De wereld groeit door, vooral in Afrika

India groeit China voorbij, Nigeria passeert de VS. Landen proberen hun demografie te beïnvloeden, maar mondiale trends zetten door.

Vergeet China. De huidige maatregel van de Chinese regering ten spijt zijn er tegen 2028 meer Indiërs dan Chinezen. Na dat jaar zal India’s bevolking (nu 1,24 miljard) nog doorgroeien tot 1,6 miljard, terwijl China na 2030 juist zal krimpen, totdat er in 2100 nog 1,1 miljard Chinezen zijn (nu 1,3 miljard).

Dit blijkt uit de jongste World Population Prospects van de VN, gebaseerd op cijfers uit 2010. Iedere twee jaar publiceert de VN zo’n extrapolatie en interpretatie van wereldwijde volkstellingen. De recentste verscheen in juni. Daarin wordt de wereldbevolkingsgroei weer wat hoger geraamd dan in de vorige editie; van de huidige 7,2 miljard naar 9,6 miljard zielen in 2050 en naar 10,9 miljard in 2100. De groei komt vooral uit de 49 minst ontwikkelde landen. Die zullen groeien, van 898 miljoen inwoners nu naar 1,8 miljard in 2050.

Deze gemiddelde voorspelling gaat ervan uit dat ook landen waar nu nog veel kinderen geboren worden, door de zogeheten demografische transitie zullen gaan – de groei kan dus ook sneller gaan of eerder afvlakken. Veel hangt af van de vraag of, wanneer en in welke mate die transitie zich zal voltrekken in het hard groeiende sub-Sahara Afrika, waar 29 van de 31 landen met een hoge vruchtbaarheid liggen (vijf kinderen per vrouw of meer). De demografische transitie is de overgang die samenlevingen doormaken van hoge, ongeveer gelijke geboorte- en sterftecijfers naar lage, opnieuw ruwweg gelijke geboorte- en sterftecijfers, met vergrijzing en uiteindelijk krimp als uitkomst. In Afrika is de levensverwachting nog steeds erg laag, al stijgt deze iets, en het kindertal is er dus hoog.

Sinds de Britse dominee Thomas Malthus (1766-1834) in zijn in 1798 gepubliceerde Essay on the Principle of Population wees op de gevaren van bevolkingsgroei, hebben regeringen zich hier druk over gemaakt en maatregelen getroffen die het aantal kinderen groter of juist kleiner moesten maken. Van baby-bonussen tot gedwongen sterilisatieprogramma’s – bevolkingspolitiek die ingrijpt in het intiemste leven, is een controversieel politiek instrument. Weinig landen hebben zich er zo consequent en langdurig aan gewaagd als China.

Toch houden de meeste landen zich wel bezig met hun bevolkingsopbouw. Nadat in de negentiende en twintigste eeuw de wereldbevolking als gevolg van ontwikkelingen in landbouw en medische zorg steeds sneller was gegroeid, ontstond vooral vanaf de jaren vijftig bij westerse NGO’s, VN-organisaties en politici zorg over populatiegroei. Vooral in pas gedekoloniseerde landen zou die leiden tot meer armoede en een voedingsbodem kunnen zijn voor communisme. Regeringen probeerden hun eigen bevolking en die van anderen in toom te houden met voorlichting en anticonceptie, maar ook door beruchte gedwongen sterilisatieprogramma’s, zoals in Zuid-Korea, India en China. De VS speelden, onder invloed van het boek The Population Bomb uit 1968 van Paul Ehrlich, achter de schermen een actieve rol bij bevolkingspolitiek in Azië.

Vanaf de late jaren zeventig veranderde deze blauwdrukaanpak in een subtielere benadering: vrije, hoger opgeleide vrouwen, zo werd de gedachte, onder invloed van de vrouwenbeweging en ontwikkelingswetenschap, beginnen later aan kinderen en sneller aan anticonceptie. De VN-bevolkingsconferentie in Kairo van 1994 was een keerpunt. Hier werd afgesproken dat bevolkingspolitiek gebaseerd moest zijn op keuzevrijheid en rechten van de vrouw, de zogeheten ‘reproductieve rechten’. Deze benadering is nu nog steeds gangbaar.

Omgekeerd proberen regeringen die met vergrijzing worden geconfronteerd met allerlei maatregelen vrouwen juist tot baren aan te zetten. In Chili, waar net als in veel andere Latijns-Amerikaanse landen het geboortecijfer in een generatie tijd scherp is gedaald, bood president Sebastián Piñera bijvoorbeeld vrouwen onlangs 200 dollar voor een derde kind en 300 dollar voor een vierde. Russische ouders krijgen maar liefst 9.000 dollar per tweede en volgende kind. En bij vier kinderen die ‘geestelijk gezond’ zijn opgevoed, wacht hun een medaille. In Europa bestaat weerstand tegen zulke directe maatregelen. Maar met verlof-, opvang- en subsidieregelingen probeert men wel het ouderschap te stimuleren.

Ondertussen lijken de wereldwijde trends niet te keren. Vergrijzing heerst in ontwikkelde landen en het geboortecijfer daalt rap in veel opkomende economieën, zoals Indonesië, Brazilië en Zuid-Afrika. Japan, Cuba en Oost-Europa krimpen al, de rest van Europa en China volgen voor het midden van de eeuw. Volgens de VN kan de bevolking van Afrika tegen 2050 verdubbeld zijn van 1,1 miljard naar 2,4 miljard in 2050 en 4,2 miljard in 2100. De vrouwen van Nigeria, Niger, Congo en Ethiopië krijgen nu de meeste kinderen. En tegen het eind van de eeuw zal Nigeria de VS voorbijstreven en wat betreft het aantal inwoners een van de grootste landen ter wereld zijn.