” Dembé vertelt over de aanwezigheid tijdens de bezetting in Gao van de Nigeriaanse terroristengroep Boko Haram en van strijders uit Jemen. Hij durft nog niet terug te gaan, „want de extremisten hebben nog slapende cellen en zullen proberen terug te slaan”.

Dezelfde angst voor ondergedoken extremisten kom ik enkele dagen later in Bamako tegen. Imam Maki Bah spreekt over spionnen in de hoofdstad. „De extremisten willen nog steeds Mali overnemen”, verzekert hij. Hij is hoofd van de landelijke Organisatie van Jonge Moslims. „De wahabieten en de salafisten zijn handlangers van de terroristen.” Hij wijst op de trainingscentra bij de wahabitische moskeeën in Bamako. „Die doen aan ideologische manipulatie. Ze houden er een soort militie op na. Ze manipuleren met hun ophitsende taal ongeschoolde en werkloze jongeren. Ze werken aan de expansie van de Arabische invloed in Afrika. In de Arabische wereld wordt nog steeds gedacht dat Afrikaanse moslims geen echte moslims zijn.”

Is Mali de eerste omvallende dominosteen in de Sahel? Of was de bezetting van het noorden een typisch Malinees probleem? De opkomst van radicale religies, de ingestorte onderwijssector en de diepe armoede zijn niet de enige verklaringen. Door de zwakke staat ontwikkelde zich in Mali een alternatieve economie in de vorm van handel in drugs, wapens, sigaretten, gijzelaars en migranten. Burgers en radicale moslimstrijders werken samen met de criminelen. „In Mali profiteerden hele dorpen van die criminaliteit. Die netwerken moeten worden aangepakt, anders zullen de terroristen opnieuw de macht kunnen grijpen.”

Frankrijk nam het initiatief met zijn interventie en donorlanden zegden sindsdien 3 miljard euro aan steun toe voor Mali. De tweede ronde van de verkiezingen, zondag, moet de regering na de militaire coup vorig jaar wettig maken. Niemand weet precies hoe Mali en de regio te stabiliseren. Voor veel Malinezen is duidelijk dat de vrijheid van geloofsverspreiders aan banden moet. Zeïni Moulaye is een voormalig minister die waarschuwt voor de gevolgen van de invloed van de religieuze radicalen uit het Midden-Oosten. „Laten we van hen eisen dat ze onze cultuur en wetten respecteren. Zoals een scheiding van staat en religie”, bepleit hij. „Er is de letter en er is de geest van de Koran. Wij moslims in Afrika weten dondersgoed het onderscheid.”