Vergeet Zimbabwe maar

‘Een nieuw land dient het verleden in ere te houden’, schreef de Zimbabwaanse schrijfster Yvonne Vera (1964) aan het slot van De stenen maagden, haar laatste roman voordat ze in 2005 overleed. Een typerende uitspraak voor het werk van haar generatie, waartoe ook de in Nederland bekende Chenjerai Hove (1956) behoort. Kritisch zijn ze over hun land, zonder daarbij het idee van nation building uit het oog te verliezen.

Maar wat houd je over wanneer er een generatie opstaat die de onafhankelijkheidsstrijd van Zimbabwe niet heeft meegemaakt?

Pettina Gappah (1971) zei in een interview met hierover: „Hove behoort tot de eerste generatie Zimbabwaanse schrijvers, ik tot de tweede. Mijn generatie is ongeduldiger. We hebben het niet over opbouwen, maar over het verbeteren van de bestaande situatie’’ (NRC 16.01.2010). Hoe dat ongeduld eruit zag was te lezen in haar verhalenbundel De danskampioen (2009).

Wie de debuutroman We hebben nieuwe namen nodig van Noviolet Bulawayo leest, heeft het idee dat er een derde generatie in Zimbabwe is opgestaan. In dit boek – dat op de longlist van The Booker Prize staat – lijkt het idee om de situatie te verbeteren inmiddels achterhaald. De vertelster is een klein meisje, en ze is het ongeduld voorbij: Zimbabwe is opgegeven. Alles wat we via treurige reportages en cynische verslagen van het land weten, duikt op in deze roman.

Tsvangirai

Bulawayo vertelt over de hoop op verandering na de vorige stembusgang, toen men nog dacht dat oppositieleider Tsvangirai uitkomst zou bieden. Ze schrijft over het vermoorden van Mugabes tegenstanders en over de BBC-journalisten die de begrafenis van een van hen vastlegden.

Het vertellende meisje, Darling, ziet hoe blanken uit hun huis worden geschopt, inclusief het kleine keffertje dat door de ‘oud-strijders’ als toppunt van decadentie wordt gezien. Darling vertelt over de Chinezen die het land grote winkelcentra geven, ‘goedkope zooi aanbieden die na een paar dagen kapot is’ en in hun taal ‘ching-chong ching-chongen alsof Chinees nu onze volkstaal is’. Darling zet de ngo’s weg als malloten die wat langs komen brengen in de sloppenwijken om er te kunnen fotograferen.

Zwartgallig is Darling in haar trauma’s en herinneringen – aan hoe het huis waar ze woonde door bulldozers van de regering werd platgewalst, aan het schreeuwen van andere bewoners over hun strijd in de onafhankelijkheidsoorlog. Net zo zwartgallig is haar familiegeschiedenis: haar vader keert met aids terug uit Zuid-Afrika, waar veel enigszins opgeleide Zimbabwanen naartoe trekken. Eenzaam en vervreemd blijft Darling achter bij een tante in de VS. Zimbabwe is jouw land niet meer legt een vriendinnetje uit, want je bent vertrokken, uitgewaaierd over de rest van de wereld net als al die anderen.

We hebben nieuwe namen nodig zou geïnterpreteerd kunnen worden als poverty porn, zoals boeken over de onderkant van de Afrikaanse maatschappij wel weggezet worden – ze zijn gericht op het Westen, als een soort ondertiteling bij tv-beelden die armoedig Afrika neerzetten als één groot land.

Scherpte toon

Bulawayo schrijft echter geen ‘poverty porn’. Inderdaad: armoede, sloppenwijk, ziekte, het stelen van guaves: het boek heeft voldoende kenmerken, maar die veelheid aan ellende stoort niet. Dat komt door de naïeve en ook scherpe toon die Bulawayo aanslaat en door haar bewuste keuze om vanuit een kindperspectief te schrijven. Zoiets maakt het mogelijk om mee te gaan in de verwondering over die veelzijdige decadentie van blanken, rijke Zimbabwanen en de belachelijke bewakers van de nieuwe orde.

Het tweede deel van de roman – Darling in de VS – gaat over het opbouwen van een nieuw bestaan, maar ook over de beelden die de mensen buiten Zimbabwe van het land krijgen. De stijl gaat mee met de groei van het meisje, de afstand met Zimbabwe wordt voelbaar. Opeens wordt Mugabe door een Ghanees-Amerikaanse oom van Darling gezien als een ‘comrade’ die alle vuile blanken het nakijken geeft. En wanneer ergens ver weg op een telefoonschermpje de landcijfers van Zimbabwe verschijnen wordt die steeds minder vaak opgenomen. Want een telefoontje uit Zimbabwe kan maar twee dingen betekenen: slecht nieuws of een verzoek om geld. Misschien is het goed om het verleden van een land in ere te houden, want soms wil je van de toekomst niets weten.