Rotterdam snakt naar vakmensen

Politici werden verliefd op ‘sexy studies’, maar Rotterdam heeft behoefte aan Rotterdamse havenwerkers en huisschilders, schrijft Ronald Buijt.

Bijna alle openbare scholen van Rotterdam moeten bezuinigen, zo werd vorige maand bekend. Klassen dreigen nog groter te worden (vaak meer dan dertig leerlingen), veel leraren verliezen hun baan en onderhoud aan verouderde gebouwen zal uitgesteld worden. De zoveelste klap voor het Rotterdamse onderwijs.

Na de megafraude bij onderwijskoepel BOOR, het afgewende failliet van mbo-fabriek Zadkine, aanhoudend hoge aantallen voortijdig schoolverlaters, de grootste examenfraude ooit op het Ibn Ghaldoun en de nog immer achterblijvende Cito-scores is het de hoogste tijd dat er een aantal zaken gaan veranderen in Rotterdam. Hulp van staatssecretaris Dekker is hierbij onontbeerlijk.

Pim Fortuyn maakte zich in de jaren negentig sterk voor de ‘menselijke maat’, de relatie tussen ‘meester’ en ‘leerling’ stelde hij centraal. Zijn analyse van destijds komt overeen met waar nu politieke consensus over is. Politici bewijzen lippendiensten aan ‘meer kwaliteit’, ‘meer aandacht’ en ‘meer maatwerk’, maar doen ze ook wat ze beloven? Nauwelijks. Ze hebben immers zelf die megascholen met wankele besturen in het leven geroepen. Besturen die ze de hand boven het hoofd houden omdat hun vrienden daarin zetelen. Tijd voor actie dus: we moeten terug naar een beheersbaar aantal van maximaal 600 leerlingen per school. Een vertrouwde schoolomgeving waarin mensen elkaar groeten, kennen, stimuleren én in het gareel houden. Weg met dure gebouwen en onnodige managementlagen. Met zogenaamd imagoversterkende pretopleidingen heeft de politiek zich een rad voor ogen laten draaien. Politici werden er verliefd op, maar leerlingen leerden nauwelijks iets. Bouwvakker? Havenwerker? Loodgieter? Lasser? Huisschilder? Woorden die men blijkbaar niet ‘sexy’ genoeg vond in het stadhuis. Het ging allemaal om ‘high potentials’. Het resultaat: een schrijnend tekort aan vakmensen in Rotterdam. Enkel migranten uit Midden- en Oost-Europa kunnen nog een muurtje metselen.

In de haven, de zorg en het onderwijs zal vroeg of laat weer werkgelegenheid vrijkomen. Plekken die gevuld moeten worden door onze eigen Rotterdamse jongens en meisjes. Via de herintroductie van ambachtsscholen zouden we hen een nieuwe kans kunnen bieden. Er is een cultuuromslag nodig: de overheid moet voor passende opleidingen zorgen en niet alleen goede bedoelingen produceren.

Tegenstanders doen mijn onderwijsvisie af als ‘nostalgie’. Wat een misverstand! Dat technologie onze scholen binnendringt wil nog niet zeggen dat we het menselijk contact moeten afschaffen of dat vaklieden niet meer nodig zijn.

Integendeel. Ook scholieren, zo blijkt telkens weer uit onderzoek, meten de kwaliteit van hun school af aan de kracht of zwakte van hun docenten en de organisatie van de school. Niet aan hoeveel uur ze op de computer mogen. Dat rust, regelmaat en structuur in de toekomst minder belangrijk worden is een verzinsel van onderwijsbestuurders die zelf geen vak beheersen.

Een tijd waarin technologie continu voor afleiding zorgt vraagt om middelen die de concentratie bevorderen. Zeker op vmbo- en mbo-scholen. Ik pleit daarom voor een Rotterdamse Onderwijscode: simpele gedragsregels voor leerlingen. Denk aan: geen sociale media tijdens de les, spreek de leraar aan met ‘u’, geen hoofddeksels. Leerlingen die wel gemotiveerd zijn worden zodoende niet eindeloos opgehouden door raddraaiers. Maar helaas: de wethouder en de andere partijen vonden zo’n voorstel ‘te drastisch’ en ‘te ingrijpend’, terwijl ze zelf een lawine aan regels over de scholen uitstorten. Begrijpen die partijen nog steeds niet dat de echt belangrijke zaken zich afspelen in de klas en niet in de directiekamers? Voor mijn partij, Leefbaar Rotterdam, is ‘discipline’ echter geen vies woord, maar een belangrijke voorwaarde om tot nuttige kennisoverdracht te komen.

Is het dan alleen maar kommer en kwel in het Rotterdamse onderwijsland? Natuurlijk niet. Duizenden leraren doen hun stinkende best. Tienduizenden leerlingen zijn wel gemotiveerd. En de introductie van de zogeheten ‘0’-groepen draagt bij aan het wegwerken van taalachterstand. De nieuwe directie van BOOR is integer en realistisch. En onder leiding van Marco Pastors richt iedereen zich in Rotterdam-Zuid weer op school en werk. De voormalig Leefbaar-wethouder rekent af met de ‘hoe kunnen we zielige mensen afhankelijke houden’-mentaliteit.

We moeten nu doorpakken. Begraaf de compleet mislukte vmbo- en mbo-fabrieken. Keer terug naar het destijds prima functionerende systeem van lts, leao, mts, meao en, vooral, de ambachtsschool. Stop met het eindeloos kansen bieden aan notoir overlastgevende en dus ongemotiveerde leerlingen. Creëer een veilig klimaat van structuur, regelmaat en orde. Over een paar jaar hebben we in Rotterdam dan weliswaar niet de hoogst opgeleide inwoners van Nederland, maar wel de best opgeleide.

Ronald Buijt is gemeenteraadslid voor Leefbaar Rotterdam en onderwijswoordvoerder.