Met een smartphone in de hand wordt kind volwassen

Zedenrechercheurs houden zich vaker bezig met kindermisbruik op internet. Ouders hebben vaak niet in de gaten wat hun kinderen overkomt.

Kinderen gebruiken tablets en smartphones niet alleen om spelletjes mee te doen.
Kinderen gebruiken tablets en smartphones niet alleen om spelletjes mee te doen. Foto Getty Images

Ze heeft „iets heel stoms” gedaan, zegt het 13-jarige meisje. Degene met wie ze begon te chatten zei hele lieve dingen tegen haar, maar na een tijdje vroeg hij een naaktfoto. „Ik wou dat niet maar heb wel een foto van mijn bh gemaakt. Nu dreigt hij ze op internet te zetten en naar iedereen te sturen.”

En nu vraagt het meisje om hulp op de website helpwanted.nl van het Meldpunt Kinderporno, een organisatie met overheidssubsidie die samenwerkt met de Nationale Politie. De melding laat perfect zien hoe ‘grooming’ kan beginnen. De dader wil de jongere uiteindelijk verleiden tot het maken van een ‘real life-afspraak’ om seks te hebben.

Grooming neemt toe, zei politiecommissaris Walter van Kleef onlangs. Cijfers heeft hij niet, maar er zouden steeds meer zedenrechercheurs mee bezig zijn. Op helpwanted.nl kwamen in 2012 640 meldingen binnen. Anderhalf keer zoveel als een jaar eerder. Hoewel dat volgens het Meldpunt Kinderporno ook te maken kan hebben met toenemende bekendheid van de site.

Grooming is maar één voorbeeld van de gevaren die kinderen op internet kunnen tegenkomen. Er wordt ook gepest, bedreigd, gediscrimineerd en opgelicht. Net als in het echte leven. Tweederde van de kinderen onder de 16 jaar heeft wel eens zoiets meegemaakt, blijkt uit onderzoek van Digibewust, waarin overheid en bedrijfsleven samenwerken.

Ouders weten daar maar weinig vanaf. Ze onderschatten bijvoorbeeld de kans dat hun kind nare ervaringen op internet krijgt. Zo denkt 19 procent van de ouders dat hun kind op internet wel eens ongewenst persoonlijk benaderd is door een onbekende. Terwijl in werkelijkheid bijna de helft van de kinderen zoiets heeft meegemaakt.

„Ouders hebben geen idee wat hun kinderen doen op internet”, zegt ook Phaedra Werkhoven. Zij schrijft met journalist Jan Dijkgraaf De social media Bijbel, van vijand tot vriend, een boek over hoe ouders en docenten kunnen omgaan met het sociale mediagebruik van kinderen. Werkhoven vindt het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat kinderen van tien nu al een smartphone krijgen. „Wat moeten ze daarmee? Als ouders dat vragen, zullen die kinderen zeggen: oh, gewoon, spelletjes enzo. Maar dat is niet waar. Ze doen niet alleen spelletjes.”

Dat ouders dat niet beseffen merkte Werkhoven toen ze eens een voorlichtingsavond gaf op de school van haar zoon. Een moeder zei daar dat haar zoon geen smartphone heeft. Maar een tijdje later zei die zoon, in een zaal vol ouders: „Ik heb wel een smartphone hoor”, en hij stak zijn iPhone triomfantelijk in de lucht.

Terwijl de ouders niet meer bijhouden wat hun kinderen allemaal online aan het doen zijn, is die online wereld voor de kinderen zelf net zo belangrijk als de echte wereld. Een deel van hun leven speelt zich daar af. Klasgenoten bespreken er huiswerk, er wordt gekletst, geroddeld.

Ook hun seksleven ontwikkelt zich mede op internet. Kinderen beginnen meestal rond hun zestiende te experimenteren met seks. Zodra ze dat in het echte leven doen, doet ongeveer een kwart het ook op internet, blijkt uit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep. Meestal levert dat geen problemen op. Maar het kan misgaan, zegt Maaike Pekelharing van het Meldpunt Kinderporno. Bij hun meldpunt helpwanted.nl komen regelmatig meldingen binnen waar duidelijk is dat een kind foto’s of filmpjes van zijn (ex-)vriend of vriendin heeft doorgestuurd.

„Vroeger had een meisje er last van als een boze jongen ‘Sascha is een hoer’ op de wc-deur schreef”, zegt Pekelharing. „Nu kunnen de gevolgen veel groter zijn.” Het filmpje kan de hele school rondgaan. Of op pornosites terechtkomen. Het meldpunt probeert het er dan vanaf te krijgen, maar eigenlijk is het kwaad dan al geschied. Het kan eindeloos worden gekopieerd naar andere websites.

Als de leefwereld van jongeren voor een groot deel op internet is, dan moeten ouders daar rekening mee houden, vindt Pekelharing. „Ik heb het idee dat ouders wel vragen: wat heb je vandaag op school gedaan? Maar niet: wat heb je vandaag op Habbo gedaan?” Je kunt je kinderen niet eindeloos controleren, dat weet Pekelharing ook wel. „Maar je kunt wel interesse tonen in hun leefwereld. Laten zien dat je het online leven van je kind erkent. Dan klopt het ook eerder bij je aan als er iets mis is.”

Ook Werkhoven zegt dat ouders hier vooral open over moeten praten met hun kind. „Maar daarvoor is het wel nodig dat je op de hoogte bent van wat er gaande is in hun leefwereld. Dus verdiep je er eens in.” En stel regels: laat de telefoon van je puberdochter bijvoorbeeld beneden liggen als ze naar bed gaat. „Dan kan ze niet tot in de late uurtjes online blijven.” En als ze daarop boos reageert? „Dan wordt ze maar boos. De ouder is de baas.”