‘Gehandicapte vrouw zat in verkeerd tehuis’

De 44-jarige geestelijk gehandicapte vrouw die vorig jaar is gestorven in een Gronings tehuis nadat vier begeleiders haar tegen de grond hadden gewerkt, kon daar niet goed behandeld worden.

Dat erkennen de verantwoordelijke bestuurders van de Groningse zorgorganisatie Novo vandaag in een gesprek met deze krant.

De vrouw had behalve gedragsproblemen ook last van psychoses. „We hadden moeten doorverwijzen”, zegt Jaap van der Pol. Naar een gesloten BOPZ-afdeling, waar gewerkt mag worden met vrijheidsbeperkende maatregelen en dwang. Wiecher Hadderingh, sinds januari medebestuurslid: „De medewerkers in Onnen probeerden deze cliënt te behandelen, maar ze konden dat onvoldoende met onze methode.”

Hadderingh doelt op een pedagogische aanpak waarbij de instelling de regie voert en bewoners hun vrijheden moeten terugverdienen met goed gedrag. Na kritiek van de inspectie kondigen de bestuurders aan daarmee te stoppen.

Van der Pol: „We zijn tekortgeschoten, dat is vastgesteld door de inspectie en andere onderzoekers. We hebben nu een breder intaketeam, met behalve een afdelingshoofd en een gespecialiseerd arts ook een psychiater en een orthopedagoog. Zij maken een probleemanalyse en kijken: wat is de vraag van de cliënt en kan de instelling daarmee aan de slag? Zo niet, dan verwijst het team door naar een andere instelling.”

De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde na het overlijden dat drie betrokken begeleiders onvoldoende waren geschoold en oordeelde dat vrijheidsbeperking ongeoorloofd was omdat de vrouw vrijwillig in het huis zat. Het Openbaar Ministerie ziet af van vervolging omdat het personeel handelde uit noodweer. De inspectie licht nu alle tachtig locaties van de Groningse zorginstelling door op de kwaliteit.

In het tehuis in Onnen woonden verstandelijk gehandicapten die zijn vastgelopen in hun dagelijkse patroon. Het is inmiddels gesloten. Maar de bestuurders hopen in de toekomst weer een gespecialiseerd behandelcentrum voor hen te kunnen beginnen, met toestemming van de inspectie. De groep met gedragsproblemen groeit, zegt Van der Pol: ,,De noodzaak is groot.”