Veel onduidelijk over terreurdreiging

Het Amerikaanse besluit negentien diplomatieke posten te sluiten uit angst voor een terreuraanslag is een hoogst zeldzame diplomatieke stap.

De Amerikaanse regering houdt ook deze week nog negentien ambassades en consulaten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika gesloten, uit angst voor een terreuraanslag. In een paar landen, waaronder Irak en Afghanistan, zijn de ambassades weer opengegaan. Volgens Martin Dempsey, de stafchef van het Amerikaanse leger, wil het Jemenitische-Saoedische filiaal van Al-Qaeda, Al-Qaeda-op-het-Arabisch-schiereiland, een aanslag plegen op een westers doel. Veel is volgens de veiligheidsdiensten onduidelijk. Over de locatie, het tijdstip en de aard van de aanval zijn onvoldoende inlichtingen. Om die reden zijn diplomatieke posten in zo veel landen gesloten. Het is volgens stafchef Dempsey niet eens zeker of een Amerikaanse post het doelwit is. „We weten alleen dat ze westerse doelen willen aanvallen”, zei Dempsey gisteren.

Het sluiten van de posten heeft tot onrust geleid in de Verenigde Staten. Amerikaanse media citeren anonieme bronnen binnen de veiligheidsdiensten, die het niveau van dreiging vergelijkbaar noemen met de periode voor 11 september 2001. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is vaag over de precieze aard van de dreiging.

Tegelijkertijd komt de mededeling in het midden van een verhit debat over de National Security Agency (NSA), sinds klokkenluider Edward Snowden in juni naar buiten kwam met informatie die wees op zeer ruime bevoegdheden voor deze tak van de geheime dienst. Uit talrijke onthullingen bleek dat de NSA op grote schaal internet- en telefoonverkeer kan volgen, en mails kan lezen, zowel binnen als buiten de VS.

Verdedigers van de NSA leggen het sluiten van de diplomatieke posten uit als een groot succes voor de NSA. Zo zei het Democratische Congreslid Dutch Ruppersberger gisteren op de tv-zender ABC: „De beste verdediging tegen terrorisme zijn inlichtingen. Dat is nu maar weer gebleken. Het enige dat de NSA wil, is Amerikaanse burgers beschermen tegen aanvallen.”

De televisiezenders die met meer details kwamen over een op handen zijnde aanslag, noemden steevast de NSA als spil bij het ontrafelen van het vermeende complot. Onduidelijk is of de ophef over de NSA een rol speelde in het besluit om zoveel posten te sluiten, maar regeringskringen laten niet na de rol van de dienst bij het vergaren van de informatie extra te benadrukken.

De voorzichtigheid van de Amerikaanse regering kan ook ingegeven zijn door de aanval op het Amerikaanse consulaat in de Libische stad Benghazi, vorig jaar september. Toen kwamen vier Amerikanen, onder wie ambassadeur Chris Stevens, om het leven bij een gecoördineerde aanval van extremistische groepen.

De nasleep van die aanval beschadigde de regering van president Obama: hij kreeg van Republikeinen het verwijt dat te weinig was gedaan om de veiligheid van het diplomatieke personeel te waarborgen.