Met Poetin valt niet te praten, boycot hem

Het doet er niet toe of een boycot tegen Rusland effectief is. Sportieve verbroedering gaat nu eenmaal niet onder een regering die homohaat legitimeert, vindt Bas Heijne.

Illustratie Arcadio Esquivel

Direct na de emotionele oproep van de Britse komiek en acteur Stephen Fry aan premier Cameron en de leden van het IOC om de Olympische Winterspelen vanwege Poetins anti-homobeleid niet in Sotsji te houden, volgden de voorspelbare reacties. Ho ho, werkt een boycot niet averechts? Is het niet belangrijker de dialoog aan te gaan? Is die vergelijking met de situatie van de Joden tijdens de Berlijnse spelen in 1936 niet overdreven, zelfs smakeloos? Mochten sporters, die zich vier jaar lang hadden voorbereid, wel de dupe worden van de politiek?

En daar had je de sceptici al. Waarom had de stem van Fry vier jaar geleden niet tegen China geklonken? Denk je echt dat Poetin zich iets aan een Britse komiek gelegen laat liggen? Iedereen weet dat er geen boycot komt, dus mensen die ertoe oproepen willen zich alleen maar even moreel hoogstaand voelen. En waarom nu ineens opkomen voor Russische homo’s, terwijl het al jaren bergafwaarts gaat met de mensenrechten onder Poetin?

Over al die tegenargumenten kun je een avond lang debatteren. Mijn bezwaar ertegen is dat mensen ze vrijwel altijd als excuus gebruiken, om hun eigen handen schoon te wassen. Vrijwel altijd leiden ze af van de zaak waar het om gaat. Als je een boycot niet effectief vindt, wat dan wel? Scepsis is een nuttige eigenschap, tegenspraak is in ieder debat nodig – maar niet wanneer ze worden ingezet om onder een gewetensvraag uit te komen.

En het gaat hier om een echte, niet langer te ontkennen gewetensvraag. Die luidt: kan Nederland komende winter onbekommerd de verbroedering van mensen door sport vieren in een land, waarvan we weten dat de haat tegen een minderheid sinds kort door de overheid wettelijk wordt gelegitimeerd?

Ik vind van niet.

Waarom? Omdat wie niet wil horen, maar moet voelen. We kunnen geen dialoog met de Russen gaande houden, omdat er helemaal geen dialoog is. Toen Poetin dit voorjaar Nederland bezocht in het kader van vierhonderd jaar wederzijdse betrekkingen, ontkende hij glashard dat homo’s in Rusland wettelijk gediscrimineerd werden en kaatste hij de bal terug: Nederland had een partij voor pedofielen, daar hoorde je hem ook niet over. Dat is alle dialoog tot nu toe. En het Nederland-Ruslandjaar ging vrolijk door.

De nieuwe Russische anti-homowet is vaag en naar willekeur toepasbaar. Ogenschijnlijk is hij bedoeld om de jeugd van Rusland voor verderf te behoeden. Zo gaat het altijd wanneer er tegenwoordig tegen homo’s wordt geageerd. Dat gebeurt nooit meer expliciet – de vorige paus ageerde ook nooit direct tegen homo’s, hij wilde alleen het huwelijk tussen man en vrouw beschermen. Intussen voerde de katholieke kerk in landen als Frankrijk de hardst mogelijke campagne tegen het homohuwelijk. De honderdduizenden demonstranten die in Frankrijk agressief te hoop liepen tegen het homohuwelijk, verklaarden voor de camera keurig dat ze niets tegen homo’s hadden – het was het bijbehorende recht op adoptie waardoor het hen rood voor de ogen werd. Echt.

Stephen Fry heeft gelijk wanneer hij stelt dat de Russische wet de haat en agressie tegen LHBT’s aanwakkert – de staat stookt het vuur van de virulentie hoog op, om de aandacht van andere problemen af te leiden. Haat gerust, van ons mag het.

De Nederlandse politiek heeft op het punt van de mensenrechten in Rusland stevig stelling genomen – zonder dat het ook maar enig gevolg heeft, dat spreekt vanzelf. Tekenend is het recente debat met de vaste Kamercommissie Buitenland dat terug te lezen is op de website van VVD-Kamerlid Han ten Broeke, naar aanleiding van de omstreden festiviteiten van het Nederland-Ruslandjaar en het bezoek van Poetin. Ten Broeke: „Ik zou graag zien dat ook onze premier bij het korte bezoek dat gebracht wordt, de mensenrechtensituatie in den brede aan de orde stelt zonder het feest te verstoren.” Afgelopen week vroeg ditzelfde Kamerlid of minister Timmermans van de Russen de verzekering kon krijgen dat de wet niet zou gelden voor de deelnemers van de Olympische Spelen.

Het is dit soort klootloze realpolitik die Nederland nu alweer jaren in z’n greep heeft, omdat we vinden dat Nederland voorheen een veel te grote broek aantrok. Dus: wel een moreel standpunt innemen, maar het mag ons niets kosten. En altijd met het excuus: de wereld is gewoon te groot, wij zijn te klein. Maar vooral de dialoog blijven aangaan. Altijd de dialoog aangaan.

Nee. Het is tijd voor een gebaar. Een echt, stevig gebaar – een boycot. Of iets anders dat niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Voor de Russen. En, inderdaad, ook een beetje voor onszelf.

Bas Heijne is schrijver en columnist van NRC Handelsblad.