Verminder eens het aantal schoolvakken

Het taakbeleid en de Tweede Fase hebben het onderwijs geschaad. Gun docenten en leerlingen meer ruimte, betoogt Laurens van Lier.

In de jaren negentig is op twee momenten de basis gelegd voor de voortdurende onrust en ontevredenheid op middelbare scholen. Een afgeleide daarvan is de discussie over de werkdruk en kwaliteit van docenten. De werkdruk is in deze discussie te hoog en de opleiding van docenten te laag. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Allereerst liep de professionaliteit van docenten een flinke deuk op met de invoering van het taakbeleid. Tot halverwege de jaren negentig verzorgde een fulltime docent 28 lessen van 50 minuten per week. Naast de lesgevende taak was men ook klassenleraar, ging mee op werkweken, ontwikkelde lessenseries, bezocht schoolfeesten, etc. Het waren bezigheden die simpelweg tot het werk behoorden. Over de invulling werden onderling afspraken gemaakt.

Dat veranderde toen het taakbeleid werd ingevoerd. Een fulltime docent heeft een aanstelling van 1659 uur, waarvan 750 uur echt les wordt gegeven. De overige 909 uur zijn beschikbaar voor andere zaken. De invulling hiervan geschiedt tot op detailniveau. Docenten en schoolleiding komen getalsmatig tot overeenstemming en volgend jaar begint het gekrakeel opnieuw. Intussen vraagt elke docent eerst hoeveel uur hij ervoor krijgt alvorens een klus te overwegen. Dit systeem werkt passiviteit bij docenten in de hand.

Het taakbeleid is volstrekt niet van deze tijd. In een professionele organisatie bepalen teams zelf actief hoe de taken en rollen worden verdeeld. Verantwoording afleggen is dan de beloning voor het ontvangen van verantwoordelijkheid. Een vakbond die haar leden als professionals ziet zal dit toejuichen, en een schoolleider die vertrouwen heeft in haar medewerkers zal dit organiseren.

Daarnaast droeg ook de invoering van de Tweede Fase bij aan de onrust in het onderwijs. Het aantal vakken waarin leerlingen op het havo en vwo examen moeten doen groeide explosief. Om de werkweek niet te verlengen werd gesneden in het aantal uren per vak. Vervolgens bleken al die vakken en profielen uitermate lastig te roosteren. De lesdag werd drastisch verlengd en het begrip ‘ophokken’ werd geïntroduceerd. Een fors aantal tussenuren werd eerder regel dan uitzondering.

Als gevolg moesten docenten die voorheen vier of vijf uur per klas lesgaven aan ongeveer zes klassen, plots twee of drie uur per klas doceren aan ongeveer twaalf klassen. Dat betekende veel meer leerlingen per docent. Deze leerlingen kregen per vak niet alleen minder les en toetsen, maar, veel erger, ook beduidend minder feedback op hun leerproces. Het correctiewerk van docenten verdubbelde echter bijna.

Om aan de werkdruk tegemoet te komen werden toetsweken ingevoerd en daarmee daalde het aantal toetsen per vak flink, soms tot slechts vier toetsen per jaar. De tijd voor het rustig en goed verwerken van de leerstof was verdwenen. Daarvoor in de plaats kwam de hectiek van het plannen, studiewijzers, pta’s, praktische opdrachten, zelfstudie en antwoordenboeken. Het komt de rust in de klas, bij de docent, in de school en zeker in de hoofden van leerlingen allemaal niet ten goede.

Snijd daarom stevig in het aantal (examen)vakken en geef ruimte aan verdieping en reflectie. Als we echt de intellectuele toppers van Nederland willen interesseren voor een baan in het voortgezet onderwijs, moeten we de ook de ruimte creëren waarbinnen de docent en leerling van de aanwezige kennis en kunde gebruik kunnen maken. Dat lukt niet in twee lessen per vak per week.

Wie de docent als een professional ziet, moet ook nadenken over een passende beloning, en hem de ruimte gunnen om zelf invulling te geven aan zijn lessen. Schaf daarom het taakbeleid af, en laat de verdeling van taken en rollen over aan docenten en schoolleiders. Stel doelen en maak teams verantwoordelijk voor de resultaten.

Minder lessen per week per docent is niet de oplossing. Maar minder groepen per docent in combinatie met minder vakken per leerling is een prima manier om het onderwijs aantrekkelijker te maken voor docent en leerling.

Laurens van Lier is directeur Stedelijk Lyceum en Stedelijk Mavo Zutphen en fractievoorzitter PvdA Enschede.