De LSVb over de studiefinanciering

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Een vernuftige bewering van de Landelijke Studenten Vakbond LSVb gisteren in nrc.next. In een artikel over studieschulden stelde vicevoorzitter Eduard Schmidt dat de studiefinanciering bij lange na niet voldoende is gestegen om de stijgende kosten van levensonderhoud te compenseren. Hij onderbouwde dat met de volgende stelling: „Waar je in 1986 nog 103 broden kon kopen van het geld dat overbleef van de studiefinanciering na aftrek van collegegeld en huur, moest je in 2011 eerst 92 broden verkopen om quitte te spelen.”

Zoiets kan je natuurlijk niet in nrc.next beweren zonder dat next.checkt uitzoekt of het waar is. Vandaar de vraag: klopt het?

Waar is het op gebaseerd?

Op verzoek stuurt Schmidt een excel-bestand met onder meer de inflatie in de voorbije jaren, de hoogte van de basisbeurs, het collegegeld en de prijs van een brood van 1986 tot nu. Hij voegt er diverse grafieken bij, bijvoorbeeld over lasten en baten van studenten, de basisbeurs met en zonder inflatie en wat er overblijft van de basisbeurs na aftrek van collegegeld en huur. Daarna volgt er nog een word-document waarin wordt uitgelegd voor welke basisbeurs is gekozen, welk collegegeld, hoe de kamerprijs is berekend en waar de broodprijs vandaan komt.

Er is voor een uitwonende basisbeurs gekozen, zodat ook de prijs van een studentenkamer kan worden meegenomen. Die kamer is een ‘onzelfstandige kamer’ in het complex Hoogeveldt in Nijmegen. Hiervan is bij de LSVb de prijs in 1986 bekend en het zijn betrekkelijk goedkope kamers, zodat de berekeningen aan de conservatieve kant blijven. Er is gekozen voor collegegeld voor wetenschappelijk onderwijs en de broodprijs is afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

En, klopt het?

We bellen eerst met SSHN, de organisatie voor studentenhuisvesting in Nijmegen en omstreken. Een medewerker bevestigt dat een kamer in Hoogeveldt in 2011 maandelijks 242 euro kostte, zoals de LSVb beweert. De prijs in 1986 heeft de medewerker niet, wel die in 1989. Die was 248 gulden, oftewel 112 euro. Dat komt overeen met de prijs die de LSVb noemt voor de jaren 1986 tot en met 1989. We gaan er daarom van uit dat dit bedrag ook voor 1986 klopt.

De uitwonende basisbeurs in 1986 was 604,22 gulden per maand, oftewel 274 euro, zoals ook de LSVb beweert. In 2011 was die beurs 266 euro.

Het collegeld voor wetenschappelijk onderwijs in 1986 was 1604 gulden per jaar, wat gelijk staat aan de 61 euro per maand die de LSVb noemt. In 2011 was dat maandelijks 143 euro.

En dan natuurlijk nog het brood. Het CBS houdt dat allemaal keurig bij. 98 eurocent per brood in 1986 en 1,29 euro in 2011.

Als we ‘studiefinanciering’ in de bewering van de LSVb gelijk stellen aan de uitwonende beurs voor studenten in het wetenschappelijk onderwijs dan kunnen we het volgende sommetje maken:

De prijs van 103 broden in 1986 was 103 maal 0,98 euro =101 euro.

Als je van de uitwonende basisbeurs van 274 euro destijds de benodigde 61 euro aan collegegeld uitgaf en 112 euro aan kamerhuur, dan hield je 101 euro over. Het eerste deel van de bewering van de LSVb klopt dus.

In 2011 was de situatie alsvolgt:

De prijs van 92 broden was destijds 119 euro. De uitwonende beurs min collegeld en kamerhuur was 119 euro in de min.

We concluderen dus dat de bewering van de LSVb in zijn geheel waar is.

Het ministerie van Onderwijs merkt hierbij op dat alleen het vergelijken van de uitwonende basisbeurs een vertekend beeld geeft. Tegenwoordig is het aandeel van de aanvullende beurs voor studenten met ouders die weinig inkomen hebben veel groter dan in 1986. De uitwonende aanvullende beurs loopt dit jaar op tot 252 euro per maand, terwijl die in 1986 voor het wetenschappelijk onderwijs maximaal vier gulden bedroeg. Daar staat tegenover dat uit Nibud-cijfers (Studentenonderzoek 2012) blijkt dat in 2012 slechts 28 procent van de studenten een aanvullende beurs ontving.

Conclusie

Voor studenten met een uitwonende basisbeurs beoordelen wij de LSVb-bewering als waar.

next.checkt verder nog: ‘Polen hebben niet van oorsprong de zwemcultuur die in Nederland bekend is’, aldus de Reddingsbrigade.