Bedreigde koe moet weer in de wei

In 2025 staat nog slechts eenderde van de melkkoeien in Nederland in de wei. Een slechte zaak voor de koe, maar ook voor de boer, stelt Ruud Tombrock.

Rood- en zwartbontkoeien in het Groene Hart, 2013
Rood- en zwartbontkoeien in het Groene Hart, 2013 . Foto David Rozing

Wordt de koe in de wei het zeldzaamste dier van Noordwest-Europa? Het lijkt een overdreven vraag, maar ze is urgent. Want de melkveehouderij verandert in hoog tempo. De achtergrond is bekend: de kosten nemen sneller toe dan de melkprijs, waardoor het voor melkveehouders steeds belangrijker wordt hun economisch rendement te verbeteren. In reactie daarop wordt de productie steeds verder geïntensiveerd en grootschaliger. Dit leidt tot een drastische afname van beweiding.

Het percentage Nederlandse koeien dat nooit kan grazen was al opgelopen van tien procent in 2001 tot dertig procent in 2011. Op basis van een economisch model heeft onderzoeksinstituut LEI Wageningen in opdracht van World Society for the Protection of Animals nu uitgerekend hoe deze trend verder loopt. De uitkomst is schokkend. Als er geen actie wordt ondernomen, staat in 2025 nog slechts eenderde van de melkkoeien in Nederland in de wei. In ons omringende landen staan bijna alle koeien al hun hele leven binnen (Denemarken, delen van Duitsland) of dreigt het dezelfde kant op te gaan (noordwest-Duitsland, Engeland). Alleen in Ierland is en blijft de koe in de wei geen bedreigd dier.

De eroderende grondgebondenheid van de melkveesector, koeien die de varkens en kippen achterna gaan en in megastallen uit het zicht verdwijnen: een slechter scenario voor deze sector is moeilijk denkbaar. Geen wonder dat de laatste jaren steeds meer initiatieven worden ontplooid om weidegang te stimuleren. En op dit punt biedt het genoemde onderzoek hoop. Als weidegang als vergroeningsmaatregel wordt gestimuleerd onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) of als er innovatief graslandmanagement wordt toegepast, scheelt dat. Nog beter werkt de weidegangpremie die zuivelcoöperaties als CONO, FrieslandCampina en DOC uitkeren. Een combinatie van dergelijke beleidsinstrumenten kan het percentage koeien dat in 2025 voldoet aan de weidegangnorm (120 dagen, zes uur per dag weidegang per jaar) zelfs bijna op hetzelfde peil houden als op dit moment.

Twee kanttekeningen zijn daarbij overigens van belang. Want ook bij die maximale inzet van beleidsinstrumenten daalt de weidegang aanzienlijk: van gemiddeld 1.282 uur weidegang in de periode mei-oktober (meetjaar 2011) tot slechts 848 uur in 2025, een afname van 34 procent. Bovendien hebben de onderzoekers gerekend met een weidegangpremie van één eurocent per liter melk. Zuivelcoöperaties FrieslandCampina en DOC, samen goed voor meer dan viervijfde van de Nederlandse productie, keren slechts een halve cent per liter uit. De huidige maatregelen vormen kortom een goed begin, maar zijn ontoereikend om de trend van ‘opstallen’ te stoppen – laat staan om te buigen.

De meest hoopgevende boodschap is daarom wellicht dat de economische analyse van Nederlandse melkveebedrijven laat zien dat grote bedrijven die hun koeien veel laten grazen, gemiddeld een hoger inkomen uit hun bedrijf halen dan bedrijven die hun koeien niet of minimaal in de wei laten. Weidegang blijkt vaak een effectieve commerciële strategie te zijn en zal dit, onder de verwachte economische omstandigheden, ook zeker tot 2025 blijven.

Dat boeren in toenemende mate ervoor kiezen hun dieren weidegang te ontzeggen, is niet een door onoverkomelijke economische macht gedreven proces. Het wordt veroorzaakt door het soort kennis, de managementvaardigheden en de mentaliteit die momenteel domineren.

Of koeien in de toekomst kunnen blijven grazen, hangt daarmee ook af van de vraag of de melkveehouderij in staat zal zijn zich, in elk geval ten dele, opnieuw uit te vinden. Ondanks de sombere prognose geven voorbeelden van innovatieve, onverschrokken melkveehouders die hier al een voorschot op hebben genomen, toch reden tot optimisme.

Ruud Tombrock is directeur van WSPA Europa. WSPA is een organisatie die wereldwijd het welzijn van dieren bevordert.