Mega-order klinkt mooi, is lastig

Bodemonderzoeker Fugro stelt teleur. De omzet groeit, maar het geld wordt niet verdiend.

Fugro’s boorschip Bucentaur helpt bij het onderhoud van boorputten. Grote technische klussen zijn financieel onzeker werk. Foto HH

Olie en gas is er voorlopig voldoende, maar het is een kwetsbare manier van zakendoen. Bodemonderzoeker Fugro verloor vanochtend op de beurs een stevige 8 procent van zijn waarde na bekendmaking van de halfjaarcijfers. Dat was het gevolg van interne problemen, maar ook van de internationale olie- en gasmarkt.

Grote energiebedrijven moeten steeds dieper boren – en in steeds onherbergzamere gebieden – om voorraden naar boven te halen. De complexiteit van de projecten neemt toe en de kosten stijgen.

In de eerste helft van dit jaar produceerden de grote olie- en gasbedrijven minder dan in dezelfde periode vorig jaar, het Nederlands-Britse Shell 1 procent en ExxonMobil zelfs 1,9 procent – grote getallen in deze sector. De zes grote wereldwijde spelers ExxonMobil, Chevron, ConocoPhillips, Shell, BP en Total zagen, volgens een berekening van het Franse persbureau AFP, hun gezamenlijke winsten met zelfs bijna eenderde verdampen, omgerekend een bedrag van 30 miljard dollar (22 miljard euro).

De kwetsbaarheid van grote ingewikkelde projecten heeft ook consequenties voor toeleveranciers als Fugro (12.000 werknemers met een omzet van 2,4 miljard euro) dat zich wereldwijd bezighoudt met bodemonderzoek. Vorig jaar kreeg het bedrijf uit Leidschendam van Chevron de opdracht onderzoek te doen voor het zogenoemde Gorgon-gasproject in het westen van Australië. Het gas wordt in zee gewonnen en via een installatie op een nabijgelegen eiland omgezet in LNG (vloeibaar gas).

Maar de aanleg heeft forse vertraging opgelopen door technische problemen, aangevochten milieuvergunningen en oplopende kosten. Onlangs meldde Chevron dat de kosten een vijfde – zo’n 10 miljard miljarden gaat het dan om – hoger gaan uitvallen dan beraamd.

Door alle vertraging kan Fugro in Australië pas op zijn vroegst aan het einde van dit jaar aan de slag. „Het werk is er wel, maar wordt nog niet uitgevoerd”, zegt Quinrijn Mulder, analist bij ING. Hij constateert dat er in niet alleen in dit geval, maar ook verder in de olie-industrie veel uitstel is. Orders betekenen nog niet dat het geld ook gaat stromen.

De internationale markt is niet het enige waar Fugro mee te maken heeft. Intern heeft het bedrijf ook een roerige tijd achter de rug. Afgelopen december maakte een klokkenluider melding van financiële ongerechtigheden in de boeken. Daar bleek na uitgebreid onderzoek geen sprake van, zegt Fugro zelf, maar er vonden wel een aantal wisselingen plaats in de top van het bedrijf. Financieel directeur André Jonkman kondigde zijn vertrek aan. Fugro is de laatste vijftien jaar door overnames snel gegroeid. De financiële integratie van nieuwe bedrijfsonderdelen is een probleem gebleken.

De rust lijkt inmiddels wedergekeerd en het bedrijf zal in het derde kwartaal een nieuwe strategie presenteren. In een persbericht van vandaag zegt het bedrijf de activiteiten in de opkomende economieën te zullen uitbreiden en zich meer te zullen toeleggen op de ontwikkeling van technologie en technologische processen.

Sinds januari doet Fugro afzonderlijk verslag van de vier bedrijfsdivisies. Tot dat moment was moeilijk zichtbaar hoe groot de problemen waren bij een daarvan, Subsea. Het werk dat Fugro uitvoert bij het Gorgon-project valt onder deze divisie. Maar ook op andere plaatsen in de wereld staan de resultaten van Subsea „onder druk”, meldt het bedrijf. Zowel ING als SNS Securities gaan ervan uit dat Subsea verkocht wordt.

Fugro’s omzet (1,1 miljard euro) steeg in het eerste half jaar met een tiende ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Maar dat resultaat vertaalt zich niet naar de winst, die slechts met 1,7 procent groeide. Analisten noemen de vooruitzichten voor heel dit jaar – ook al denkt Fugro 230 miljoen euro winst te maken – „teleurstellend”.