‘Mijn contract liep af – een bevrijding’

Arnold Smit was profkeeper en is homo. Hij was keihard, om niet als mietje over te komen. Pas bij de amateurs was er brede acceptatie.

Arnold Smit: „In de kleedkamer is iedere vorm van emotie een teken van zwakte.”
Arnold Smit: „In de kleedkamer is iedere vorm van emotie een teken van zwakte.” Foto Anais Lopez

Keepers wijken altijd af van de rest. Het zijn de rare jongens onder de spelers. Daardoor kon mijn geheim zo lang onontdekt blijven. Ik viel niet op.

„Er was ook geen aanleiding om te denken dat ik op mannen val. Daar zorgde ik wel voor. Als het in de kleedkamer over meisjes ging, was ik altijd ‘toevallig’ met iets anders bezig. Ging ik een potje tafeltennissen in de kantine. Het mocht niet ontdekt worden.

„Rond mijn zeventiende kreeg ik door dat ik op mannen val. Ik was keeper in de jeugd van Volendam, een jaar voordat ik profvoetballer werd. Ik had al mijn vermoedens, want ik was nooit met vrouwen bezig. Interesseerde me niet. De bevestiging kwam toen ik verliefd werd op een jongen. Hij speelde in hetzelfde team. We konden het goed met elkaar vinden. Veel lachen en dollen met elkaar. Ik werd verliefd omdat ik het wilde weten: bén ik nou homo of niet? Pure fantasie, want ik kon toch nooit wat met hem beginnen. Je bent voetballer. Je weet niet of hij ook homo is. Het was verliefdheid uit frustratie. Ik heb het hem nooit verteld.

„Toen ik wist van mijn geaardheid, wilde ik mezelf omswitchen. Ik nam mezelf voor: vanaf nu mag ik alleen nog naar meisjes kijken. Je blokkeert je verstand: ‘níet aan denken, ik val op meísjes’. Ik kreeg zelfs een relatie met een vrouw. Koste wat het kost zou ik profvoetballer worden. Dan wil je ook koste wat het kost voldoen aan het beeld wat men daar van heeft. Een man. Een hetero man.

„De algemene houding in de kleedkamer is: macho. Iedere vorm van emotie wordt gezien als een teken van zwakte. ‘Je bent toch geen mietje?’ Hoe vaak ik dat niet heb gehoord. Het draait om vrouwen en geld. Om wie de grootste bek heeft. Die kleedkamergesprekken zijn soms lachwekkend. Dan roept er zo’n voetballer met welk model hij heeft afgesproken in welk hotel. De volgende dag komt een andere jongen terug met: ik heb die en die aandelen gekocht. Aanzien, dat is wat telt.

„Homo betekent in het voetbal: minder man. Een aansteller. Ik had het gevoel dat ik tegen dat stigma moest opboksen. Dus werd ik keihard. Mijn ingrepen werden grover en grover. Om maar te bewijzen: zo’n mietje ben ik niet. Iedere tegenstander op het veld mocht voelen dat hij niet bij mij in de buurt moest komen.

„Ik ben heel wat keren over de schreef gegaan. In plaats van dat je op de bal duikt, neem je iemand zijn benen mee. Je neemt doelbewust het risico dat zo’n speler een blessure oploopt. Ook bij teamgenoten. Op trainingen liet ik mezelf echt gelden. Een verdediger moest geen blunder begaan in mijn zestienmetergebied. Ik schold hem dan helemaal verrot.

„Als je dan na zo’n training naar huis rijdt, komen de frustraties eruit. Dan voel je je ernstig alleen. |Onbegrepen. Minderwaardig. |Je vraagt jezelf af: ben ik de enige voetballer met deze gevoelens?

„Mijn vriendin verbrak de relatie omdat ze merkte dat er iets met mij was. Dat er iets miste. Ik hield van haar, maar dat ene onbeschrijflijke stukje liefde, dat je allebei nodig hebt in een relatie, kon ik haar niet geven.

„Ik kreeg door dat ik mezelf niet kon veranderen. En besloot op te geven. Ik ging er met mijn pet naar gooien. Minder inzet op de trainingen. Minder geconcentreerd tijdens wedstrijden. Om maar onder het beeld uit te komen dat anderen van mij hadden. Je gaat rommelen aan je prestaties. In de hoop dat je onder die malaise uitkomt. Je wilt jezelf zijn.

„Ik durfde tegen niemand iets te zeggen, was te bang voor de reacties. Van de media, de spelersgroep, de supporters. Zelfs mijn eigen ouders heb ik niets verteld. Terwijl ik hele liefdevolle ouders heb. Maar ik wilde ze niet opzadelen met mijn problemen.

„Zó graag had ik iets gezegd. Maar hoe wist ik nou wie van de spelers ik kon vertrouwen? Het zou uitlekken, dacht ik, een speler wordt vast weggekocht en gaat er in een ander team over vertellen. Ik had het idee dat het een levensgroot geheim was.

„Het voelde als een bevrijding dat mijn contract niet werd verlengd. Ik ging bij de amateurs van Volendam spelen. Er was nog wel interesse van andere profclubs. Daar heb ik voor gepast. Ik was vrijer in het amateurvoetbal. De machocultuur heb je daar minder.

„Ik kreeg een vriend toen ik bij een andere club ging voetballen, Blauw Wit. Het gebeurde in een kroeg in Purmerend. We raakten in gesprek, het klikte enorm. Normaal had ik zo’n gesprek na een paar minuten afgekapt. Maar ik voelde me lekker in mijn vel zitten. Ik dacht: nu moet ik beslissingen gaan maken die mij gelukkig maken. Vanaf dat moment had ik een vriend.

„Mijn teamgenoten bij Blauw Wit reageerden heel gewoon op mijn coming out. Ik heb het niet eens gezegd in de kleedkamer. Mijn vriend kwam gewoon mee naar de wedstrijden. Daar gaf hij me ook een kus. Daar werd door iedereen normaal over gedaan. Er werden wel grappen gemaakt, natuurlijk, maar het is nooit belachelijk gemaakt.

Ik denk dat het bij een profclub moeilijker was geweest. Gevoelsmatig is daar geen ruimte om je te uitten. Een profclub is harder, hatelijker. Je bent tegen elkaar aan het opboksen. Ik zag het ook aan de reacties die ik kreeg toen ik een interview gaf over mijn geaardheid. Tientallen anonieme dreigmails. Ze kwamen binnen via Volendam en bij mij persoonlijk. Ze schreven dat ik ziek ben, dat ze me af zouden maken, dat ze wisten waar ik woonde. Ik ben er nooit bang van geweest. Als ik ergens voor kies, sta ik er ook voor.

„Als ik [tv-analist en ex-profvoetballer] René van der Gijp hoor zeggen dat homo’s op hun veertiende stoppen met voetballen en in een kapperszaak gaan werken, dan denk ik: dát is juist het probleem. Homo’s vluchten uit het voetbal. Net als ik wilde vluchten. Ik heb er serieus over nagedacht om de boel de boel te laten en te vertrekken naar een ver land. Daar zou ik gaan rondtrekken. Het was mijn opgekropte woede die mij wegjoeg.

„Nu ben ik juist trots op hoe ik ben. Hoe mijn leven eruit ziet, met wie ik samenleef. Iemand zal de eerste stap moeten zetten. Hopelijk wordt het makkelijker voor toekomstige voetballers. Ik heb contact met drie huidige profvoetballers die erover twijfelen of ze voor hun geaardheid moeten uitkomen. Ze zijn doodsbenauwd dat ze verketterd worden. Dat er spreekkoren komen in het voetbalstadion, dat ze met supportersgeweld te maken gaan krijgen.

„Ik probeer hen geen advies te geven over wat ze moeten doen. Ik luister naar hen. Dat had ik ook gewild toen ik nog profvoetballer was, dat ik met iemand had durven praten. En dat diegene dan had gezegd: je bent niet de enige. Er zijn er meer zoals jij.”