Ook in West-Duitsland doping van staatswege

Van de Oost-Duitsers wisten we het, maar ook in West-Duitsland kregen sporters jarenlang doping van de staat. Was ook die Mannschaft gedrogeerd?

Dat kon helemaal niet. De Oost-Duitse schaatsster Karin Kania reed in 1987 liefst drie seconden af van haar eigen wereldrecord op de 1.500 meter. Haar tijd op de wonderbaan Medeo in de Sovjet-Unie was 1.59,30, waarmee ze de eerste vrouw was onder de twee minuten. ‘Doping’, zeiden critici al snel. Inderdaad bleek later dat de Oost-Duitse sportsuccessen van die jaren voor een groot deel te danken waren aan een intensief, van staatswege opgelegd dopingprogramma.

Dit weekend schreef de Süddeutsche Zeitung dat ook het toenmalige West-Duitsland decennialang anabolen, testosteron, oestrogeen en epo verstrekte aan sporters. Overheidsfunctionarissen en politici waren hiervan op de hoogte. De krant baseert zich op een nog niet geopenbaard rapport van de Humboldt-universiteit te Berlijn.

De opdrachtgever van het 550.000 euro kostende onderzoek is het Bundesinstitut für Sportwissenschaft, dat onder het ministerie van Binnenlandse Zaken valt, naar een voorstel van het Duits olympisch comité. Vooral die eerste organisatie zou jarenlang betrokken zijn geweest bij de dopingverstrekking. Het rapport was in april al klaar, maar werd nog niet gepubliceerd vanwege zorgen over de privacy en juridische kwesties over het noemen van sporters, artsen en politici.

De publicatie heeft tot de nodige ophef geleid in Duitsland. Politici van de SPD en de FDP vragen om opheldering. Het Duits olympisch comité wil pas een standpunt innemen als het definitieve rapport is gepubliceerd. De atletiekbond wil dat er namen naar buiten worden gebracht. En voormalig minister Genscher (Binnenlandse Zaken, FDP) ontkent de beschuldiging dat politici in aanloop naar de Zomerspelen van 1972, in München, druk zouden hebben uitgeoefend op sportartsen. „Ik zou niet weten wie er zo’n druk zou moeten hebben uitgeoefend”, zegt hij in Bild am Sonntag in een reactie.

Volgens het rapport werd sinds begin jaren zeventig systematisch dope verstrekt, in tal van sporten. Ook het West-Duits voetbalelftal, bijvoorbeeld de ploeg die in 1974 de finale van het WK van Nederland won, zou in die jaren gedrogeerd zijn geweest. Onthullingen over dopinggebruik in het Duitse voetbal waren er al wel eerder – zo schreef oud-doelman Toni Schumacher er al over in zijn biografie Anpfiff. Maar anders dan in het wielrennen werd dopinggebruik in het voetbal tot nu toe nauwelijks serieus genomen.

In zijn column van vanochtend in De Telegraaf zegt Johan Cruijff, die in 1974 de finale verloor van die Mannschaft, dat hem nooit iets vreemds is opgevallen aan zijn tegenstanders. „Ik wist toen niet beter dan dat West-Duitse voetballers altijd groter en flinker dan wij waren. Ze waren lichamelijk meer ontwikkeld, maar daarover werd altijd gezegd dat dit kwam omdat ze meer bier dronken.”

De systematische dopeverstrekking in West-Duitsland was volgens de Süddeutsche Zeitung geen reactie op de Oost-Duitse staatsdoping, maar liep er parallel aan. Alleen al bij de Zomerspelen van 1976 in Montreal werden West-Duitse atleten 1.200 keer geïnjecteerd. Ook minderjarigen kregen doping. De risico’s en bijwerkingen waren volop bekend, maar werden verhuld.