Kompany’s club voor kansloze ketjes

Stervoetballer Vincent Kompany kocht een Brusselse voetbalclub om straatjongeren een kans te geven. „Dit is een levensproject voor hem.”

Aandacht verzekerd als Vincent Kompany, aanvoerder van het Belgische nationale elftal en de Engelse topclub Manchester City, ergens bij betrokken is. „Vincent is de bekendste Belg van dit moment”, zegt Jesse De Preter. Daarom ook het verzoek om nog even stil te houden waarom we hier op vliegveld Zaventem met een cameraploeg op een Noorse nobody staan te wachten.

Straks landt Johnny Mikael Gallefoss, de nieuwe trainer van voetbalclub Brussels BX. Het is de club van Kompany, en dan is zelfs voorkennis over de nieuwe trainer van een vierdeklasser een primeur. „Deze week willen we dit bekendmaken met een filmpje op de website”, zegt clubdirecteur De Preter van Brussels BX. Mondje dicht dus, tot die tijd.

Eind maart kocht Kompany het stamnummer, zeg maar de clublicentie, van het kwijnende FC Bleid. Kompany schoof zijn zus naar voren als voorzitter, en hij vroeg sportconsultant De Preter om de dagelijkse leiding te nemen. Kompany’s beste vriend Junior Ngalula is directeur sportif. Maar noem het geen hobbyclub of hype, want daarmee doe je BX te kort. „Dit is een levensproject voor hem”, zegt De Preter.

Kompany groeide op in een probleemwijk in Brussel. De Preter: „Zeg maar zoals sommige delen van Amsterdam-West en dan erger. Hij had veel mensen om zich heen die het niet gered hebben in het leven, die geen job hebben en zijn blijven hangen op dat moeilijke niveau. En hij heeft een echt ‘Brussel-gevoel’. Het is het centrum van België, met negentien verschillende gemeenten die de buitenwereld kent als Brussel. Maar van binnen functioneert de stad niet als eenheid. Hij wil dat eenheidsgevoel brengen, zodat de stad trots is op zichzelf.”

Want dat is wat Kompany voor ogen had toen hij zijn open brief schreef op de website van de club: „Het is een sportief en sociaal engagement ten aanzien van de Brusselse jeugd”, schreef de aanvoerder van de Rode Duivels. „Ik geloof sterk in haar kwaliteiten en potentieel dat tegenwoordig snel wordt afgeschreven.”

BX, zegt De Preter, moet „zo groot mogelijk” worden. „De contributie is honderd euro, maar die verdien je terug als je laat zien dat je sterk in het leven staat en dat je naar school gaat en je sociaal inzet. We willen gasten uit hun comfortzone halen, de ogen openen: wees eens trots op jezelf, en doe eens normaal.”

Het lijkt een heilloze missie. De jeugdwerkloosheid is hoog in Brussel en in criminaliteitscijfers scoort de hoofdstad veel hoger dan het landelijke gemiddelde. „Toen ik jong was wist ik niet dat wij zo’n slechte naam hadden in België en dat jongeren het hier veel slechter deden dan in de rest van België.”, zegt Junior Ngalula, technisch directeur van BX. Straatjongens, ‘ketjes’ uit Brussel „staan er niet goed op.”

Voorlopig is BX nog vooral een website en spelers. De club heeft nog weinig om het lijf terwijl geestelijk vader Kompany de hele Brusselse jeugd lijkt te willen redden. Waar moet dat gebeuren? Ngalula: „Op termijn willen we overal in Brussel zichtbaar zijn, niet alleen in de wijk waar ik ben opgegroeid, of waar Vincent is opgegroeid. We worden een club voor heel Brussel. Maar we zijn pas net begonnen.”

Thuisbasis is voorlopig nog Stade Communal in deelgemeente Jette. Aan de ene kant van het veld groeit het onkruid tussen de tegels van de staantribunes. Aan de andere kant staan bomen. Verderop ligt een kunstgrasveld waarop getraind kan worden. Voor de training afgelopen woensdag druppelen de spelers in groepjes de kleedkamer binnen. Zeven van hen hebben een profcontract, zegt Ngalula. De rest doet het voor wedstrijdpremies. Floribert Ngalula, broer van Junior, is de bekendste. Blessureleed stond een grote carrière in de weg voor de speler die van de jeugd van Anderlecht en Manchester United uiteindelijk bijvoorbeeld bij Sparta geen indruk kon maken.

De eerste officiële wedstrijd van BX, afgelopen zondag voor de beker, werd gewonnen tegen het naburige Ganshoren. Het sociaal-maatschappelijk element is belangrijk, zegt De Preter. „Maar tegelijkertijd willen we ons niet belachelijk maken met het eerste team.” De begroting is 750.000 euro, zegt directeur, en dat is veel voor een vierdeklasser. „Via Vincent hebben we toegang tot sponsors waar andere clubs op dit niveau geen toegang toe hebben. Maar die hebben we natuurlijk wel moeten overtuigen. Het gaat niet zo van: ‘we zijn de club van Vincent Kompany, geef ons een paar ton’.”

Op de website worden belangstellenden – supporters is nog een te groot woord – op de hoogte gehouden van de vorderingen. We hebben een naam (11 april), we hebben clubkleuren (2 mei), we hebben een logo (15 mei). En natuurlijk: we hebben spelers. Zo krijgt de club, qua niveau nu de vijfde van Brussel, gestaag vorm. We start from scratch, is het motto op de website.