Reis door een glasheldere geest

Schrijver Anton Dautzenberg leest boeken van uitgeverij Fata Morgana. Vandaag: een filosofisch traktaat van Arjan Peters.

Coverontwerp Robert Buizer.
Coverontwerp Robert Buizer. Foto HH

‘Weg van de Wil is een sterke titel. Aan de ene kant gehoorzamen we noodgedwongen aan de Wil, aan de andere kant proberen we ons daar lós van te maken. ‘Weg’ is zelfstandig naamwoord én gebiedende wijs, tegelijkertijd lijdzaamheid en verzet. Arjan Peters, al enkele decennia literatuurcriticus van de Volkskrant, kiest in zijn traktaat voor dat laatste, het protest. Voor verweer tegen de almacht van de Wil, die sinds Arthur Schopenhauer de nodige breinen teistert.

Schopenhauer stelt in zijn magnum opus De wereld als wil en voorstelling (1818) dat ons bewustzijn structuur aanbrengt in een van origine ordeloos universum; we maken ons een voorstelling van de wereld. Die empirische realiteit wordt geijkt door de wetenschap, maar zij blíjft een voorstelling. De grens tussen object en subject is ondeelbaar.

Daarnaast onderscheidt hij de wil, een onstuitbare kracht die blind is voor maakbaarheid. Denk aan de drift waarmee een man zich op een vrouw stort of de sublieme ervaring die muziek kan evoceren. De wil kunnen we dus alleen in verhulde vorm aanschouwen.

Talloze filosofen en kunstenaars dwepen met Schopenhauers dialectiek. Zo niet Arjan Peters, hij wil af van de almacht van de Wil. Vandaar ook dat hij het woord consequent met een kapitaal schrijft; zijn object moet zíchtbaar blijven, mag niet verdwijnen in de onderkast van de naar onzichtbaarheid strevende collectieve hang naar metafysica. De mens is zijn eigen regisseur.

Peters negeert in zijn boek de talloze wijsgeren die al eerder Schopenhauer bekritiseerden. Hij gaat recht op zijn doel af en wil niet afgeleid worden door de (veelal hermetische) modellen van anderen. Dit maakt van Weg van de Wil een relatief toegankelijk traktaat én een avontuurlijke reis door de glasheldere geest van de auteur.

Volgens Peters is een uiteindelijke eenheid tussen mens, voorstelling en wereld niet mogelijk, want aan onze keuzes liggen fundamentele tegenstellingen ten grondslag. De experimenteel-wetenschappelijke methoden die filosofen hierop loslaten, vergelijkt hij met het zogen van een dorstige baby. Een op het eerste gezicht weinig comfortabele uitgangspositie die de kracht van de culturele sleutelposities veronachtzaamt, maar een die wél de paradepaardjes van het populisme parodieert.

Deze incommensurabiliteit verstoort de balans tussen het tijdruimtebewustzijn, de neurale structuren en het driedimensionale verband daartussen. Peters focust hierbij vooral op de illustratieve selectie die hij destilleert uit de artefacten die dictatoriale regimes vaak voorzien van bovennatuurlijke eigenschappen. Opvallend dat hij daarbij voorbijgaat aan de letterkunde. „Een overdadige gekunsteldheid belemmert het zicht op het causaliteitsbegrip dat ik nastreef.”

Eén keer verwijst Peters wel expliciet naar een literair werk, van Aischylos. Diens tweekamersysteem is volgens hem typerend voor de negatie van de zogenaamd onkenbare vierdimensionale tijdruimte. „Het is de ruimte zelf die uitdijt en wij bevinden ons niet daarbinnen, maar daarbuiten.” Een mooie observatie.

Terug naar het nu. De moderne techniek (iPhone, TomTom), vaak gezien als dé hefboom naar vrijheid, versterkt volgens de stellige Peters onze behoefte om de Wil in stand te houden. We zijn verdwaald in de technische wereld, „we gooien ons als vliegjes in een spinnenweb dat we aanzien voor een vangnet”.

De ‘deugdzame atheïst’ Peters laat zien dat ook hij soms twijfelt, vooral aan zijn eigen tolerantie ten aanzien van het belonen van uitzonderlijke genialiteit. „Ik weet dat ik als mens kan dwalen, het ongezegde blijft ook bij mij vaak ongezegd.” Hij benadrukt dat hij de menselijke maat op een meetkundige wijze wil benaderen en daardoor soms voorbijgaat aan de gebondenheid aan uiterlijke omstandigheden.

De fatalistische voorbeschikking van het noodlot roept bij hem echter een allergische reactie op: „Ook bij doofheid kunnen muzikale hallucinaties optreden.” En, veelzeggend: „De met goden geïdentificeerde planeten genereren lagere tonen dan de seculiere sterren.” Peters probeert met alle macht de Wil te verbannen, de cirkel rond te maken. Nederland is een virtuoos filosoof rijker.

Weg van de Wil, een filosofisch traktaat, Arjan Peters, Fata Morgana, 224 pagina’s, € 21,95 (als e-book € 16,95)