Jan van Aken: ‘Ik zou ‘De afvallige’ nu nooit meer schrijven’

Jan van Aken: ‘Ik haal hier en daar geintjes uit’
Jan van Aken: ‘Ik haal hier en daar geintjes uit’ Foto Merlijn Doomernik

De geheimtip van dit moment is Jan van Akens historische roman De Afvallige.  In het zomerinterview met Toef Jaeger bekent Van Aken dit genre liever te schrijven dan te lezen. ‘Ik ben een chaoot, zonder gevoel voor tijd.’

Hartelijk ontvangen word je, als je bij schrijver Jan van Aken op bezoek komt. Maar verwacht geen rechttoe-rechtaan gesprek, schrijft NRC-recensent Toef Jaeger in haar zomerinterview met de schrijver van De afvallige:

“Van Aken geeft zijn antwoorden aan de hand van historische voorbeelden en na een spraakwaterval van bijna drie uur, inclusief twee plaspauzes van Van Aken, ben je een geschiedenisles vanaf Caesar tot en met het heden rijker. Ondertussen vang je op dat hij niet van historische romans houdt, dat hij zelf vindt dat Het Fluwelen Labyrint (zijn enige roman die in een recent verleden speelt en redelijk autobiografisch is) zijn beste boek is en dat hij zijn succesvolle laatste roman De Afvallige – een Romeinse road novel over een groep christenen die in de vierde eeuw een moord op keizer Julianus beramen – nu nooit meer zo zou schrijven.”

Van Aken zegt eigenlijk niet van historische romans te houden. Hij schrijft ze wel graag, omdat hij het fijn vindt in tijden te duiken waar hij weinig over weet:

“Ik heb nooit echt gestudeerd en dat mis ik. Maar na een tijdje ben ik wel klaar met een onderwerp. Dat geldt ook voor De Afvallige. Ik heb net heel veel kaartjes die ik voor De Afvallige gebruikte, verbrand in de tuin. Toen ik aan de roman begon, vond ik het interessant om de moord op keizer Julianus II te onderzoeken, het complot dat erachter zat en wie de daders zouden kunnen zijn. Ik dacht meteen: dat zijn de christenen geweest. Die schreeuwden moord en brand terwijl Julianus eigenlijk helemaal niet erg onderdrukkend was. Hij speelde verschillende groepen tegen elkaar uit. Ik ben met dit boek eind jaren tachtig al begonnen en heb lang gedacht dat ik het nooit zou afmaken, maar op een gegeven moment besloot ik het toch te doen.’’

Jaeger merkt op dat in historische romans vaak erg veel wreedheden worden beschreven. Ook in De afvallige, waarin castratiescènes voorkomen. Die wreedheden worden volgens Jaeger makkelijker geaccepteerd dan de gruwelijkheden in romans die zich in het heden afspelen. Dan denken we al snel: mag het wat minder.

Van Aken denkt dat de historische roman gemakkelijke zaken als gewoon kan laten overkomen. Hij wijst op De welwillenden van Jonathan Littell, een roman over een nazikampbeul. Van Aken noemt het een van de indrukwekkendste boeken die hij de laatste tien jaar las. Bij het lezen van dat boek denk je als lezer volgens Van Aken ook niet ’mag het een onsje minder’. ‘In historische romans kun je veel dingen gewoon laten lijken, die wij nu niet meer gewoon vinden.’

“De Romeinse tijd wordt als beschaafd gezien, maar was ook wreed. Na de Spartacus-opstand van 73-71 voor Christus werden er 50.000 mensen gekruisigd. Er moet een compleet woud voor zijn omgehakt. Kruisiging schijnt de ergste vorm van marteling te zijn. Ik had ooit iemand in een verhaal Stavros genoemd, nu een gewone Griekse naam die ‘kruis’ betekent. Maar historicus Jona Lendering vertelde me dat het destijds net zoiets was als wanneer je nu een personage ‘elektrische stoel’ noemt. En dan te bedenken dat zo’n stoel lang niet zo wreed is als een kruisiging.

“Weet je wat ze ook deden? Na oorlogen werden alle krijgsgevangenen blind gemaakt. Op iedere honderd mocht er eentje een oog behouden, zodat hij de rest naar huis kon leiden. Dan wist de overwinnaar zeker dat ze niet zouden terugkomen. Zulke wreedheden staan niet in de geschiedenisboekjes.”

 

    • Roderick Nieuwenhuis