Diefstal Kunsthal pas na bijna twee uur ontdekt

De politie ontdekte pas twee uur na de Kunsthalroof, vorig jaar oktober, dat er schilderijen uit het museum verdwenen waren. Agenten waren binnen tien minuten na de inbraak ter plaatse, maar verlieten het museum weer nadat beveiligers van bewakingsbedrijf Trigion arriveerden.

Een politieagent bij de Kunsthal op de dag na de roof. Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing.
Een politieagent bij de Kunsthal op de dag na de roof. Een witte vlek markeert de plek waar een van de gestolen schilderijen hing. Foto ANP / Robin Utrecht

Beveiligers hebben pas bijna twee uur na de Kunsthalroof, vorig jaar oktober, ontdekt dat er schilderijen uit het museum verdwenen waren. Agenten waren binnen tien minuten na de inbraak ter plaatse, maar verlieten het terrein van het museum weer nadat beveiligers van bewakingsbedrijf Trigion arriveerden. Die hadden vervolgens ruim anderhalf uur nodig om de conclusie te trekken dat er daadwerkelijk zeven schilderijen waren ontvreemd.

Dat blijkt uit een verklaring van één van de twee bewakers van Trigion die in de nacht van 15 op 16 oktober 2012 reageerden op de alarmmelding. De verklaring maakt onderdeel uit van het Nederlandse politiedossier en is in bezit van NRC.

Door een branddeur te forceren kwamen de Roemeense verdachten Radu D. en Adrian P. die nacht om 03.16 uur het museum binnen. Twee minuten en 48 seconden later stonden ze weer buiten, met in twee zware tassen de zeven kostbare werken uit de Triton-collectie. Verzekerde waarde: 17,1 miljoen euro.

Geen duidelijke sporen van inbraak

De politie arriveerde negen minuten na de kraak, om 03.25 uur, bij de Kunsthal. De agenten liepen een rondje om het gebouw, maar er waren geen duidelijke inbraaksporen te zien. Toen om 03.31 uur de particuliere beveiligers arriveerden - de Kunsthal heeft geen eigen nachtbewaking - vroegen de agenten of het nodig was om te blijven. De bewaker:

“Wij hebben toen gezegd dat ze konden gaan. Er waren tenslotte geen duidelijke sporen van inbraak.”

De beveiligers lopen ook een rondje om de Kunsthal, waarvan een deel van de tentoongestelde werken vanaf buitenaf zichtbaar is, maar zien geen bijzonderheden. Bij binnenkomst merken de twee bewakers dat er op het bewakingssysteem verschillende alarmen in het pand zijn geactiveerd. In de tentoonstellingszaal zien ze dat er verschillende kunstwerken ontbreken. Het geluidsalarm van de branddeur klinkt, maar de deur zit wel dicht.

De bewakingsbeelden van de Kunsthal. Te zien is hoe de dieven de deur weer dichtdoen als ze vertrekken. De aangegeven tijd op de bewakingsbeelden is incorrect.

De beveiligers vermoeden dat de schilderijen gestolen zijn, maar weten het niet zeker. Daarom wordt er eerst gebeld om na te gaan of de schilderijen niet met een goede reden van de muur zijn gehaald. Dat bericht laat op zich wachten en ondertussen zijn de bewakers vooral druk met het alarmsysteem: in plaats van de alarmen te deactiveren hebben ze per ongeluk alle alarmen in het museum geactiveerd.

Pas als er om kwart voor vijf een medewerker van de Kunsthal ter plaatse komt, wordt de conclusie getrokken dat de schilderijen echt zijn gestolen. Om 05.02 uur wordt de politie gebeld, die een klein kwartiertje later terugkeert naar het museum.

Kunst achtergelaten in auto in centrum

Op dat moment is het 05.16 uur, precies twee uur nadat de verdachten het museum binnenkwamen. Radu D. en Adrian P. zitten dan al samen met handlanger Eugen D. in het huis van de vriendin van Radu in de Jonker Fransstraat in Rotterdam. De schilderijen hebben ze achtergelaten in een rode Peugeot 306 die in het centrum van Rotterdam staat geparkeerd.

Later die ochtend, als het wat drukker is op straat, wordt de auto opgehaald en worden de schilderijen tijdelijk verborgen in het huis van de vriendin van Radu. Drie dagen later zijn ze door verdachte Eugen D. al naar een dorpje in het oosten van Roemenië getransporteerd. Daar zijn ze - naar alle waarschijnlijkheid - een paar maanden later in paniek verbrand in de kachel van de moeder van Radu D.

Update 11.51 uur: Een woordvoerder van het OM in Rotterdam zegt tegenover NRC dat er met deze verklaring van de beveiliger “niets nieuws” onder de zon is.

“We hebben altijd eerlijk gezegd dat de politie snel ter plekke was, maar dat samen met de beveiliging aanvankelijk werd geconstateerd dat er geen braaksporen waren. Dan vertrekt de politie weer, dat is normaal. Pas later is de diefstal van de zeven kunstwerken door de bewaking geconstateerd.” 

De verklaring lijkt wel in tegenspraak met wat de directeur Ansenk van de Kunsthal verklaarde. Zij zei dat het „technisch onderzoek” direct na komst van de politie was gestart.

Schilderijen vrijwel zeker verbrand

Het Roemeens Nationaal Historisch Museum presenteerde vandaag de officiële resultaten van het onderzoek naar de asresten die in de kachel zijn aangetroffen. Daarin wordt de conclusie getrokken dat in ieder geval drie tot vier olieverfschilderijen zijn verbrand in de kachel. Het is niet met honderd procent zekerheid te zeggen dat daadwerkelijk alle werken zijn verbrand. Zo waren de gestolen Monets pasteltekeningen, geen schilderijen op doek, waardoor er van die werken helemaal geen resten zouden zijn overgebleven bij verbranding.

Ook zouden het in theorie niet de gestolen kunstwerken, maar soortgelijke schilderijen kunnen zijn die zijn verbrand. Betrokkenen bij het onderzoek gaan daar echter niet van uit en wijzen op de verklaringen van Olga D., de moeder van Radu. Hoewel ze haar verklaring een paar keer heeft gewijzigd, heeft ze meerdere malen gezegd dat ze in paniek de schilderijen heeft verbrand om het bewijsmateriaal tegen haar zoon te vernietigen. Pas later beseft ze dat ze een fout heeft gemaakt.

Dinsdag begint in Boekarest het proces tegen de belangrijkste verdachten in de zaak.

Update 13.00 uur: de kop en intro van het artikel zijn verduidelijkt.

    • Lex Boon