Oproep boycot Spelen volgt patroon

Gaan of niet gaan, dat is de vraag. Dankzij protest van Stephen Fry woedt het debat over een boycot van de Spelen in Sotsji.

De Nederlandse sprinters Jamile Samuel en Kadene Vassel trainen in het Luzhniki stadion in Moskou, waar morgen de wereldkampioenschappen atletiek beginnen.
De Nederlandse sprinters Jamile Samuel en Kadene Vassel trainen in het Luzhniki stadion in Moskou, waar morgen de wereldkampioenschappen atletiek beginnen. Foto Reuters

Het lijkt wel een patroon: jaren van tevoren wordt een stad of land aangewezen als gastheer van de Olympische Spelen of een groot voetbaltoernooi, en een half jaar voor aanvang van het evenement begint het verzet. In Nederland waren het in het verleden de cabaretiers Freek de Jonge (wereldkampioenschap voetbal van 1978 in Argentinië) en Erik van Muiswinkel (Olympische Spelen van 2008 in Beijing) die een actie opzetten om het toernooi te boycotten.

Ook de Olympische Winterspelen van 2014 in het Russische Sotsji leiden nu, een half jaar van tevoren, tot protest. Deze keer is de anti-homowet van president Poetin de aanleiding. De opstand begon internationaal, met de homoseksuele Britse acteur Stephen Fry, die in een open brief van de Britse regering verlangde dat de Spelen worden geboycot. Zijn weerstand wordt ook in Nederland breed opgepikt, onder anderen door schrijver Arthur Japin en essayist en NRC-redacteur Bas Heijne.

En dat is mooi, zegt Erik van Muiswinkel. „Ik steun de oproep tot een boycot enorm, maar deze keer hoef ik niet de leiding te nemen. De vorige keer, in China, was er een opvallende stilte. Toen heb ik me maar tot de sporters gericht, wat geloof ik niet de bedoeling was. Nu is men al volop wakker.”

Het beste voorbeeld van misbruik van de Spelen door een regime, zegt Van Muiswinkel, is ‘Berlijn 1936’, waar meer hakenkruisen dan olympische ringen wapperden. „Ik noemde het vijf jaar geleden maar niet, maar Fry wees er terecht op. Je houdt de Spelen ook niet in Noord-Korea.”

Dat doe je inderdaad niet, zegt shorttracker Niels Kerstholt. En misschien ook wel niet in Rusland. „Ik vind het schandelijk om te zien dat de mensen in Sotsji moeten leven onder erbarmelijke omstandigheden, maar dat er wel een snelweg wordt aangelegd naar het privépaleis van Poetin.”

Maar ja, zegt de shorttracker. „Het is nu eenmaal besloten. Je moet sporters, die alles opofferen, niet onder druk zetten om wegens misstanden niet te gaan. Een boycot gaat de Russen niet tolerant maken. Het zit in hun cultuur dat ze anders denken over homoseksualiteit.” Je kunt beter, zegt hij, een „statement” maken, „bijvoorbeeld door een homo de vlag te laten dragen bij de openingsceremonie”.

Is een boycot reëel? Natuurlijk kunnen individuele sporters besluiten om niet te gaan, maar dan zien ze af van deelname aan het toernooi waarvoor ze vier jaar lang alles hebben opgegeven. Naar verwachting zullen de meesten hun komst laten afhangen van het officiële standpunt, zoals vertolkt door NOC*NSF.

Dat standpunt luidt vooralsnog: we gaan. Die discussie over een boycot is „op dit moment niet aan de orde”, zegt voorzitter André Bolhuis van de sportkoepel. „In september gaan wij als NOC*NSF met elkaar in gesprek over de ontstane situatie. Het is nu wat voorbarig om te gaan speculeren, maar volgens mij is het nooit de bedoeling om via sport politiek te bedrijven.” Pas als de Nederlandse regering zou besluiten om Rusland te boycotten, zou de sport volgen.

Shorttracker Kerstholt zou de voorstanders van een boycot willen oproepen om hun strijd te leveren op het moment dat het ertoe doet: als de olympische startplaats wordt uitgekozen. Zeven jaar van tevoren dus. „Ik zou nu liever over 2020 discussiëren. Wat we nu doen, is achteraf. De steekpenningen zijn al binnen.”

M.m.v. Matthijs Stapel