Jan-Jaaps horrorgezinnetje

‘Reinier! Hoe vaak heb ik het nou al niet gezegd? Je moet de schelpjes van de vongole niet in je mond stoppen.’

Ze hebben meestal drie kinderen die de uitvoeringen zijn van hetzelfde model in drie verschillende maten. Het zijn mini-Daltons uit een stripboek die goudblond huppelend dissoneren met alles wat Italië ooit is geweest of zal worden. Ze roepen vertedering op bij oude Italiaanse vrouwen. Ze zien hen als engeltjes, al zijn ze in hun ogen nogal slecht opgevoed.

En dat vindt pappa eigenlijk ook. Vanwege zijn belangrijke baan moet hij de opvoeding gedurende de rest van het jaar noodgedwongen overlaten aan zijn vrouw, maar nu heeft hij drie weken de tijd om de nodige feedback te geven en het opvoedingstraject van zijn kinderen op een paar essentiële punten bij te sturen.

„Niet met je vieze vingers aan de schilderijen zitten! Ga eerst je handen wassen, Reinier.”

Fier en energiek loopt hij voorop in een hemelsblauw poloshirt met het logo van een van de toeleveringsbedrijven en zijn kaki kniebroek met praktische, ruime zakken. Hij zal weleens voordoen hoe dat moet, op vakantie zijn. De kinderen waren al bij voorbaat recalcitrant bij de gedachte dat ze drie weken hun Playstation zouden moeten missen en tot nu toe overtreft het culturele strafkamp dat vakantie heet hun ergste angstdromen. „Laten we die computerspelletjes voor de kinderen maar gewoon meenemen, Jan-Jaap”, had mamma gezegd. „Dat maakt het makkelijker. Geloof me. Voor ons is het tenslotte ook vakantie.” Maar daar had pappa Jan-Jaap niets van willen weten. „Deze vakantie doen we op mijn manier, Tineke. Maak je geen zorgen. Jij kunt uitrusten. Ik neem de leiding op me en ik zal er een onvergetelijke feelgood experience van maken. Quality time, snap je wel. Je hebt het verdiend.”

Terwijl ze achter haar gezin aan loopt in haar onopvallende, weinig aanstootgevende en op een bepaalde manier zelfs smaakvolle zomerjurk, probeert ze dapper te genieten. En als Jan-Jaap besluit om plaats te nemen op een terras om zijn kinderen bij te brengen dat Ice Tea net zo lekker is als Coca-Cola, lukt het haar voorwaar om een glimlach te veinzen.

„Reinier! Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je het lipje niet van je blikje mag breken?”

Tineke heeft wel zin in een prosecco. Of in een wilde cocktail. Maar Jan-Jaap zou dat onverantwoord vinden. Glimlachend bestelt ze Ice Tea. Tot nu toe verloopt de vakantie rampzalig, maar niet slechter dan verwacht.

Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. De komende twee weken observeert hij vanaf zijn terras Nederlandse toeristen.