‘We dronken veel wijn, dat moest’

Voor het eerst alleen op vakantie. Tekenaar en cartoonist Peter van Straaten (1935) liftte naar Frankrijk, tekenspullen in zijn rugzak, en werd voor altijd verliefd op het land.

Jan Siebelink (17) in Brighton tijdens zijn vakantie in Engeland met de Rotary. Een groot contrast met „de verpletterende armoede” van zijn ouderlijk huis.
Jan Siebelink (17) in Brighton tijdens zijn vakantie in Engeland met de Rotary. Een groot contrast met „de verpletterende armoede” van zijn ouderlijk huis.

1954

Ik was negentien, had eindexamen gedaan en zou na de zomer in Amsterdam naar de Kunstnijverheidsschool gaan. Heerlijk, het huis uit, ik kon niet wachten! Die zomer ging ik liftend naar Frankrijk, samen met mijn vriend Wijnand van Schothorst. We gingen via Parijs en hadden in Vézelay in de Bourgogne afgesproken met Wilfred Voet. Wat ons aantrok, was de zon, de kunst, en de natuur. Alle drie hadden we artistieke ambities, we hadden onze tekenspullen bij ons. Wijnand is later directeur geworden van de Amsterdamse Academie voor Beeldende Vorming, Wilfred werd kunstschilder. We tekenden, hingen rond en dronken veel wijn. Dat moest. Vieze, goedkope wijn.

Die vakantie was ik voor het eerst van mijn leven in Frankrijk. Ik werd meteen verliefd op het land, ik vond het er zo geweldig. De sfeer, alles. Parijs maakte helemaal een waanzinnige indruk. Wat een stad! Ik was Arnhem gewend, en vond Amsterdam al groot. Parijs was overweldigend. Ik weet nog dat ik in de Tuilerieën zat en het me echt aanvloog. Och och, al die mensen, met al hun levens en hun verhalen!

’s Nachts sliepen we in een tentje, in onze slaapzak gerold, zo op het grondzeil. Ik moet er nu niet meer aan denken. We kampeerden overal en nergens – ook wel bij boeren. Twee zomers eerder had zich een beruchte moordzaak afgespeeld, de zaak-Dominici. Een boer, Gaston Dominici – later in een verfilming gespeeld door Jean Gabin – had een Engels gezin dat op zijn terrein kampeerde bruut om het leven gebracht. Dat zat de hele tijd in ons achterhoofd, we vonden het wel een beetje griezelig soms. Onze ouders ook, we hielden steeds contact per post. Brieven voor ons werden ‘poste restante’ afgeleverd bij het postkantoor in de plaatsen waar we verbleven. Zou dat nog bestaan, poste restante? Ik hoorde toen voor het eerst radioreclame, dat kenden wij in Nederland nog niet. Eentje herinner ik me nog levendig, die hoorde je voortdurend en overal: ‘Bonbon caramel et si bon chocolat!’

2013

Frankrijk heeft nog altijd mijn voorkeur als vakantieland, ook al hebben mijn vrouw en ik twaalf jaar een huis in Italië gehad. We hadden er ieder ons eigen atelier en werkten er een paar maanden per jaar. Dat was heerlijk. In 2008 heb ik het weggedaan, ik werd er te oud voor. Ik loop niet meer zo kwiek en de boodschappen moesten met een kruiwagen een berg op gezeuld worden. Het werd een beetje te zwaar. Ik mis het bij tijd en wijle, maar aan de andere kant is het fijn dat die dwang weg is: als je een tweede huis hebt, móet je daar altijd naar toe. Nu zijn we – aan het begin van de zomer – naar Frankrijk gegaan, naar Les Issambres aan de Côte d’Azur. We hadden een huis met zwembad gehuurd, maar toen we aankwamen, waren er bouwvakkers aan het werk, en zijn we maar in een hotel getrokken. Een paar dagen later konden we uiteindelijk toch in het huis. De eerste avond vloog de pomp van het zwembad in brand. Paniek, met die droogte is een bosbrand zo ontstaan. De brandweer kwam en het vuur doofde snel. Maar wij hadden geen zin meer om te blijven, we zijn weer naar een hotel gegaan en dat was verrukkelijk. We hebben alleen maar gelezen en aan het strand gelegen. Echt vakantie houden, vroeger kon ik dat niet maar tegenwoordig lukt het me uitstekend.”