Ten onder in de Balkan-zondvloed

Kort voor de oorlog op de Balkan vluchtte de Serviër Borislav Cicovacki naar Nederland. Ballingschap baart ontheemding. Daar schrijft hij over in zijn vuistdikke omnibus, waarin de oorlogen van heden en verleden opdoemen, en de microwereld van gewone mensen.

De zondvloed kun je je voorstellen als een eindeloze storm waarin je net zo lang door regen en wind wordt gegeseld tot je bent bezweken. Voor de Servische schrijver Borislav Cicovacki (1966) was de bloedige oorlog die zijn geboorteland Joegoslavië in het laatste decennium van de twintigste eeuw teisterde zo’n ervaring. Toen die oorlog in 1991 uitbrak, nam hij de benen naar Nederland om niet in militaire dienst te hoeven. Hij studeerde hobo bij Han de Vries en bleef hier hangen, de kost verdienend als musicus en librettist.

Zijn vaderland liet hem niet los. In ballingschap voelde hij zich een vreemdeling en een dode, hoe prettig hij zich ook per fiets door Amsterdam kon bewegen. Als medicijn tegen dat ellendige gevoel van ontheemding probeert hij sinds 2000 zijn heimwee en onbegrip over dat zinloze geweld te bezweren in romans, waarvan stijl en vorm sterk doen denken aan het werk van zijn beroemde landgenoot Danilo Kiš (1935-1989). Net als Kiš zet hij de harde werkelijkheid af tegen mijmeringen, sprookjesachtige herinneringen en dromen. Zo wil hij je laten zien hoe een oorlog de jeugd van een hele generatie vernietigt.

Cicovacki’s Nederlandse uitgever heeft nu vier van zijn romans in een vuistdikke omnibus met de titel Uitgeworteld gepubliceerd. In de eerste plaats om hun onderlinge samenhang te benadrukken, maar waarschijnlijk ook om het literaire belang van deze bijzondere schrijver opnieuw onder de aandacht te brengen.

Tegelijkertijd met Uitgeworteld is van Cicovacki het boek Wraakengelen verschenen. Hierin probeert hij aan de hand van een fictief proces van het Joegoslavië-tribunaal tegen de Servische generaal Ratko Mladic – de ‘beul van Srebrenica’ – aan zowel zichzelf als de wereld te verklaren hoe het allemaal zo gekomen is.

Tiberius

Eigenlijk moet je Wraakengelen als eerste lezen om de romans in Uitgeworteld in hun context te kunnen plaatsen. Aan de hand van verhoren van historische personages als de Byzantijnse keizer Tiberius, diens latere ambtsgenoten Frederik I Barbarossa en Maria Theresia, president Tito en een aantal Kroatische, Servische, Hongaarse, Turkse, Bosnische vorsten, ministers, ambtenaren en deskundigen schetst Cicovacki een beeld van de Balkan als een permanent crisisgebied op de grens van Oost en West. Daarin zijn Serviërs eeuwenlang het slachtoffer geweest van zowel hun leiders als van hun etnische verspreiding over de hele Balkan.

De oorlog van 1991-’95 en die van 1998-’99 in Kosovo ontvouwen zich op die manier tot een logisch uitvloeisel van die geschiedenis, waarin het Congres van Berlijn van 1878 een sleutelrol speelt. Tijdens die vredesconferentie verkreeg Servië voor het eerst zijn onafhankelijkheid, terwijl bijvoorbeeld ook in Bosnië Serviërs een meerderheid van de bevolking uitmaakten.

Interessant is de manier waarop Cicovacki de jonge Tito, de door het Westen jarenlang bejubelde stichter van Joegoslavië, neerzet als een vileine spion van de Sovjet-Unie. In de jaren dertig gaf hij in Moskou, waar hij toen leefde, zo’n achthonderd Joegoslavische – voornamelijk Servische – communisten aan op grond van valse beschuldigingen, waarna ze door Stalins geheime politie om zeep werden gebracht. Toch is Wraakengelen geen apologie van de Servische Zaak. Cicovacki heeft namelijk wel degelijk oog voor de schuld van Milosevic en Mladic aan zowel het uitbreken van de oorlog als de massamoord op de 9.000 Bosnische moslims van Srebrenica. Daarbij vlakt hij ook de schuld van het Westen hieraan niet uit.

Wel wil hij op literaire manier aantonen dat de Serviërs door hun verspreiding over de Balkan – 39 procent van hen woonde in 1991 buiten de grenzen van de Servische deelrepubliek – door hun nationalistische leiders in de val zijn gelokt.

Ter verzachting van die naïveteit laat hij een in 1929 overleden Duitse, pro-Servische getuige-deskundige vertellen dat alle oorlogen op de Balkan postkoloniale conflicten waren, waarin Slavische en niet-Slavische volkeren (Servisch-Orthodoxe christenen, moslims, en Kroatische en Sloveense katholieken) met elkaar vochten om de grenzen van hun nationale staten vast te leggen. Het uiteenvallen van zowel het Habsburgse als het Ottomaanse rijk maakte dit streven alleen maar moeilijker. Joegoslavië, dat na 1945 als kunstmatige constructie slechts door Tito bijeen kon worden gehouden, was nog een extra hindernis.

In Wraakengelen zet Cicovacki de parameters uit voor Uitgeworteld, waarvan de eerste twee romans al eerder zijn gepubliceerd. Door zijn omvang en gewicht nodigt het meer dan duizend pagina’s dikke boek op het eerste gezicht niet uit tot lezen. Maar als je het langzaam tot je neemt en je op de golven van Cicovacki’s mijmerende stijl en grote inlevingsvermogen laat meevoeren in de saga die hij wil vertellen, beland je in een microwereld van gewone mensen, voor wie etniciteit bijzaak is en die vooral willen liefhebben, studeren, feestvieren, kortom, die willen leven.

Idylle

De romans vormen tezamen een geheel, als een symfonie in vijf delen, waarin verschillende levenslopen parallel aan elkaar worden verteld. Het eerste deel, Afscheid in vier taferelen, begint als een idylle, waarin de schrijver op een poëtische manier over het verlies van kinderlijke onschuld verhaalt aan de hand van personages als ‘de Jongen’, ‘het Meiske’, ‘de Lerares’, ‘de Dirigent’. Overal hangt de sfeer van melancholie en vergankelijkheid, alsof de oorlog, die pas jaren later zal uitbreken, zich al aankondigt. Dat laatste besef je nog meer als je in de tweede roman, Sleutelkruid, met de jongen Filip kennismaakt, in wie je ‘de Jongen’ herkent. Ook hier voel je de dreiging van de toekomst, die alleen even wegvalt als Filip op het gymnasium zit en zijn leven in het vervallen Joegoslavië uit de doeken wordt gedaan.

Een veelbetekenende gebeurtenis is de dood van zijn moeder op de operatietafel. Vanaf dat moment lijkt de navelstreng met zijn geboorteland definitief te zijn doorgeknipt, want hierna vlucht Filip naar Nederland en raakt hij gescheiden van zijn vrienden.

In de derde roman, Vliegen op het hoofdeinde, is Filip in zijn ballingsoord Amsterdam op zoek naar zijn identiteit. Pas dan blijkt hoe ongelukkig hij is en hoe graag hij zijn leven in verhalen en romans wil gieten. Een welgesteld echtpaar ontfermt zich over hem, maar het gaat mis als de begripvolle vrouw zijn liefde probeert te kopen. Als emigrant is hij zijn leven intussen als een ‘miserabel gezwoeg’ gaan zien. Niet voor niets is hij chronisch impotent.

Het enige materiële dat hem nog aan de Balkan bindt is op dat moment een appartement, dat hij in Belgrado heeft gekocht met geld van de verkoop van het huis van zijn overleden moeder. Dat appartement wordt een symbool voor de ondergang van zijn wereld, omdat hij ook dit uiteindelijk kwijtraakt door de streken van een moslimvriend.

In Nederland moet Filip machteloos en vol walging aanzien hoe de Servische leiders met hun nationalistisch gebral hun eigen haat proberen te veranderen in de haat van de massa om hun land in een oorlog storten. Zo ervaart hij de zondvloed op een afstand en houdt hij het op het eerste gezicht droog. Pas als hij merkt hoe weinig begrip de kille Nederlanders voor de gruwelijke gebeurtenissen in zijn geboorteland hebben, wordt ook hij door de storm mee gesleurd.

En daarmee bereikt Uitgeworteld het niveau van een Griekse tragedie over een gebied, waar een hele generatie door oorlogsgeweld is ontspoord en waar ieder moment een volgende catastrofe kan uitbreken.