Het wezen van verlies

Het boek valt open bij ‘ontmoeting’. Ik ken het niet, maar het is een typisch Kouwenaar-gedicht, met die ene hoofdletter en dat liggende streepje aan het eind. En het heeft die droge, afstandelijke en toch licht geamuseerde toon, waardoor ik altijd wel moet lachen, ook als het niet zo is bedoeld. ‘Soms is men zo oud dat men zijn bezit niet meer bezit.’ Niet eerder heeft iemand het zo gezegd, maar iedereen snapt het: het wezen van verlies en ontreddering. Iemand wordt uit zijn oude doen gehaald. Een verhuizing, als gevolg van ouderdom of ziekte. Dierbare spullen, herinneringen, huisdieren – het wordt weggenomen. Het afstandelijke ‘men’ dat Kouwenaar altijd gebruikt, ook als hij het over zichzelf heeft, geeft goed de afstand weer die de spreker ervaart. ‘Men beeft’ – dat klinkt tegelijk grappig. Op het privaat, komt de spreker zichzelf tegen – in een spiegel, op een foto, op de verjaardagskalender. Maar het stelt hem niet gerust. Hij is ‘verbaasd’. Hier beschrijft iemand hoe het is om langzaam alles kwijt te raken, ook jezelf. Het lijkt het gedicht van een oudere dichter, maar dat is niet zo. Het staat in Gerrit Kouwenaars 100 gedichten uit 1969.

Guus Middag