Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Zeman zet Tsjechië naar zijn hand

Tsjechië verkeert op de rand van politieke crisis, sinds president Zeman het parlement buitenspel heeft gezet. Morgen dient zich een climax aan.

President Zeman (links) veegt zweet van zijn voorhoofd als hij vertrouweling Rusnok tot premier benoemt.
President Zeman (links) veegt zweet van zijn voorhoofd als hij vertrouweling Rusnok tot premier benoemt. Foto Reuters

Amsterdam. - Sinds begin dit jaar kent het Tsjechische schip van staat twee kapiteins: de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging en de eveneens direct verkozen president.

Binnen een half jaar heeft deze dubbele macht tot een crisis geleid. Beide organen vechten nu om de macht. Morgen wordt een voorlopige climax bereikt. Het Tsjechische parlement stemt dan over een regering die de president op eigen houtje heeft benoemd. De uitkomst ervan kan consequenties hebben voor de politieke verhoudingen en zelfs de staatkundige stabiliteit in Tsjechië.

Het begin van deze machtsstrijd ligt in de corruptie die de Tsjechische politiek al lang tot op het hoogste niveau teistert. Toen de conservatieve premier Petr Necas op 17 juni moest aftreden omdat hij tot zijn nek in een omkoop- en spionageschandaal verzeild was geraakt, kreeg de linkse president Milos Zeman het alibi om meer macht naar zich toe te trekken op een presenteerblaadje aangeboden en kon hij zijn slag slaan.

Zeman deed dat met verve. Buiten de volksvertegenwoordiging om benoemde de president de met hem bevriende econoom Jiri Rusnok tot premier van een buitenparlementair zakenkabinet. Rusnok op zijn beurt vulde de regering met ministers die net als hij een gezamenlijk politiek verleden met Zeman hadden.

Sinds 10 juli heeft Tsjechië zodoende een kabinet dat geen steun heeft in de volksvertegenwoordiging maar wel in het presidentiële paleis. De regering gedraagt zich daar ook naar. Zo heeft ze, in het kader van een ‘anticorruptie-zuivering’, tientallen ambtenaren ontslagen en wil ze het minimumloon verhogen. Beide standpunten liggen electoraal goed in de markt, van belang omdat komende lente reguliere verkiezingen zijn. Tegelijkertijd heeft het kabinet de tender voor de nieuwe kernenergiecentrale in Temelin met een jaar uitgesteld. Deze hete aardappel schuift ze juist liever vooruit.

Wat lette Zeman om de politieke verhoudingen naar zijn hand te zetten? Weinig. Necas was sinds medio juni geen partij meer voor hem. De premier had het vertrouwen van het parlement verloren, nadat was gebleken dat hij veel directer dan gedacht was betrokken bij corruptieaffaires in de hoogste regionen van zijn staf en partij. Zo heeft Necas vorig jaar drie parlementariërs van zijn eigen partij met lucratieve topfuncties in staatsbedrijven omgekocht om zijn begroting aangenomen te krijgen.

Toen op 13 juni zijn stafchef Jana Nagyova, tevens maîtresse, werd gearresteerd – behalve van omkoping van die drie parlementariërs wordt ze ervan verdacht de echtgenote van Necas te hebben laten volgen waarvoor ze op eigen gezag de militaire geheime dienst inzette – viel Necas door de mand. Hij bleek toch niet de man met de schone handen die hij had voorgewend te zijn.

Zeman op zijn beurt had over zijn eigen legitimiteit juist niet te klagen. Sinds januari is hij de eerste rechtstreeks gekozen president in de geschiedenis en kan hij dus wijzen op zijn volksmandaat. Hij bedrijft zo politiek van de bovenste plank.

De omkoopaffaire zelf begint intussen wat weg te ebben. Vrijdag 26 juli heeft het openbaar ministerie de aanklacht tegen de drie corrupte volksvertegenwoordigers ingetrokken, omdat ze volgens justitie vallen onder de parlementaire immuniteit die Tsjechië kent. Maar corruptie is al lang niet meer de hoofdmoot.

Op dit moment gaat het om de vraag of president Zeman in staat is om zijn nieuwe machtspositie verder uit te buiten. En wel ten gunste van zijn politieke vrienden en zijn eigen Partij voor Burgerrechten/Zemanlui. Die heeft de huidige president in 2009 opgericht nadat hij twee jaar eerder de socialistische partij met slaande deuren had verlaten.

Die Zeman-partij zit niet in het parlement en heeft daarom weinig te betekenen. Daarin wil de president verandering brengen. Hij doet dat door de mazen en de grenzen van het Tsjechische staatsrecht op te zoeken. Zijn kabinet-Rusnok heeft hij tegen de wil van de meerderheid van het parlement benoemd. De kans dat Rusnok toch een vertrouwensvotum binnensleept lijkt klein. De coalitiepartijen rond ex-premier Necas zijn daartoe niet bereid. De socialisten en communisten opteerden liever voor vervroegde verkiezingen. Maar hun zeteltal is onvoldoende voor de meerderheid van drievijfde die daarvoor wettelijk nodig is. De president op zijn beurt is alleen bereid om de meerderheidscoalitie de kans te geven een centrum-rechtse regering te vormen als 101 parlementariërs met een notariële akte vastleggen dat ze het kabinet steunen. In een parlementaire democratie is dat een rare eis, maar gelet op het omkoopschandaal oogt die in Tsjechië redelijk.

Als het parlement er niet uitkomt, krijgt de president een vrije hand. De grondwet kent geen termijnen voor de benoeming van een premier die wel een parlementaire meerderheid heeft. Zeman kan Rusnok dus lang de hand boven het hoofd houden. Net zo lang kunnen zijn ministers zich profileren, zeker de ministers die zich bij de reguliere parlementsverkiezingen in de lente van 2014 kandideren voor de club van Zeman. Het kabinet kan dan een instrument worden om de tot nu toe zieltogende Zeman-partij op de kaart te zetten. De presidentiële machtsgreep kan dan uitmonden in een electorale slag.

Wat begon als een conflict over corruptie is zo uitgedraaid op een staatkundige machtsstrijd. Sinds de val van het communisme in 1989 was Tsjechië twintig jaar een parlementaire democratie. Zeman bouwt het land om tot presidentiële republiek.